Burgers en militairen besturen vanaf nu samen Soedan. Gaat dat werken?

Overgangsregering Soedan Het volksverzet in Soedan heeft zaterdag tot een akkoord geleid tussen burgers en militairen. De komende drie jaar delen zij de macht. Hoe houdbaar is deze unieke constructie? Vier vragen.

Bewoners van Atbara arriveren zaterdag in de Soedanese hoofdstad Khartoum om de ondertekening van de overeenkomst tussen burgers en militaire leiding te vieren.
Bewoners van Atbara arriveren zaterdag in de Soedanese hoofdstad Khartoum om de ondertekening van de overeenkomst tussen burgers en militaire leiding te vieren. Foto Agmed Mustafa/AFP

Een voor zwart Afrika unieke volksopstand verdreef in april generaal Omar al-Bashir van Soedan. Maandenlang hadden burgers de protesten aangevoerd maar ze moesten uiteindelijk de overwinning delen met de militairen. Het buitengewone volksverzet tegen een diepgeworteld autoritair en radicaal islamitisch bewind is deze zaterdag uitgemond in een akkoord waaronder een militair-civiele overgangsregering de macht krijgt. Vier vragen over een vrijwel onmogelijke samenwerking.

1 Wat is er precies afgesproken?

Aan het hoofd van het overgangsbewind staat de komende drie jaar een raad van elf militairen en burgers. Een burgerpremier zal het kabinet leiden, waarin militairen de posten Defensie en Binnenlandse Zaken bezetten. Van de 300 zetels in het parlement is 67 procent bestemd voor burgers. Daarnaast nemen leden van de oude politieke partijen zitting, waaronder die van de partij van de afgezette Bashir evenals andere radicaal-islamitische groepen. Alle spelers worden zo vertegenwoordigd in het parlement. Na drie jaar volgen meer-partijen-verkiezingen.

Lees ook: De magie van de volksopstand in Soedan is weg

2 Wat vindt de burgeroppositie van dit akkoord?

Er bestaat twijfel en verbittering aan de kant van de burgeractivisten. „De generaals zijn niet te vertrouwen, ze zijn corrupt en doortrapt”, zegt activist Abdelmonim Ali. Maandenlang demonstreerde hij, hij verloor vrienden bij confrontaties met het leger. „Toch zie ik het als een eerste stap naar een grondige verandering in Soedan, hoewel de burgerregering beperkt controle over het leger krijgt.” De activisten rekenen op de macht van de straat. „We gaan weer demonstreren als militairen straks besluiten van burgers ongedaan maken. Soedanezen zijn de afgelopen maanden zeer politiek bewust geworden.”

Onder leiding van de Sudanese Professional Association (SPA) een schaduw-vakbond van leraren en artsen, hadden vooral jonge Soedanezen zich vanaf het begin georganiseerd in talrijke buurtraden, waardoor het verzet zich over het land kon verspreiden. Bashir, met in iedere uithoek van het land zijn spionnen, kreeg geen invloed op de groep – waarvoor hij de term ‘spookbataljon’ muntte. Later sloten de oude politieke partijen zich bij de succesvolle SPA aan en ontstond het breedste oppositiefront in Soedan sinds de onafhankelijkheid in 1956.

De burgers riepen de hulp van het leger in bij hun strijd tegen het door Bashir gemilitariseerde staatsapparaat. Ze begonnen een sit-in voor het militaire hoofdkwartier in Khartoum en provoceerden de militairen zo tot ingrijpen. Die zetten inderdaad in april hun baas af, maar zij wilden daarna geen belangrijke rol inruimen voor de burgers. De demonstraties gingen door. Het leidde tot een confrontatie op 3 juni, waarbij de militairen de betogers van de sit-in verdreven. Daarbij vielen meer dan honderd doden. Volgens sommige activisten kaapten de militairen zo de revolutie en krijgen ze in de komende overgangsperiode te veel zeggenschap.

3 Wat vinden de militairen?

De militairen zijn evenmin tevreden met de afgesproken machtsdeling. Zij willen zoveel mogelijk macht behouden. In het veiligheidsapparaat bestonden al lange tijd plannen om Bashir te wippen en een exclusief militair regime te vestigen. Roet in het eten voor dit scenario gooide de militieleider Mohamed Hamdan Dagalo, alias Hemedti, die direct na de staatsgreep veel macht naar zich toetrok.

Bashir infiltreerde de hele samenleving met spionnen: moslimfundamentalisten, militairen en veiligheidsagenten. De burgeroppositie noemt dat de „deep state”. Naast het gewone leger bestaan er nog milities van tienduizenden strijders, plus de veiligheidsdienst, die tanks, helikopters en ander wapentuig heeft. Iedere instelling vergaarde zijn eigen inkomsten door middel van bijvoorbeeld de exploitatie van goudmijnen. Iedere groep droeg bij aan martelingen en aan uitroeiingscampagnes, zoals in de westelijke regio Darfur en het zuidelijke Nubagebergte.

Na het vertrek van Bashir ontdeden leden van het veiligheidsapparaat zich niet van hun oude gewoontes, zo bleek op 3 juni. Meer dan honderd betogers werden gedood, vrouwen werden verkracht, gedood en hun lichamen in de Nijl gegooid. De militairen eisten volledige immuniteit voor deze misdaden. Ze krijgen in het akkoord procedurele immuniteit. Dat betekent dat ze, zolang ze in een van de drie afgesproken bestuursorganen zitten, niet kunnen worden vervolgd zonder toestemming van het parlement.

De opkomst van Hemedti, de militieleider uit Darfur, verontrust de politieke elite afkomstig uit het gebied ten noorden van Khartoum, waar sinds de onafhankelijkheid vrijwel alle Soedanese machthebbers vandaan komen. Menig generaal in het reguliere leger veracht de onconventionele methodes van deze bushstrijder – en dat ondermijnt de eenheid in de strijdkrachten.

Lees ook het interview met Soedan-kenner Sjoerd Zanen: 'Soedan kan vooruit als de leiders weg zijn'

4 Wat staat er op het spel voor Arabische landen?

Niet eerder was de Arabische bemoeienis bij een conflict in zwart Afrika zo groot als de afgelopen maanden in Soedan. Conservatieve staten als Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten bestrijden in de regio zowel de invloed van de radicale moslimbewegingen als die van Iran, Turkije en Qatar. Egypte zette in op de generaals in het reguliere leger, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten wedden op Hemedti, die omgekeerd duizenden soldaten leverde aan de Saoedische coalitie in Jemen en onlangs nog eens duizend man naar Libië stuurde om daar te vechten aan de zijde van generaal Haftar. Direct na Bashirs val zegden deze twee Golfstaten drie miljard dollar toe voor het bankroete Soedan – steun in de rug voor de militairen.

De burgerbetogers, die juist het Afrikaanse karakter van Soedan benadrukken, wantrouwen de Arabische motieven. Een graffiti bij de sit-in luidde: „Overwinning of Egypte”, een verwijzing naar de volksopstand in Egypte, in 2011, tegen president Mubarak, die werd gevolgd door een militaire staatsgreep.

Arabische landen zijn militair en economisch in toenemende mate actief in staten langs de Rode Zee, in de Sahel en in de Sahara. Dat verontrust de Afrikaanse Unie, die in zijn handvest democratie bepleit en huivert van de autoritair geleide staten in de Golf.

Dus mengden de Afrikaanse Unie, met name Ethiopië zich in de onderhandelingen. Evenals de Verenigde Staten steunen ze de burgers. De demonstranten hopen dat hun betrokkenheid een garantie geeft tegen het eventueel schenden van het akkoord door de militairen en het uitbreken van nieuwe conflicten.

Beluister ook onze podcast NRC Vandaag over de opstand in Soedan: