Opinie

Volg het spoor van de melk

In Europa

Het politieke machtsspel over een No Deal-Brexit en de Ierse grens blijft voor veel mensen nogal abstract. Haast niemand kan zich voorstellen wat precies het verschil is: deal of geen deal, harde grens of zachte grens. Zeker in een week waarin de Amerikanen weer een Iraanse olietanker enterden, de handelsoorlog tussen de VS en China verder escaleerde, Rusland een nucleaire ramp wilde verdoezelen en Nederland in rep en roer was over een klierende burgemeesterszoon – in zo’n week is het misschien wat veel gevraagd om je óók nog te verdiepen in Brexit en de Ierse grens.

Maar we doen het lekker toch. Vandaag volgen we het Ierse melkspoor. Gewoon om te laten zien dat soevereiniteit een prijs heeft.

Noord-Ierland, deel van het Verenigd Koninkrijk, is nu van Ierland gescheiden door een lange, kronkelige grens. Die grens is onzichtbaar: Ierland en het Verenigd Koninkrijk zitten allebei in de EU en houden zich aan dezelfde Europese regels. Veel boeren klagen over die regels. Over eindeloze controles, formulieren en paperassen. Maar het feit dat er geen grens is, is voor hen ook handig. Eénderde van de Noord-Ierse melk gaat direct naar fabrieken in Ierland. De melkophaal, in tankwagens, trekt zich van de grens niets aan. Veel wagens halen tijdens één ophaalroute melk op van boerderijen aan beide kanten van de grens. Tests worden op het erf gedaan. Als er wat mis is, weet iedereen waar het probleem zit. Daarna wordt de melk vermengd. Noord-Ierse en Ierse melk worden samen gepasteuriseerd of verwerkt tot kaas, boter of melkpoeder. Veel van die zuivelproducten eindigen in Britse koelkasten. 35 procent van de Ierse export gaat naar het Verenigd Koninkrijk. Dit is maar één traject van vele. Ierse melk gaat op zijn beurt, via Noord-Ierland, naar het VK.

Na de Brexit wordt dit hele breiwerk uit elkaar getrokken. Als er geen deal komt die de Britten in de Europese interne markt houdt, wordt Groot-Brittannië voor de EU een derde land. Dan kan het doen waar de Brexiteers zo lang van droomden: Europese regels het raam uit gooien. Ook die over melk, boter en kaas. Daardoor gaan de regelsystemen van Ierland en Noord-Ierland uiteen lopen. De nu onzichtbare Ierse grens wordt een EU-buitengrens. De EU heeft zeventien buitengrenzen met derde landen als Bosnië of Rusland. Dit zou de achttiende worden.

Na een No Deal-Brexit mogen Ierse melkfabrieken geen tankwagens met ‘gemengde’ Ierse/Noord-Ierse melk meer accepteren. Bovendien komen er importtarieven op melk (19 procent) die er nu niet zijn. Noord-Ierse boeren zullen daardoor minder betaald krijgen voor een liter melk. Ze zullen waarschijnlijk ook minder melk verkopen. Deze week klaagden zij dat er straks een grote melkplas ontstaat, die ze door gebrek aan opslag en vervoer niet naar het VK kunnen sluizen. Britse boeren vinden dat niet erg: als al die Noord-Ierse melk bij hen komt, gaat de Britse melkprijs omlaag.

Lees ook: ‘Hier is men bereid te lijden voor de Brexit’

Ook komen er douanekantoren aan de grens, waar plotseling exportdocumenten moeten worden gecheckt. Er komen laboratoria, voor tientallen sanitaire en fytosanitaire tests die moeten uitwijzen of Noord-Ierse melk oké is. Die tests zijn streng. Sinds de gekkekoeienziekte en andere voedselschandalen willen EU-landen burgers beschermen tegen besmet voedsel uit derde landen.

Ieren en Noord-Ieren zelf willen geen grens. De meeste Noord-Ieren stemden tegen de Brexit. Maar de Britse regering zegt: laat de EU dan maar minder streng zijn aan de grens – wij hebben samen met die 27 landen al die regels bedacht, en wij willen er nu vanaf. De andere 27 landen zeggen: Londen wil uit de EU en veroorzaakt dit probleem, en nu moeten wíj dat oplossen door onze wetgeving aan te passen?

Helaas voor de boeren, en tienduizenden anderen, lijkt het er niet op dat premier Johnson als eerste met zijn ogen knippert.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.