Opinie

Rauwe pijn

Hugo Camps

De vorig seizoen nog bejubelde Mark van Bommel kijkt tegenwoordig als een oorwurm de wereld in. De coach van PSV worstelt met zijn ambities: weer de landstitel en een swingend parcours in Europa. Er is geen trainer in Nederland die zijn gemoed meer opentrekt bij winst of verlies dan Mark van Bommel. Eén slechte wedstrijd van PSV ontneemt hem de lust van leven. En dat zie je meteen teruggekaatst in zijn gezicht dat dichtklapt als een kolenschop. Het wordt een masker met dode ogen.

Onlangs nam Wesley Sneijder afscheid van het profvoetbal. Zonder centje pijn. Voetbal was voor de nummer 10 van het Nederlands elftal een bijkomstigheid geworden. De laatste jaren speelde hij alleen nog op routine, niet meer op bezieling. Een geslepen lange pass was voor hem een circusact. Wesley grossierde in kunstjes van hem alleen. Hij vond het best oké dat zijn leven meer soap dan sportieve strijd was geworden. De begenadigde middenvelder was vergiftigd door amusementsdollars.

Van Bommel is nooit in de wereld van recepties, televisie en bombarie getreden. Hij moest hard werken voor zijn status. De carrière van ‘Bommeltje’ is indrukwekkender dan die van Sneijder omdat hij het hoogste won met minder talent. Hij draaide op sluwheid en onverzettelijkheid. Hem kon je niet ‘dood’ spelen. Zijn lichaam was een keten van tanks. Blijven gaan tot over de verzuring. Van Bommel was een wielrenner.

Zijn band met PSV is een navelstreng die nooit echt is doorgeknipt. Allicht dat hij coach zou worden van de provinciale elite. Verkeerde keuze. Van Bommel komt alleen in een vijandige omgeving tot zijn hoogste rendement. PSV is een club van gebak en erwtensoep tegen de kou. De traditie staat in het teken van: een beetje geluk is ook al mooi. Die gemakzucht.

Na de armzalige wedstrijd tegen de bescheiden Noren van FK Haugesund werden de spelers van PSV donderdag uitgefloten. Voor hen is dat water dat van een eend afglijdt, voor Van Bommel is het rauwe pijn. Het kwetst hem als er in Eindhoven krom voetbal wordt gespeeld. Uiterlijk ondergaat hij het als een stoïcijn, maar de binnenbrand is hevig en onblusbaar. Op de bank zit dan een lijdende coach.

De incestueuze ambiance van PSV doet hem geen goed. Mark zoekt afstand, wil gedepersonaliseerd voetbal, het collectief moet er staan, niet alleen Hirving Lozano. Die er trouwens nog zelden staat. Van Bommel heeft de verkeerde baas. Toon Gerbrands is een aimabel man, maar zijn aandacht concentreert zich op budget en handel. Kwalitatieve impulsen zitten niet in het pakket. De eenzaamheid van Van Bommel is dat hij in Eindhoven omringd wordt door lobbesen in gemoedelijkheid. Voor zijn furieuze grinta is er weinig gehoor.

De speler Van Bommel ging door brandende hoepels voor de laatste bal. De coach heeft te veel schroom om zijn jongens tot dat soort roekeloze kamikazes te dwingen. Empathie is nu zijn vaandel. Mark van Bommel is een heer geworden en infecteert de spelers van PSV met een esthetische norm. Gevolg: verwarring en lamlendigheid. En juist daar kan hij niet tegen.

Van Bommel had zijn carrière als coach moeten beginnen in de Bundesliga. Daar had hij dertig Schwaabjes om zich heen gehad die aan zijn vallende wimper genoeg hadden voor een nieuwe uitbraak. Mark is op de Herdgang vooral omringd door misdienaren van het goede leven.

Santé, smakelijk.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.