Overleven dankzij kennis die al duizenden jaren wordt doorverteld

Zomerserie Het Verhaal Deze zomer verkent de wetenschapsredactie de relatie tussen de mens en zijn verhalen. Deze week: met verhalen van duizenden jaren oud dragen Aboriginals kennis over.

Illustratie Olivia Ettema

Een fataal lied heft de grote sterke Ngurunduri aan. In machteloze woede staat hij op het strand van Tjirbuk, Zuid-Australië vanwaar hij zijn twee weggelopen vrouwen nakijkt. Hij ziet hen wegrennen over een landbrug, naar de veiligheid van het land Karta, waar nu de zielen van de doden leven. Hij heeft zijn vrouwen slecht behandeld, maar weglopen accepteert hij niet. Maar zijn lange achtervolging is tevergeefs gebleken. „Val naar beneden uit de hoogte, machtige wind!” brult Ngurunduri als laatste wraakmiddel. „Kom naar beneden uit de noordelijke hemel, water uit de diepte! Kom met machtige golven! Pink’ul’un’urn ‘pranukurn! Val, jij water!”

En zo gebeurde. De oceaan kwam omhoog en verwoestte de landbrug. De vrouwen spoelden naar het zuiden. Ze verdronken en veranderden in steen. Nog altijd liggen ze in de baai, als de Meralang-eilanden. Een mand die de jongste vrouw in paniek had weggeworpen, vormt het derde eilandje. Na zijn lied dook Ngurunduri, voorouder van de Ngarrindjeri-Aboriginals, in de oceaan en hij zwom naar Karta, dat nu Kangoeroe-eiland heet. Vandaar steeg hij uiteindelijk op naar Waieruwar, het hemelgewelf.

Heroïek en moraliteit

Het is een van de vele droomtijd-verhalen van de Aboriginals. Deze inheemse bewoners van Australië leefden daar al tienduizenden jaren als jagers-verzamelaars voordat eind 18de eeuw de westerse kolonisatoren verschenen. Hun ‘droomtijdverhalen’ vormen een enorm corpus van zorgvuldig doorvertelde verhalen. De meeste verhalen zijn bekend uit geschriften van westerse antropologen, missionarissen en andere belangstellenden die de verhalen opschreven in de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw.

Heroïek, natuurlijke historie, geografie en moraliteit zijn belangrijke elementen in de verhalen. De sociale boodschap van Ngurunduri’s waterliedverhaal lijkt wel helder: vrouwen die weglopen worden bestraft, al zit er óók de les in dat een man die zijn vrouwen slecht behandelt door hen verlaten kan worden.

Maar met dat overstromingsverhaal is nog iets aan de hand. Voor Patrick Nunn, een Australische hoogleraar in de geografie, is Ngurunduri’s verhaal een van de vele Aboriginal-verhalen waarin verslag wordt gedaan van het stijgen van de zeespiegel na de laatste IJstijd, vele duizenden jaren geleden. „Dat sommige van die verhalen zo oud zouden zijn en al 300 generaties lang van ouder op kind worden doorverteld, lijkt ongelofelijk en ik blijf zelf ook wetenschappelijk voorzichtig. Maar ik vind de aanwijzingen heel overtuigend”, zegt Nunn telefonisch vanuit Brisbane, Australië.

Vulkaanuitbarstingen

Vorig jaar verscheen Nunns boek The Edge of Memory, waarin ook het verhaal van Ngurunduri een plaats kreeg, samen met twintig andere over ondergelopen vlaktes, verdwenen eilanden en stijgend water. Nunn is een pionier in het vakgebied van de geomythologie, waarbij in oude verhalen naar reële observaties van aardbevingen, overstromingen, vulkaanuitbarstingen en dergelijke wordt gezocht. De term geomythologie stamt al uit 1968; ruim tien jaar geleden is er een groot congres aan gewijd waaraan ook Nunn een bijdrage had (over verhalen over verdwijnende eilanden in de Stille Oceaan). In een ander onderzoek, gepubliceerd in de congresbundel van de Geological Society London, werden ruim 4.000 Zuid-Amerikaanse mythes doorgelicht en diverse verhalen gevonden over meteorieten (‘een zuster van de zon verscheen met een dodelijke bliksemflits') en vulkaanuitbarstingen (‘een zwarte wolk kwam uit het zuiden en regende vuur’). In 2009 werd zelfs een nogal speculatief verband gelegd tussen de verhalen over de slang Ouroboros (die zijn eigen staart vastgrijpt) en het noorderlicht.

Een rampzalig verlies

Voor Australië stelde Nunn vast dat de vrouwen van Ngurunduri 10.000 jaar geleden inderdáád over vaste grond naar Kangoeroe-eiland hadden kunnen lopen. Dertig meter diep is nu het vijftien kilometer brede kanaal dat Kangoeroe-eiland scheidt van het vasteland. In het boek rekent Nunn voor hoe hoog het oceaanwater bij Australië stond in welke periode. Op het hoogtepunt van de IJstijd, 20.000 jaar geleden, stond het zeewater 130 meter lager, omdat zoveel water vastgelegd was in landijs. Australië was daardoor toen 30 procent groter dan nu. Daarna begon het smelten, 13.000 jaar geleden was de zeespiegel nog 60 meter lager dan nu, 10.000 jaar nog maar 30 meter, en rond 7.000 jaar geleden werd het huidige peil bereikt. En al die tijd woonden er Aboriginals in Australië, vanaf 60.000 jaar geleden verspreiden ze zich vanuit het noorden. Ongeveer 500 kilometer ten noordoosten van Kangoeroe-eiland ligt het drooggevallen meer Lake Mungo, waar al 50.000 jaar geleden mensen woonden.

Juist in Australië, met zijn langdurige regionale stabiele bewoning, is zo’n diepe worteling van een verhaal te verwachten, zegt Nunn. „Ik geloof niet dat Ngurunduri daar toen zijn vrouwen vermoordde met een waterlied, maar ik denk wel dat tienduizend jaar geleden zo een rampzalig verlies aan jacht- en leefgebied voor het nageslacht werd vastgelegd. Voor het geval dat zoiets nóg eens zou gebeuren. Dát is de functie van al die verhalen: belangrijke zaken voor het nageslacht bewaren. Dramatisch gemaakt met reuzen, wonderdieren en spannende plotwendingen, want anders blijft zo’n verhaal niet hangen. Met zang, dans, bijzondere vertelwijzen en rotstekeningen werd dat verhaalgeheugen ondersteund.” Verhalen en tekeningen waren dus geen ‘vrije kunst’, maar een cruciale overlevingsmiddel en onderwijsmethode. Nunn: „Door al onze schriftelijke informatie kunnen wij westerlingen gewoonweg niet meer begrijpen hoe jagers-verzamelaars in staat waren om in dit soort verhalen een enorme hoeveelheid informatie vast te leggen.”

Speer in de staart

De diep in de cultuur gewortelde verhaaltradities zijn nauw aan het Australische landschap verbonden. Over Ngurunduri wordt bijvoorbeeld ook verteld dat hij ooit Pondi, een enorme zaagbaars, achternazat in het binnenland. Uit de klappen van Pondi’s staart ontstonden alle wendingen en lagunes in de grote Murray-rivier in Zuidoost-Australië. En het korte rechte stuk van die waterloop ontstond toen Ngurunduri met zijn speer Pondi in de staart stak. Uiteindelijk kon Ngurunduri de vis Pondi doden en hij hakte hem in stukken. De stukken gooide hij in zee: uit ieder stuk ontstond een aparte vissoort.

De klassieke term voor de Aboriginal-verhalen, droomtijd, laat het systeem vager klinken dan de boekenkast vol kennis waarmee Nunn ze vergelijkt. Die verhaalcultuur had ook best ‘mythologie’ kunnen heten, maar dankt de dromerige naam aan een niet onomstreden negentiende-eeuwse vertaling van het woord altyjerra, van het Centraal-Australische volk van de Arrernte. Het dromen verwijst naar het bestaan van een werkelijkheid die heden en verleden overstijgt, als een soort ver verleden dat nog steeds bestaat.

Het verhaal als onderwijssysteem en overlevingsmiddel trekt de laatste jaren ook in de antropologie meer belangstelling, juist omdat de standaardopvatting altijd was: in primitieve samenlevingen bestaat geen onderwijs. Op de steppe en het oerwoud zijn nu eenmaal geen leraren in een klaslokaal. Maar er is dus wel iets anders. De Amerikaanse antropoloog Michelle Scalise Sugiyama schrijft in een recent artikel: „Er is een opvallend verband tussen de terugkerende thema’s in de verhaaltradities van jagers-verzamelaars en de problemen die ze in hun leven tegenkomen.”

Verstandige beslissingen

In de vele dierenverhalen worden ‘persoonlijkheidsprofielen’ gegeven die voorspelling van het werkelijke gedrag van het prooidier vergemakkelijken, in oorlogsverhalen worden terloops tactieken en verstandige beslissingen behandeld, en in de vele reisverhalen kan de complete geografie van een gebied behandeld worden, zo schrijft Scalise Sugiyama. In de moderne samenleving, met onderwijs, Wikipedia, beroepsverenigingen en professionele hulpverleners, is die enorme overlevingswaarde van verhalen onnodig geworden. Patrick Nunn: „De praktische wortels van die verhalenvertelcultuur, die als een middel tot overleving fungeerde, zijn verdwenen uit de meeste moderne culturen. Voor ons zijn alleen de andere aspecten overgebleven, die nu een doel op zich zijn: drama en theater.”

In de droge, harde wereld van het Australische continent was zo’n informatievoorziening misschien nog wel belangrijker dan elders, zegt Nunn. Vanwege het barre klimaat, maar ook omdat Australië het enige continent is waarbij de belangrijkste invloed op het weer niet de seizoenen zijn maar het meerjarige en niet altijd regelmatige systeem van de El Niño’s in de Stille Oceaan. Iedere snipper kennis van de omgeving kon levensreddend zijn. Nunn: „Je kunt de droomtijdverhalen zien als een bibliotheek van boeken in het hoofd van de mensen.” Er was een heel correctiemechanisme om de verhalen zo goed mogelijk door te geven over de generaties. De verhalen werden in de mannelijke lijn doorverteld, aldus Nunn. En daardoor kreeg een zoon van een dochter zijn verhalen via net een andere lijn. Via grootvaders van moederskant konden dan de verhalen worden vergeleken, en zonodig worden gecorrigeerd.

Ruzie tussen verschillende dieren

„Daarbij komt nog”, zegt Nunn, „dat die overstromingsverhalen op zoveel plaatsen in Australië voorkomen, en allemaal anders, dat het niet aannemelijk is dat de verhalen uit één bron verspreid zijn, zoals wel in het Midden-Oosten is gebeurd met het zondvloedverhaal.” Het overstromen van de Spencer-baai, niet ver van Kangoeroe-eiland, leidde bijvoorbeeld tot een verhaal over een ruzie tussen verschillende dieren. Dat conflict werd door een kangoeroe beëindigd door, na een droom, met een magisch dijbeenbot een diepe voor door het land te trekken waardoor het zeewater binnenstroomde. En uit Zuidoost-Australië is het verhaal van Kurnai-kinderen bekend, volgens Nunn een herinnering aan het rampzalige overstromen van de uitgestrekte kustvlakte door het stijgen van de zee. De Kurnai woonden toen op „die vlakte ten zuiden van Gippsland die nu zee is”, zo werd verteld. In het veld vonden spelende kinderen een muziekinstrument, een snorrebot. Blij brachten ze het terug naar het kamp en lieten het aan de vrouwen zien. „Onmiddellijk verbrokkelde de aarde en overal was water. De Kurnai verdronken.” Want de kinderen hadden een belangrijk taboe doorbroken: dat snorrebot was alleen voor mannen...”

En zo is er een nieuwe fase in het mythologisch onderzoek ontstaan: mythologie als primitief onderwijssysteem en opslagplaats van bijzondere gebeurtenissen die van belang kunnen zijn in de toekomst. Ooit zag de filosoof Plato mythes als verzonnen verhaaltjes om natuurlijke verschijnselen te verklaren. Andere denkers in de oudheid zagen het juist als overblijfselen van halfvergeten werkelijke gebeurtenissen. In modernere tijden worden mythen beschouwd als een projectie van het onbewuste, als een manier om psychologische inzichten uit te drukken (Micea Eliade, Joseph Campbell), de meer sociologische aanpak legt de nadruk op het verband met rituelen die de samenleving samenbinden (Bronislaw Malinowsky) en de daarop lijkende structuralistische aanpak ziet de mythes als een soort totaalweerspiegeling van de maatschappij (Claude Levi-Strauss).

Enorme arrogantie

„Wat mij het meest opvalt”, zegt Nunn, „is de enorme arrogantie van moderne mensen die neerkijken op deze ‘verhaaltjes’ en denken dat mensen pas nu over echte kennis beschikken, alsof onze voorouders in duisternis leefden. In werkelijkheid leefden mensen vroeger goed geïnformeerde levens en konden zij beschikken over de neergeslagen kennis van duizenden jaren. Ik leerde die tradities kennen toen ik lesgaf op een universiteit op Fiji, en contact kreeg met gemeenschappen die nog zo leefden. Ik had toen ook de taal geleerd. Ze konden me zoveel vertellen over geologische gebeurtenissen, als ik maar op de juiste manier luisterde. Het is een andere kennis dan waaraan wij gewend zijn, maar wel degelijk ook kennis.”

En nee, zegt Nunn nog maar eens, dat betekent natuurlijk niet dat alles in die verhalen wáár is. Sinds de publicatie van zijn boek geeft hij veel lezingen op festivals in Australië. „Ik krijg nu ook veel meer post dan vroeger. Zoals laatst iemand die in een mail opgetogen uit de doeken deed dat mijn boek betekende dat al die verhalen waarin zeemeerminnen voorkwamen dus ook waar moesten zijn! Die heb ik maar geantwoord dat mij dat veel te ver ging. Dat idee is echt not real.”