Opinie

Europa: een egeltje tussen de leeuwen

Toekomst Als de NAVO in 2030 uiteengevallen is, is de wereld een strijdtoneel van grootmachten. Een militaire rol moet de EU dan niet langer willen, schrijft .
Illustratie Rayma Suprani/Cagle

What if?-verhalen schrijven is een populair tijdverdrijf. Maar zelden werd het scenario van een uiteenvallende NAVO gekozen. Decennia was dat simpelweg ondenkbaar. The Economist deed het in juli 2019, toen het blad vooruitkeek naar 2024, vijfenzeventig jaar na de oprichting van het militaire bondgenootschap. Het blad stelde zich voor hoe de herkozen Amerikaanse president Trump een jaar daarvoor, tijdens het kijken van zijn favoriete talkshow, Fox & Friends, en nog kauwend op een zeldzaam ontbijt van bacon en eieren, zo stel ik me voor, een tweet de wereld ingeslingerd had waarin hij terugtrekking van tienduizend Amerikaanse soldaten uit Europa had geëist. Nu, anno 2030, weten we dat dat jaren duurde, maar óók dat het doemscenario uit 2019 realistisch was: Amerika is uit de NAVO gestapt, het bondgenootschap is na acht decennia verkruimeld. Waar Amerika eens de onbetwiste leider van een hechte alliantie was, is het nu een isolationistisch beveiligingskantoor waar je het artikel ‘afschrikking’ of ‘verdediging’ los kunt bestellen. Levering niet gegarandeerd.

De Amerikaanse kernwapens in Europa, ook de ongeveer twintig stuks in Volkel die voorbestemd waren onder de Nederlandse F-35’s opgehangen te worden, zijn inmiddels teruggehaald. De VS wilden niet het risico lopen van een Russische raket op New York of Detroit, als vergelding voor een B61-12-bom op Kaliningrad of Sint Petersburg.

Precies zoals The Economist voorzag, had Rusland na deze Amerikaanse stap zijn kans schoon gezien en in 2024 Wit-Rusland ‘op zijn Krims’ ingelijfd, waarna Poetin zich via een referendum tot leider van het nieuwe grote land, de Federatie Rusland-Belarus, had laten kronen. Russische tanks staan sindsdien te grommen op tweehonderd kilometer afstand van Warschau, aan de grens met Polen.

Op militair gebied stelt Europa weinig voor, ook al geven de Europese landen vier keer zoveel geld aan defensie uit als Rusland. Na de ontrafeling van de NAVO hebben de achtergebleven Europese landen geprobeerd de Europese Verdragsorganisatie (EVO) op te richten als substituut. Probleem: het Verenigd Koninkrijk – nu ja ‘verenigd’? Na de harde Brexit eind 2019 wilden Schotland en Noord-Ierland eruit stappen; kwestie die nog steeds sleept – wilde niet meedoen. Frankrijk werd met veel moeite overgehaald om met zijn nucleaire wapens niet alleen zichzelf maar ook de nog resterende bondgenoten te beschermen, na toezeggingen over het delen van de kosten.

Verder zijn er kleine clubjes: de noordelijke landen vormen hun eigen alliantie, er is een Adriatisch (Italiaans) bondgenootschapje, er zijn de Visegradlanden. Minilandjes als Montenegro – in 2018 al eens beledigd door Trump omdat hij zich na een NAVO-top hardop afvroeg of de VS dat land eigenlijk wel wilden verdedigen – en Noord-Macedonië horen er na pro-Russische coups helemaal niet meer bij.

Tijdperk van grootmachten

De geopolitieke kaart is dus in korte tijd totaal veranderd. Van unilateraal leiderschap – en de bijbehorende privileges die een supermacht als de Verenigde Staten zich ooit toedichtte om de orde naar paxamericanistische hand te zetten – is al lang geen sprake meer. We zitten nu volop in de era van great power competition. Zekerheden uit de oude vertrouwde naoorlogse geopolitiek – machtsverhoudingen, afschrikking, crisisdiplomatie, en wapenbeheersing – zijn gaan wankelen.

Of zelfs volkomen verdampt, want technologische doorbraken in kunstmatige intelligentie (AI), vervaging van wapencategorieën (‘conventioneel’ en ‘nucleair’) en hybride dreigingen hebben de wereld veel meer crisisinstabiliteit bezorgd dan, zeg, een halve eeuw geleden. Het is het trefwoord van deze tijd. Hypersone wapens die tien tot twintig keer de geluidssnelheid halen en ook tijdens hun vlucht nog manoeuvreerbaar zijn, maken elke verdediging bijna onmogelijk, en kunnen met ‘gewone’ ladingen vrijwel ieder doel op aarde uitschakelen. Vliegdekschepen zijn door hun kwetsbaarheid ongeschikt geworden voor power projection en worden alom afgedankt.

Waarschuwingstijden, vroeger al gevaarlijk kort met hooguit een half uur, zijn nu gereduceerd tot een paar minuten. Alles is dramatisch sneller geworden, behalve het menselijke beslissingsvermogen. Daarom is het begrip ‘betekenisvolle menselijke interventie’ – tien jaar geleden nog als harde voorwaarde gehanteerd voor elke militair met zijn vinger in de buurt van een rode knop, nu uitgehold en verlaten. Het lanceren van raketten is volledig toevertrouwd aan robots en algoritmen die beslissen of het niet ‘veiliger’ is om een aanval niet alleen niet af te wachten, maar vóór te zijn. Technologie-2030 zet een premie op snelheid en wendbaarheid, en de mens (generaals en regeringsleiders inbegrepen) kan dat niet bijbenen.

Europa moet niche kiezen

Wat moet Europa doen? Een offensieve rol van welke Europese kruimel dan ook is in de great power competition onmogelijk en ondenkbaar, en zou ik dus niet aanraden. Misschien is het wishful thinking (of misschien blijkt dit over elf jaar, in 2041, net zo realistisch als het Economist-scenario uit 2019), maar om te voorkomen dat Europa, althans de romp-EU, de noordwestelijke helft met Frankrijk, Spanje en Portugal, het kind van de rekening wordt, zal het verder moeten integreren. Het moet inzetten op een profiel van economische en niet zozeer militaire macht. Wel moet het kunnen schuilen onder de voorheen Franse nucleaire force de frappe ter afschrikking.

De oude vraag van Henry Kissinger, ‘wie krijg ik aan de lijn als ik Europa opbel?’, zal beantwoord worden met een heus Europees superministersduo van Buitenlandse Zaken en Defensie, dat beslist over inzet van de krijgsmacht, buitenlandse vredesmissies, en het aanbieden van een nieuwe formule voor (het oude concept van) geopolitieke omgangsvormen: het eens zijn over fundamentele concepten als crisisstabiliteit en non-interventie.

Deze romp-EU mikt daarbij op de niche waarin het sterk kan zijn: toegang tot de thuismarkt, kennis, rechtsstaat, en het zich onthouden van ‘provocerend’ buitenlands beleid (geen nucleaire proliferatie, geen machtsprojecten, wel faciliteren van conflictoplossingen en prevalentie van diplomatie). Populair gezegd: Europa kiest voor het profiel van een vriendelijke egel – geen haas of leeuw.

Dit scenario borduurt voort op een artikel uit The Economist: What if America leaves Nato? (6 juli 2019)

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.