Dichter Tom van Deel maakte de ongrijpbare werkelijkheid tastbaar

Tom van Deel 1945-2019 Hoewel het oeuvre van dichter Tom van Deel bescheiden is, was zijn invloed in de literaire wereld groot: jurylid in literaire commissies, recensent, docent en mede-oprichter van literair tijdschrift ‘De Revisor’.

Tom van Deels gedichten waren als miniaturen, vaak geïnspireerd op beeldende kunst, met regels als deze: „als ik hier niet vandaan raak/ grijpt het ons beiden aan”.
Tom van Deels gedichten waren als miniaturen, vaak geïnspireerd op beeldende kunst, met regels als deze: „als ik hier niet vandaan raak/ grijpt het ons beiden aan”. Foto Leo van Velzen

Voor dichter, universitair docent en recensent Tom van Deel bood literatuur troost en zingeving. In zijn essaybundel De troost van de vorm (2008) wijdt hij betekenisvolle gedachten aan hoe de vorm „een raster over de werkelijkheid legt”. Bij Van Deel waren romans en gedichten er nooit ‘zomaar’. Ze moesten zodanig gestructureerd zijn, dat de ongrijpbare werkelijkheid zichtbaar en tastbaar werd. Afgelopen maandag 12 augustus is Tom van Deel in zijn woonplaats Amsterdam op 74-jarige leeftijd overleden.

Van Deel werd op 21 februari 1945 in Apeldoorn geboren en studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Op 22-jarige leeftijd publiceerde hij zijn eerste gedichten onder de pseudoniemen G. en Gerrit Vogel in het studentenblad Pharetra van de Vrije Universiteit Amsterdam en een jaar later onder eigen naam in Propria Cures.

Kort daarop debuteerde hij bij uitgeverij Querido met de bundel Strafwerk (1969). Wie dit debuut nu herleest, met de gedichten die Van Deel zelf ‘versjes’ noemde, zou uit de lichte Nescio-achtige jongensheid die eruit spreekt niet kunnen vermoeden dat Van Deel zich zou ontwikkelen tot een zeer invloedrijk jurylid in tal van literaire commissies en tot belangrijk recensent, onder meer voor Trouw. Hij vervulde die positie vanaf 1969 tot ver in deze eeuw. In 1973 was hij ook mede-oprichter en redacteur van het toonaangevende literaire tijdschrift De Revisor.

Persoonlijke vriendschappen

Lees ook over De Revisor: Bepalen wie er goed of slecht is (2010)

Hij was onvermoeibaar pleitbezorger van onder anderen Simon Vestdijk, Willem Brakman, Gerrit Krol, Jeroen Brouwers, Rutger Kopland en Willem van Toorn. Van Deel sloot met deze auteurs persoonlijke vriendschappen. Dat is hem als recensent wel eens nagedragen, maar het was zijn overtuiging dat deze band zijn visie op het werk scherpte. Behalve criticus en dichter was hij een analytisch interviewer die gerust uren met een gesprekspartner over diens oeuvre sprak, graag in het openbaar. Leerzaam en ook geestig is zijn essaybundel De komma bij Krol (1986), waarin hij ingaat op het fenomeen leestekens en wat die betekenen.

Schrijver en classicus Nicolaas Matsier kende Van Deel al vanaf de derde klas op de lagere school, toen beiden als buitenstaanders in Den Haag terechtkwamen. „Hoewel ik een andere studierichting deed, volgde ik bij Tom thuis kleine clubjes close reading”, zegt Matsier, verwijzend naar een vorm van begrijpend lezen. „Niemand leerde me gedichten te lezen, hij wel.” Van Deel is volgens Matsier van „onschatbare waarde” geweest voor zijn eigen literaire ontwikkeling. „Vooral ook als redacteur van De Revisor, waarin opzienbarende talenten debuteerden, onder wie Patrizio Canaponi, destijds pseudoniem van A.F.Th. van der Heijden.”

Matsier herinnert zich dat Van Deel voor hem een geheime ontmoeting regelde met Querido-uitgever Reinold Kuipers. „Daardoor kon ik bij Querido debuteren.” Matsier noemt Van Deel bescheiden over zijn literaire werk: „Zijn grote kracht ligt in de perfecte aandacht die hij heeft voor kleinheid en bewegingloosheid, dat is bijzonder in de Nederlandse dichtkunst.” In zijn recensies, die hij veertig jaar lang schreef, sloeg hij nooit een „opgeblazen toon aan, maar was hij altijd nauwgezet en precies. Hij probeerde een nieuwe roman of verhalenbundel van een auteur altijd in het perspectief van zijn oeuvre te plaatsen.”

Jan Kuijper, dichter en voormalig redacteur bij Querido, vergelijkt het werk van Van Deel met dat van J.C. Bloem, auteur van een klein oeuvre en tevens een gezaghebbend literair criticus. Kuijper: „Van Deel moet duizenden recensies hebben geschreven, niet alleen voor Trouw maar ook als auteur van korte bibliotheekrecensies. Hiermee heeft hij ontegenzeggelijk de boekencollecties van bibliotheken verrijkt.”

Evenals Matsier vindt Kuijper dat Van Deel in zijn recensies open stond voor een veelheid aan literaire vormen en stijlen. „Hij was een invoelend recensent.” Natuurlijk was het ook lastig om je in de Nederlandse literaire wereld staande te houden als dichter, redacteur en criticus, en Van Deel vond daarop een passend antwoord: „Hij raakte met veel schrijvers bevriend.” Hoewel zijn poëzie eenvoudig lijkt, aldus Kuijper, „liggen er complexe en weemoedige gevoelens aan ten grondslag”.

Van Deel is, aldus Kuijper, in onze dichtkunst een van de belangrijke dichters die het beeldgedicht uitvonden: poëzie geïnspireerd door beeldende kunst. Hoewel hij een grote aandacht had voor hermetische, gesloten poëzie zoals bijvoorbeeld Hans Faverey schreef, is Van Deel „altijd toegankelijke poëzie blijven schrijven”, aldus Kuijper.

De kunst van begrijpend lezen

In zijn lange carrière als docent Moderne Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, tussen 1971 en 2006, inspireerde hij toekomstige dichters en recensenten, onder wie Marjoleine de Vos, met wie Van Deel dertig jaar samenleefde, Rob Schouten en Guus Middag. Volgens Schouten was hij een „eminent lezer van poëzie en leerde hij zijn studenten de kunst van close reading.”

Met 150 gedichten op zijn naam, verspreid over bundels als Recht onder de merels (1971), Klein diorama (1974), Achter de waterval (1986) en Nu het nog licht is (1998), is zijn oeuvre bescheiden. Maar het soortelijk gewicht is beslist hoog. Een van de hoogtepunten is de met de Jan Campert-prijs 1987 bekroonde bundel Achter de waterval, een titel die vrienden van Van Deel interpreteerden als een verwijzing naar het Kuifje-album De zonnetempel, maar Van Deel zelf had zich laten inspireren door de waterval in Park Sonsbeek bij Arnhem. Van Deels gedichten zijn als miniaturen, met regels als deze: „als ik hier niet vandaan raak/ grijpt het ons beiden aan”. Lees je goed, dan gaat het over een opgezette, met een speld vastgeprikte vlinder.

Aanpassing (16 augustus, 13.40 uur): Een kortere versie van deze necrologie stond al eerder online. Deze is verder aangevuld.