De rente daalt, maar banken blijven wel verdienen

Rendement rente De lage rente holt het verdienmodel van banken niet uit: door de hypotheken lopen ze nog steeds binnen. Uit onderzoek blijkt dat banken die werden gered al jaren te hoge rentetarieven rekenen.

Foto ISTOCK, beeldbewerking NRC

Drie jaar geleden waarschuwde president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank (DNB) in Nieuwsuur hoe de lage rente Nederlandse banken in de problemen brengt. Toezichthouder DNB had net een nieuw Overzicht Financiële Stabiliteit uitgebracht, waarin omslachtig werd gewaarschuwd voor de „negatieve gevolgen” van de „aanhoudend lage rente” voor banken.

Knot wees erop dat banken eerst nog profijt hadden van hypotheken en andere kredieten, die waren afgesloten in een periode dat de rente hoger was. „Maar langzamerhand komen al die leningen vrij en moeten ze worden doorgerold tegen lagere tarieven. Dat holt de winstgevendheid uit.”

Inmiddels is de rente nóg veel verder gedaald. Het trendsettende rentetarief op de belangrijkste Nederlandse staatsleningen is omgeklapt van 0,5 procent naar een historisch lage -0,5 procent. Beleggers moeten dus betalen om de staat geld te mogen lenen.

Consumenten ontvingen ten tijde van Knots waarschuwing bijna drie jaar geleden al weinig rente op hun spaarrekeningen: 0,3 procent. Maar ook in dat tarief is hard gehakt. Er resteert nog een tiende: spaarders ontvangen bij ABN Amro, ING en Rabobank respectievelijk 0,02 en 0,03 procent rente.

Met deze ongekende neerwaartse renteontwikkelingen en Knots waarschuwing over het uithollen van de winstgevendheid in het achterhoofd, zou je in de boeken van ’s lands grote banken een slagveld verwachten: vervlogen winsten, verdwenen rente-inkomsten en verdampte marges.

Robuuste marges

Maar dat is niet het geval. Hoe zit dat? Nederlandse banken zijn voor meer dan 70 procent van hun inkomsten afhankelijk van rente-inkomsten. Europees gezien ligt dat percentage alleen bij Griekse banken hoger. En hoewel er – mede door vrees voor een recessie – druk op hun aandelenkoersen staat, gaat het de Nederlandse banken juist wat betreft hun rente-inkomsten voor de zon.

„We boekten een sterke nettowinst van 693 miljoen euro”, zo begon ABN Amro-topman Kees van Dijkhuizen vorige week zijn presentatie over de kwartaalcijfers. De belangrijkste oorzaak van de mooie cijfers? Hogere rentebaten. ABN hield in april, mei en juni bijna 1,7 miljard euro aan rente-inkomsten over: 2 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.

Bij ING – dat twee weken geleden kwartaalcijfers presenteerde – is dat beeld niet anders. In april, mei en juni streek de bank 3,47 miljard euro aan rente op: 0,8 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. ING-topman Ralph Hamers sprak van „robuuste renteverdiensten” en „verbeterde hypotheekmarges”.

Foto ISTOCK, beeldbewerking NRC

En bij Rabobank, dat afgelopen donderdag de halfjaarresultaten bekendmaakte, daalde de nettowinst weliswaar fors met 29 procent, maar dat kwam door het nemen van extra voorzieningen voor zakelijke klanten die hun leningen niet kunnen terugbetalen. De rente-inkomsten daalden minimaal, met 1 procent, naar 4,2 miljard euro. Financieel topman Bas Brouwers sprak van „gezonde marges”. „Al met al zijn we tot op heden goed bestand tegen de moeilijkere renteomgeving.”

Bestudering van de financiële verslagen van ’s lands grootste banken en data van DNB laat zien dat zij zich de afgelopen jaren bijzonder goed staande weten te houden in de wereld van historisch lage rentes. De rente die ze ontvangen op nieuwe hypotheken (met een looptijd van 5 tot 10 jaar) daalde de afgelopen drie jaar nauwelijks: van 2,37 procent in de herfst van 2016 naar 2,2 procent in juni.

Lees ook: Zeven winnaars en verliezers van de historisch lage rente

Terwijl de rente is ingestort, houden de banken hun renteverdiensten én marges dus op peil. Sinds Knot in 2016 waarschuwde voor het uithollen van de winstgevendheid kende ING zelfs geen enkel kwartaal van dalende rente-inkomsten. Hoe kan dat?

Gebrek aan concurrentie

Door kritisch te zijn, zo zei ING-topman Hamers onlangs in een gesprek met analisten. Daar zei hij dat ING alleen kredieten verkoopt waarop ze de door haar vooraf gewenste marge op behaalt. De rest laat de bank lopen. Clifford Abrahams, de financieel topman van ABN Amro, zei iets vergelijkbaars. „Wij doen alleen hypotheken als er gepaste opbrengsten tegenover staan.”

Opvallend is dat de banken met deze benadering hun inkomsten probleemloos op peil houden. Dat roept de vraag op of zij wel voldoende concurrentie ondervinden.

Recent verscheen een onderzoek van universitair docent Mark Dijkstra (Universiteit Utrecht) en hoogleraar mededingingseconomie Maarten Pieter Schinkel (Universiteit van Amsterdam) naar hypotheekmarges. Zij bestudeerden de ontwikkeling van de door marktleiders ING, ABN Amro en Rabobank aangeboden hypotheekrente in Nederland in de periode 2004 tot 2016. In hun onderzoek tonen zij aan dat door een gebrek aan concurrentie de drie grootbanken hun hypotheekrentetarief vanaf voorjaar 2009 jarenlang structureel bovenmatig hoog konden houden. De rente lag gemiddeld 26 procent hoger (1,25 procentpunt) dan als er wel concurrentie was geweest, zoals voor de crisis.

De verhoging van de rente begon in 2009 als gevolg van de staatssteun die onder andere ABN Amro en ING ontvingen. Via een lobby bij de Europese Commissie kreeg Rabobank voor elkaar dat de geredde banken geen prijsconcurrentie met Rabo mochten aangaan. Alleen Rabobank mocht dus de laagste rente hebben. Als Rabobank de hypotheekrentes verhoogde, moesten de andere banken hun rente óók verhogen – anders handelden zij in strijd met de staatssteunregels. Met andere woorden: eerst werden de banken met belastinggeld gered en daarna rekenden ze hun klanten jarenlang – door toedoen van Europa – te hoge hypotheektarieven.

Omdat hij dit de afgelopen jaren niet heeft onderzocht, kan hoogleraar Schinkel echter niet wetenschappelijk stellen dat de huidige hoge renteverdiensten het gevolg zijn van gebrekkige concurrentie.

Lage uitleenkosten

Volgens hypotheekadviseur De Hypotheker en consumentenorganisatie Vereniging Eigen Huis is er tegenwoordig wel degelijk goede concurrentie op de hypotheekmarkt. Beide wijzen erop dat er in vergelijking met de situatie na de crisis – toen Fortis, DSB en buitenlandse aanbieders verdwenen – weer sprake is van een flink toegenomen aantal hypotheekaanbieders, en dat de consument zowel qua hypotheekproduct als prijs echt iets te kiezen heeft.

„Als de marge voor banken hetzelfde blijft, heeft dat mogelijk te maken met andere factoren, zoals de inkoop van geld”, stelt De Hypotheker in een reactie. Dat banken goedkoop aan geld kunnen komen, bevestigt hoogleraar Schinkel. „Met de zeer lage rentes zijn ook de inleenkosten voor banken laag. Daarop is elke positieve uitleenrente al gauw een flinke marge.”

Maar dat is niet het hele verhaal. Banken verdienen traditioneel geld aan beide kanten van hun balans: op het spaargeld dat bij hen geparkeerd wordt en op de leningen die ze verstrekken. „Aan die spaarkant wringt nu de schoen. Die kost banken nu gewoon geld, in plaats van dat ze erop verdienen”, zegt analist Albert Ploegh, die bij ING voor beleggers onafhankelijk marktonderzoek doet naar financiële instellingen.

Dat zit als volgt. Nederlanders hebben zo’n 370 miljard euro aan spaargeld bij banken staan. Een deel daarvan beleggen banken voor langere tijd, onder meer in hypotheken. Maar een deel van dat spaargeld moeten banken ook beschikbaar houden voor het geval klanten dit willen opnemen. Dat geld wordt bij de Europese Centrale Bank gestald tegen een negatieve rente van 0,4 procent.

Die negatieve rente doorberekenen aan consumenten durven banken vooralsnog niet. „Buitengewoon onwenselijk, zeker niet wat wij beogen”, zei Rabobank-topman Wiebe Draijer deze week nog. Het zou betekenen dat mensen rente moeten gaan betalen over hun spaargeld. En niemand weet hoe consumenten daarop reageren. Vandaar dat nu de grootbanken nog een bijna symbolisch rentetarief van 0,02 en 0,03 procent bieden.

Het verlies dat banken lijden op het spaargeld, maken zij goed met hun marges op hypotheken en andere leningen. „Hypotheekrentes zijn de afgelopen maanden wel iets omlaag gegaan, maar dat is vrij beperkt. Terwijl de financieringskosten van banken heel hard zijn gedaald”, zegt Ploegh. Het spaargeld dat ze deels in hypotheken steken is nagenoeg gratis, de rente op de kapitaalmarkt extreem laag. „De marges op de nieuwe hypotheken zijn dus behoorlijk opgelopen.”

Prijsdiscipline

ABN Amro, ING en Rabobank maken in hun recente financiële verslagen inderdaad allemaal melding van hun gestegen marges op nieuwe hypotheken.

De financieel topmannen van ABN Amro en ING roemden de afgelopen weken bij de toelichting van hun cijfers hun eigen ‘prijsdiscipline’ waarbij zij hoge marges kunnen hanteren zonder te vrezen voor fors verlies van marktaandeel aan de concurrentie. Die zit namelijk in hetzelfde schuitje en moet binnen dezelfde omstandigheden van lage spaarrente opereren.

„Alle banken hebben hetzelfde probleem”, constateert analist Ploegh. „Ze opereren in dezelfde dynamiek, dus er is weinig onderlinge druk om de hypotheektarieven snel omlaag te gaan brengen om veel marktaandeel te gaan winnen. Want met hun hoge marges compenseren ze de druk op hun spaarbedrijf.”

Hoewel ook verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsinstellingen zich op de hypotheekmarkt begeven, wordt zo’n driekwart van de hypotheken op de Nederlandse markt verstrekt door banken, met Rabobank, ABN Amro en ING aan kop.

Verzekeraars bieden ook hypotheken aan, maar hun hypotheekportefeuilles zijn volgens Ploegh al behoorlijk gevuld. En van nieuwe partijen als Munt Hypotheken (waar pensioengeld achter zit) hoeft ook geen agressieve marktverstoring verwacht te worden, ziet Hans André de la Porte van Vereniging Eigen Huis. „Dat zijn ook spelers die rendement willen halen. Die kunnen niet uitleggen als ze klanten cadeautjes gaan geven op hypotheken terwijl ze de pensioenen moeten korten.”

Veel opgewonden consumenten hebben zich overigens nog niet gemeld bij Vereniging Eigen Huis, zegt André de la Porte. „In de crisisjaren was dat wel anders. Toen lag de hypotheekrente rond de 5 procent en stonden hypotheken onder water. Nu krijgen mensen voor hun gevoel een historisch lage rente. Waarom zouden ze dan zeuren over de marge die hun banken maken?”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.