Opinie

De Dom als tijdbom

Christiaan Weijts

Het yogaklasje schuilt onder het prieel. Zodra het droog is in Park Lepelenburg, rollen de nieuwe eerstejaars hun matjes weer uit in het gras. Kleermakerszit. Dertig negentienjarige boeddha’s, in strijd tegen de stress, waar zestig procent van de studenten last van schijnt te krijgen.

De Domtoren laat zich even tersluiks zien als de zon. Na twee jaar mag het topje eventjes uit de bouwsteigers, die uitgerekend nu worden vervangen. Vlaggetjes wapperen in de top. Raar idee: voor de menigte studenten in dit park – ze picknicken op grondzeilen – is dit de enige glimp die ze van de iconische toren zullen zien. Pas over vijf jaar wordt hij weer uitgepakt. Wie dan nog niet afgestudeerd is, bouwt een torenhoge studieschuld op. De Dom als zandloper, als de permanent tikkende tijdbom boven je hoofd.

En tijd is geld, dankzij het leenstelsel. Eén tentamen niet halen kan al betekenen dat je een heel jaar moet overdoen. Wat betekent dat voor mijn toekomstige hypotheek? Wat als de rente stijgt? Akelig volwassen kwesties allemaal. Geen van mijn medestudenten heb ik daar ooit over gehoord in de jaren negentig. Net zomin als over veel andere grote onderwerpen op de informatiemarkt, verderop in het Griftpark.

Er zijn loopbaanadviseurs, recruiters, vrijwilligersorganisaties, welzijnsstichtingen, uitzendbureaus, jongerenafdelingen van politieke partijen. Al die grotemensendingen, probeer daar maar tegenop te yogaën.

Alleen bij de ‘anticonceptiecamper’ blijft het verdacht stil. Statistisch gezien zijn hier nog flink wat maagden, want met seksen beginnen ze ook steeds later. Bovendien blijven ze sinds dat leenstelsel steeds langer thuis wonen – in 2014 ging nog 44 procent binnen vier maanden op kamers, vorig jaar nog maar 18,5 procent – wat de ruimte voor het seksuele experiment op zichzelf al catastrofaal inperkt.

Ziehier het lot van deze generatie: langer kind zijn, in een omgeving met steeds volwassener eisen, waarin je je geen misstappen of zijpaden kunt veroorloven, niet mag klieren, gedisciplineerd het puntenparcours door moet marcheren naar je loopbanen en je burn-outs.

Ooit was het andersom. Als student waande je je heel zelfstandig – uit huis, op kamers – terwijl de studietijd in feite een speelruimte was waarin je vrijelijk kon experimenteren. Van studie of bedpartner wisselen, je te buiten gaan aan bijvakken, leerzame, noodzakelijke fouten maken.

Toen was je volwassen in een kinderlijke wereld, nu ben je kind in een volwassen wereld. Sommigen zullen het vooruitgang noemen. Ik krijg toch wat te doen met deze jongeren, onwennig schuifelend door deze druilerige parken. De Domtoren heeft eventjes zijn hoofd uit zijn slaapzak gehesen om ze gade te slaan. Straks zal hij zich omdraaien en weer verdwijnen, heel hun korte studielevens lang.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.