Recensie

Recensie Muziek

Blauwbaard schuurt en prikkelt nog niet genoeg

Klassiek Musicus Thomas Dulfer brengt de kunsten samen in Blauwbaard. Het principe bloeit nog niet overal, maar verdient wel een tuin om in te groeien.

'Blauwbaard' van Thomas Dulfer is een Gesamtkunstwerk waarin meerdere kunstdisciplines samenkomen.
'Blauwbaard' van Thomas Dulfer is een Gesamtkunstwerk waarin meerdere kunstdisciplines samenkomen. Foto Jan Hordijk

Het meervoudige talent Thomas Dulfer - musicus en medicus - mag dit jaar het Gelderse klassieke muziekfestival NJO Muziekzomer naar zijn hand zetten. De fagottist doet dat onder meer met Blauwbaard, een Gesamtkunstwerk: een begrip vaak gebruikt door componist Richard Wagner voor zijn opera’s, die een symbiose moesten vormen van alle kunsten. Dulfer pakt het principe in speeltijd en menskracht wat bescheidener aan dan zijn grote voorganger – met twaalf musici, een actrice, een danser, een acrobate, een beeldend kunstenaar en een lichtartiest.

Hanneke Last schreef en speelt de tekst, waarin het verhaal van Blauwbaard zich ontvouwt vanuit het perspectief van een door hem vermoorde geliefde. Zij kan het niet nalaten om de zevende deur in zijn huis te openen: de deur die zijn meest duistere geheimen aan het oog onttrekt, de deur waarachter de ontzielde lichamen van zijn zes eerdere vrouwen liggen, de deur waarvan hij haar de sleutel geeft met het nadrukkelijke verzoek hem niet te gebruiken. Last situeert het sprookje in een onbestemd nu en stelt de vraag: moet je van je geliefde alles willen weten?

Gelukkig ontloopt de schrijfster de valkuil van het filosoferen over de rol van sociale media – ze zoekt naar de innerlijke kern van de mens. Dat laatste blijkt wel een opgave: haar monoloog is mooi, maar soms te lang, te talig, te verklarend, te af. Blauwbaard stuurt de bezoeker niet naar huis met schurende vraagtekens.

Wat de verbeelding meer prikkelt, zijn de optredens van danser Shailesh Bahoran en acrobate Micka Karlsson. Hij is de zwijgende Blauwbaard, wiens schokkerige lichaamstaal de indruk wekt van een strijd tegen een kwaadaardig wezen dat door zijn huid naar buiten wil breken. Karlssons adembenemende verticale ‘sluierdans’ tussen vloer en plafond laat zich niet goed definiëren. Maar dat is des te beter. Betoverend en gloedvol is ook de vertolking door Dulfers ensemble van fragmenten uit de opera Ariane et Barbe-Bleue van Dukas. Alleszins een voorstelling die het zou verdienen om – als work in progress – de komende jaren in het theater verder te groeien.