Zoo wordt kunst: alpaca’s en kippen in een beeldenpark

Beeldenpark Koen Vanmechelen, beroemd om zijn kippenkunst, heeft in Genk een beeldenpark annex dierentuin geopend. Labiomista is een proeftuin voor kunst en wetenschap.

Foto Jeroen Verrecht

Op de heetste dag in Genk sinds mensenheugenis staan vier dromedarissen te soezen in de schaduw van de bomen. „Ze kunnen goed tegen de hitte hoor”, zegt hun eigenaar, kunstenaar Koen Vanmechelen geruststellend. „In de woestijn waar ze vandaan komen, kan het wel vijftig graden worden.”

Zodra de dieren hem in het vizier hebben, komen ze naar de voederbakken gesjokt. „Ze zijn niet bijzonder mooi, maar ze hebben iets verhevens. Ik ben echt verliefd op ze”, zegt Vanmechelen, terwijl hij het mannetje onder zijn kin kroelt. Tot voor kort scharrelden ze rond zijn huis in Oudsbergen, waar zijn echtgenote een zorgboerderij runt. Nu bevolken ze de weides van Labiomista, het kunstproject annex dierenpark dat hij begin juli opende in mijnstad Genk.

Naast de dromedarissen lopen er ook alpaca’s, lama’s en emoes over het 24 hectare tellende terrein. Terwijl we over het betonnen pad wandelen dat anderhalve kilometer langs de dierenverblijven slingert, loopt een verontruste struisvogel met ons op. „Hij is een beetje agressief, want zijn vrouwtje zit verderop te broeden”, weet Vanmechelen. En natuurlijk huisvest Labiomista ook tientallen kippen, de diersoort waarmee Vanmechelen wereldfaam verwierf door ze in het kader van zijn Cosmopolitan Chicken Project te kruisen tot gezonde, multiculturele bastaards.

„Een evoluerend kunstwerk over de mix van het leven”, noemt Vanmechelen (Sint-Truiden, 1965), zijn beelden- en dierenpark. Al meer dan twintig jaar werkt de Belgische kunstenaar op de grens van kunst en wetenschap. Zijn oeuvre omvat schilderijen en sculpturen, maar ook installaties waarin dieren – opgezet en levend – de hoofdrol hebben. Vanmechelen ziet kunst als „gids in de zoektocht naar antwoorden op de grote uitdagingen van de 21ste eeuw”, zoals klimaatverandering en duurzaamheid. Hij is een wereldverbeteraar – noem hem vooral geen activist – die „positieve alternatieven” wil bieden voor de toekomst. Labiomista is zijn proeftuin en laboratorium waarin hij vrij kan experimenteren.

Foto’s Jeroen Verrecht

Hoofdkwartier van het park is The Battery, een door de Zwitserse architect Mario Botta ontworpen zwarte doos waarin Vanmechelens studio gevestigd is. Op de begane grond is een beeldengalerij waar ook levende kippen tentoon worden gesteld. Kunst en natuur, objecten en dieren, vormen in dit park een symbiotisch geheel. „Kijk eens wat een sculptuur”, roept Vanmechelen, wijzend naar de twintig meter hoge arendskooi op het dak van zijn atelier, waarin twee met uitsterven bedreigde Stellers zeearenden huizen. Ze maken deel uit van een internationaal broedprogramma. Als er een jong geboren wordt, zal Vanmechelen dat terugbrengen naar de Siberische wildernis waar de zeearend oorspronkelijk vandaan komt.

Naast The Battery staat de gerestaureerde directeursvilla van de mijn, die nu dienst doet als hoofdkantoor van de vijf stichtingen die Vanmechelen beheert. Hier is een ruimte ingericht over de geschiedenis van de streek, waar je kunt luisteren naar verhalen van buurtbewoners. En er is een Wunderkammer, gevuld met de Frankenstein-achtige sculpturen van Vanmechelen, gemaakt van marmer, dierenhuiden en kippenveren. „Ik ben een kruiser van ideeën en materialen”, lacht hij. „Ik laat me niet beperken tot één medium.”

Limburgse zoo

De Zwartbergmijn van Genk sloot in 1966. Vanmechelen kende het terrein uit zijn jeugd. Vanaf 1970 was hier de Limburgse zoo van de familie Wauters gevestigd, waar hij vaak te vinden was. Nadat de dierentuin in 1997 werd opgedoekt, lag het terrein twintig jaar braak en zocht de stad Genk tevergeefs naar een nieuwe bestemming. Toen Vanmechelen zijn atelier in Hasselt moest verlaten, kwam hij in Genk terecht. Hij ontwierp een masterplan, vergaarde 9 miljoen euro uit zijn netwerk van verzamelaars en overtuigde de stad Genk en de Vlaamse overheid enkele miljoenen in zijn project te investeren.

In de eerste twee weken na de opening van het park kwamen al tienduizend mensen kijken. Alle inkomsten uit de kaartverkoop vloeien terug naar de gemeenschap, belooft Vanmechelen. Naast Labiomista heeft hij samen met de buurt een picknickterrein aangelegd dat als ontmoetingsplek moet gaan fungeren. „We hebben bewust geen horeca in het park. De lokale gemeenschap moet zelf eettentjes en foodtrucks beginnen.”

Flamboyant is hij, en gedreven. Een selfmade man die nooit een kunstopleiding volgde, maar in het atelier van zijn ouders, die kunstenaar en modeontwerpster waren, met schilderen en beeldhouwen begon. „Ik beschouw kunst als een gave”, zegt hij. „Je wordt ermee geboren. Mijn vader zei: kunst gaat om visie. Als je dat niet hebt, stop dan maar.”

Zijn eerste kip fokte hij toen hij vijf was, in een broedmachine in zijn kinderkamer. Later volgde hij de hotelschool en werkte hij als kok voor Michelin-restaurants. Maar eigenlijk was hij ook toen al kunstenaar, zegt Vanmechelen. „Ik deed er gekke dingen met voedsel.”

In 1999 lanceerde hij zijn Cosmopolitan Chicken Project. Op een tentoonstelling in Watou, op de Frans-Belgische grens, kruiste hij dat jaar een Franse poulet de Bresse met een Mechelse koekoek tot een ‘Mechelse Bresse’. Daarna volgden kruisingen met onder meer Engelse, Ethiopische, Thaise, Turkse en Chinese kippen. Intussen is hij bij de 24ste generatie aanbeland en bestuderen wetenschappers wereldwijd het DNA van zijn kruisingen. Ze ontdekten dat zijn kippen langer leven, minder vatbaar zijn voor ziekten en minder agressief gedrag vertonen.

Inmiddels is bewezen dat Vanmechelens kosmokippen een DNA hebben dat drie keer zo veel diversiteit vertoont als een reguliere supermarktkip. Trots laat hij een DNA-boek van een van zijn kippen zien, een vuistdikke bijbel met een rode kaft en duizenden bladzijden aan coderingen. „Het is erkend als wetenschappelijk document. In het Nationale Museum van Ethiopië ligt zo’n boek naast Lucy, de oudste mensachtige in de wereld. Mooi toch, mijn kip naast de oorsprong van de mensheid?”

In The Battery staan alle 24 generaties van de kosmopolitische kip opgezet en uitgestald: een bonte verzameling van witte, zwarte, bruine en gespikkelde hennen en hanen. Ze staan voor Vanmechelen symbool voor de multiculturele samenleving. „We moeten de diversiteit van elkaar aanvaarden. De mens is al een kruising in zichzelf. Je linkerhersenhelft stuurt de rechterkant van je lichaam aan, en andersom. Dus ja, mijn kippenproject is een keiharde metafoor voor de mensheid. Die kun je eindeloos kruisen, en daar wordt-ie alleen maar beter van.”

Uitlandse stieren

Vanmechelens kosmokip heeft in de kunstwereld kunnen rijpen, maar nu is hij naar een hoger plan getild. In 2018 integreerde het International Livestock Research Institute de kippen van Vanmechelen in een internationaal onderzoeksproject: een kruising tussen pluimveekwekerij, onderzoekscentrum en kunstwerk in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. De kippen worden er gekruist, getest op hun resistentie voor ziektes en vervolgens uitgezet bij kippenboeren in heel Ethiopië. Zo hopen ze de levens van de lokale gemeenschappen te helpen verbeteren. Het project wordt gesteund door de Bill & Melinda Gates Foundation. Ook in Detroit en Harare zijn intussen boerderijen gesticht. „We kunnen nu echt op grote schaal iets doen aan honger.”

Maar Vanmechelen brengt meer naar Afrika dan alleen kippen. In het entreegebouw in Genk draait een video over zijn Sotwa-project, waarbij hij uitlandse stieren schenkt aan Afrikaanse stammen. „In Tanzania verbleef ik een tijd bij de Masai. Door inteelt zijn hun koeien met de jaren steeds kleiner geworden. Dus heb ik ze een stier uit Kenia geschonken.” Intussen is het project uitgebreid tot verschillende Afrikaanse landen. Als de stieren overlijden, krijgt Vanmechelen de huid en horens om kunst van te maken. Zelf doodt hij uit principe geen dieren. „De beesten die ik laat opzetten, zijn altijd een natuurlijke dood gestorven.”

Foto Jeroen Verrecht

Hij zit nog vol andere ideeën. Samen met de plaatselijke imker wil hij bijenhuizen gaan bouwen met leem gemaakt van kamelenstront. En hij is bezig met het ontwerpen van een circulair model, waarbij slechts vier ingrediënten nodig zijn om een heel dorp te voeden: twee kameelachtigen, paddestoelen, enkele kippen en hun eieren. „De champignons kunnen groeien op de kamelenmest en weer gevoerd worden aan de kippen. In Uruguay zijn we nu het prototype van zo’n dorp aan het bouwen, met twee alpaca’s.”

De kameelachtigen zijn in meerdere opzichten interessant, vertelt Vanmechelen. „Ze hebben een dubbel immuunsysteem: ligt er een plat, dan neemt een back-upsysteem het over, net als bij een computer. Dat maakt ze zo gehard dat ze op grote hoogtes en in de woestijn kunnen leven.” Er wordt momenteel onderzocht hoe hun unieke DNA zou kunnen helpen bij oplossingen voor ziektes als kanker en aids. „Wie weet kan via de champignons, de kippen en de eieren het dubbele immuunsysteem worden overgebracht op de mens.”

Zo ontwikkelt de kunstenaar in zijn proeftuin ideeën waarmee wetenschappers verder kunnen. „Ik blijf in de eerste plaats kunstenaar”, zegt hij. „Iemand die droomt over hoe de wereld er zou kunnen uitzien. Maar in mijn eentje kan ik de wereld niet veranderen. Dat lukt alleen in verbinding met andere professies.”

Labiomista, Marcel Habetslaan 50, Genk. T/m 3 november is het park geopend van di t/m zo 10-17u, in oktober t/m 16u. Entree 8 euro. labiomista.be