Recensie

Recensie

Een woongroep vol hemelbestormers

Romantiek Peter Neumann schreef een biografie over de woongemeenschap van wereldberoemde romanciers, dichters en vooral filosofen in het Duitse universiteitsstadje Jena.

August Wilhelm Schlegel (1767-1845) geschilderd door Johann Friedrich August Tischbein
August Wilhelm Schlegel (1767-1845) geschilderd door Johann Friedrich August Tischbein

Biografieën hoeven niet per se over een persoon te gaan. Ook een tijdschrift kan het onderwerp zijn, of een groep. Zo gaat Bart Slijpers Hemelbestormers (2017) over de literaire revolutie van 1880 in ons eigen land. Slijper houdt het feitelijk, maar zijn Tachtigers-biografie eindigt tragisch: ‘Zoveel onderlinge betrokkenheid, dat moest wel misgaan.’ Mooi boek.

Hemelbestormers vinden we ook in Peter Neumanns recent verschenen De republiek der vrije geesten, ook een groepsbiografie. Maar wat voor een groep: romanschrijvers, dichters en vooral filosofen. Historische denkers van internationale portée: Novalis, de gebroeders Schlegel, Schelling, Fichte, Schiller, Hegel, Tieck. Goethe was regelmatig gast. Het piepkleine Duitse universiteitsstadje Jena was de plek waar ‘het’ gebeurde: de ontwikkeling van wat men ‘Frühromantik’ is gaan noemen, een ‘explosie van het vrije denken en voelen’, ontketend door de Franse Revolutie. Plaats van handeling: een soort woongroep van voornoemden, gevestigd op Leutragasse 5 ter stede. Veelzeggend of niet, wie dit adres tegenwoordig bezoekt belandt bij een hoogbouwtoren, de zogenaamde Penis Jenisensis.

Geestelijk vruchtbaar was de filosofenclub op zijn minst. Ook de vrouwen onder hen lieten zich gelden. Dichten, schrijven, denken. Je zou kunnen zeggen dat de hoogst begaafde, jonge weduwe Caroline, uit gevangenschap vrijgepleit door de gebroeders Schlegel en met een van hen getrouwd, het middelpunt vormde. Caroline’s aandacht verschoof van Schlegel naar Schelling, ze scheidde van de eerste en trouwde in 1803 met de tweede en verliet Jena vrijwel meteen. Het einde van de Jena-club was daarmee ingezet.

Goethes chocolademelk

Denken over ideeën als het Nicht-Ich en Natur, gecombineerd met erotische gegevens, geïnspireerde inktstromen en fikse rivaliteit onderling. Tragiek. Ook de achtergrond is goed. Revolutie, ook in Duitsland, dan Napoleon die de opstand smoort in heftig Ich-streven, uitmondend in de Slag bij uitgerekend Jena (1806). Prachtige stof voor een roman.

Neumann mag dan tot een biografie hebben besloten, maar zijn Jena is een vie romancée, de biografische variant die het dichtst tegen de roman aanleunt. Soms levert dat pregnante scènes op: ‘Goethes chocolademelk, die op tafel staat, is koud geworden. Er heeft zich een vel op gevormd.’ Ik moet aannemen dat het Neumann (1974) is, die dat vlies uit zijn duim zuigt. Een beetje onwaarschijnlijk is het wel. Eerder schrijft hij dat Goethe dol is ‘op die warme, dikke, vloeibare drank sinds de natuuronderzoeker Alexander von Humboldt hem die heeft aangeraden.’ Dan laat je er toch geen vlies op komen?

Dan die ‘vloeibare drank’. Ik struikel over dit pleonasme. Neumanns literaire stijl is vaak onfraai, al vertrouw ik de vertaler ook niet helemaal – de hinderlijke germanismen moeten toch echt van hem afkomstig zijn. Stijl is niet het enige probleem aan Neumanns boek. Aan de variërende focus op verschillende clubleden ligt het niet, en de aandacht voor bijfiguren is sympathiek (bijvoorbeeld waar het gaat over postbestelster Jungfer Wenzel), maar de poging om een vloeiend verhaal te maken, in dit geval noodzakelijkerwijs een mix van biografische gebeurtenissen en een samenvatting van uiteenlopende filosofieën van al die denkdriftigen, levert veel stroeve passages op.

Scheel

Met name in de korte beginhoofdstukken ga je als lezer bovendien scheel (sch) kijken. Schlegel (tweemaal dus), Schelling, wat dacht de ene, wat de anderen, en dan Schiller? Natuurlijk kun je Arnold Heumakers’ De esthetische revolutie (2015) erbij nemen, een fraai geschreven, overzichtelijke dissertatie waarin alle vroeg-romantische deelnemers aan de Jena-kring ten diepste worden uitgelicht, maar om een gravend boek van 464 pagina’s te lezen ter verklaring van een vie romancée van ruim 200 gaat wat ver. En zonder Heumakers-steun: je zou Neumanns Jena ‘warm’ kunnen noemen, in de filosofisch verklarende passages ‘dik’ misschien. Hoe dan ook: je blijft verlangen naar meer vloeibaarheid en minder vlies.