Recensie

Recensie

Hoe Poetin gijzelaar is geworden van zijn eigen systeem

Rusland Drie vooraanstaande Ruslandkenners laten in hun nieuwe boeken zien waarom de Russische president Vladimir Poetin zijn macht nooit zal opgeven en nimmer concessies aan zijn tegenstanders zal doen.

'De echte heersers van Rusland? Niet de oligarchen, maar Poetins intieme vrienden uit zijn tijd als onderburgemeester van Sint-Petersburg.'
'De echte heersers van Rusland? Niet de oligarchen, maar Poetins intieme vrienden uit zijn tijd als onderburgemeester van Sint-Petersburg.'

Sinds eind juli demonstreren in Moskou elke zaterdag duizenden Russen tegen de weigering van de autoriteiten om onafhankelijke kandidaten toe te laten tot de gemeenteraadsverkiezingen van 8 september. Tijdens die protesten worden steevast honderden willekeurige arrestaties verricht, waarbij de oproerpolitie en de Nationale Garde stevig met de wapenstok meppen.

Uit dit agressieve optreden blijkt dat het Kremlin de maatschappelijke onvrede niet goed weet te smoren. De toegestane demonstratie van afgelopen zaterdag, waaraan zo’n 60.000 mensen deelnamen, was een poging daartoe, maar zal eerder contraproductief werken, omdat de machthebbers geen concessies doen.

Het enige concrete resultaat van de afgelopen weken is vooralsnog dat de Russische middenklasse na zeven passieve jaren de straat weer durft op te gaan om verandering te eisen. En dat maakt de machthebbers, nu regeringspartij Verenigd Rusland en president Vladimir Poetin vanwege de slechte staat van de economie steeds meer aan populariteit inboeten, zenuwachtig. Zeker nu een recent onderzoek van opiniebureau Levada laat zien dat 38 procent van de Russen niet wil dat Poetin na 2024 als president aanblijft – in 2018 was dat 11 procent.

Elite bezit 90%

Poetin zorgde er als president voor dat de Russen in ruil voor het afstaan van hun politieke rechten het beter kregen dan ooit. Maar nu sinds 2014, het jaar van de Oekraïne-crisis, de MH17 en de westerse sancties, de economie stagneert, trekt hij zich steeds minder van hun noden aan en zet hij zich vooral in voor de financiële belangen van de kleine elite, die 90 procent van de rijkdom van het land bezit.

Over Poetin en zijn regeersysteem, het poetinisme, zijn onlangs drie belangwekkende boeken verschenen. In het compacte We moeten het even over Poetin hebben ontkracht de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti allerlei mythes over de Russische leider, die in het Westen vaak wordt neergezet als een machiavellistische dictator met een groots plan om de Sovjet-Unie te herstellen, waarbij hij een confrontatie met de NAVO niet schuwt. Zo relativeert Galeotti Poetins uitspraak uit 2005 dat het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 de grootste ramp uit de geschiedenis van de 20ste eeuw was, door zijn woorden in hun context te plaatsen. En wat blijkt? Poetin doelde vooral op de miljoenen etnische Russen die toen buiten de grenzen van het nieuwe Rusland kwamen te leven. Ook zei hij dat ‘degenen die de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet betreuren geen hart hebben en degenen die haar wel betreuren geen hersens.’

Volgens Galeotti draait bij Poetin alles om het behouden van de macht en het creëren van stabiliteit in eigen land. Even belangrijk is zijn streven naar internationale erkenning van Rusland als grote mogendheid. Dankzij de oorlog in Georgië van 2008, de annexatie van de Krim en de Russische inmenging in Oost-Oekraïne en Syrië is dat laatste hem deels gelukt. Tot grote vreugde van veel gewone Russen, die even vergaten dat het BBP van hun land even klein was als dat van Portugal en dat oorlogen vele miljarden van de begroting opslokken.

Vriendjespolitiek

Verder benadrukt Galeotti dat Rusland geen strak geregisseerd land is, maar dat het chaotisch bestuurd wordt. Zo bestaat er geen langetermijnplanning en zijn formele structuren er minder belangrijk dan persoonlijke relaties binnen de elite. Status en macht zijn in dat systeem afhankelijk van dienstbetoon aan het Kremlin. Galeotti heeft het daarom over een adhocratie, waar iemand als Poetins spindoctor Vladislav Soerkov ineens als pro-consul in Oost-Oekraïne kan opduiken.

In deze adhocratie wordt het bestuur bepaald door onuitgesproken afspraken en vriendjespolitiek, waarbij Poetin hoogstens laat doorschemeren wat hij zou willen zien gebeuren. Dat dit wel eens misgaat, laat de moord op oppositieleider Boris Nemtsov zien. Begin 2015 werd hij onder de muren van het Kremlin doodgeschoten door lijfwachten van de Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov, die met deze daad zijn president wilde behagen. Poetin werd erdoor in verlegenheid gebracht, maar uiteindelijk kwam Kadyrov er met een tik op de vingers mee weg.

‘Dit corruptiesysteem zuigt het bloed en merg uit het land.’

Om te weten wat er in Rusland en de rest van de wereld gebeurt, is Poetin geheel afhankelijk van de dagelijkse rapporten van de elkaar beconcurrerende en in complotten denkende veiligheidsdiensten. Zij willen hun baas behagen met het goede nieuws dat ze alles onder controle hebben. Zulke informatie versterkt Poetins opvatting dat Rusland sinds mensenheugenis door buitenlandse machten wordt geteisterd en gekleineerd. Het verklaart zowel zijn wantrouwen jegens het Westen, dat de oppositie zou aanmoedigen en zijn land zou willen omsingelen, als zijn 19de-eeuwse opvattingen over invloedssferen en bufferstaten.

Rijkste mensen op aarde

Ook maakt Galeotti duidelijk wie de echte heersers van Rusland zijn: niet de oligarchen, maar Poetins intieme vrienden uit zijn tijd als onderburgemeester van Sint-Petersburg. Als directeuren van staatsbedrijven als Gazprom, de spoorwegen en Bank Rossija, of als eigenaren van grote bouwbedrijven of pijpleidingsconsortia werden ze in Poetins tweede ambtstermijn allen miljardair. Dankzij Poetin kochten ze, net als de oligarchen in de jaren negentig, voor een habbekrats staatsbedrijven, die ze korte tijd later voor het honderdvoudige terug verkochten aan de staat. Zo kon onder Poetin, die ook zelf van deze praktijken profiteert en met een vermogen van 100 à 160 miljard dollar een van de rijkste mensen op aarde is, een corruptiesysteem op industriële schaal ontstaan dat een derde van het BBP opslokt en dat, zoals Galeotti schrijft, ‘het bloed en het merg uit het land zuigt’.

De Amerikaanse Ruslandkenner Angela Stent zet in Het Rusland van Poetin. Rusland tegen het Westen Galeotti’s beweringen in een geopolitiek en historisch kader. Om te verklaren hoe Rusland onder Poetin weer een mondiale macht kon worden, grijpt ze terug op de valse hoop van het Westen op een democratisering van Rusland na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991. Het Westen heeft daardoor te weinig oog gehad voor het gevoel van vernedering bij de machtselite na die gebeurtenis. Van de daaruit voortkomende rancune zou Poetin hebben geprofiteerd.

Stent beweert dat de machtselite van begin af aan heeft geweigerd een ondergeschikte positie op het wereldtoneel te bekleden. Poetin verschilt in dat opzicht niet van de Sovjet-leiders of president Jeltsin.

Wantrouwen jegens het Westen

Wat wil je ook, zegt ze, in Ruslands lange geschiedenis was tot 1991 alleen sprake van expansie, voortkomend uit een behoefte aan veiligheid tegen vijandige westerse legers. Vandaar die eeuwige behoefte aan bufferstaten en invloedssferen, die ze overigens passé vindt.

De Russische oppositieleider Aleksej Navalny wil dat het Westen president Poetin aanklaagt voor corruptie. Lees ook: ‘Als Poetin zegt: maak een miljard over, dan doet men dat’

Uitvoerig laat Stent de politieke ontwikkeling van Rusland zien vanaf het jaar 2000, toen Poetin nog naar samenwerking met het Westen streefde, tot en met zijn steeds hechtere band met China. Het toenemende wantrouwen jegens het Westen is daarbij de rode draad. Zijdelings ontkracht ook zij hardnekkige mythes, zoals de vermeende belofte, gedaan tijdens de onderhandelingen tussen Washington, Moskou en Bonn in februari 1990, dat de NAVO zich niet oostwaarts van de voormalige DDR zou uitbreiden. In werkelijkheid was er alleen sprake van dat er geen Amerikaanse NAVO-troepen op het grondgebied van de ex-DDR zouden worden gestationeerd. Een belangrijk argument voor Stents bewering is dat zelfs het Kremlin zich in februari 1990 niet kon voorstellen dat het Warschaupact zichzelf op 1 juli 1991 zou opheffen en dat nog geen half jaar later de Sovjet-Unie uiteenviel. Dat de Russische machtselite zich in de daaropvolgende jaren grote zorgen begon te maken over de wens van de ex-Warschaupactlanden om door de NAVO verdedigd te worden tegen een mogelijke nieuwe bezetting door Rusland, is een ander verhaal.

Maffiaorganisatie

Stent heeft weliswaar kritiek op de NAVO-uitbreiding van de jaren negentig, maar schrijft terecht dat Rusland zich in die periode nooit heeft ingezet voor een nieuwe veiligheidsstructuur in Europa. In feite liet het Kremlin dat over aan de NAVO. Daarbij mag niet worden vergeten dat Poetin in 2000 overwoog zijn land ook tot het westers bondgenootschap te laten toetreden. De enige reden dat hij daar vanaf zag, was dat hij dan regels (o.a. over een democratisch bestuur van de nieuwe lidstaten) van Ruslands voormalige tegenstanders had moeten accepteren.

De vraag waarom Poetin de macht nooit zal opgeven wordt zeer overtuigend beantwoord door Anders Aslund, een vooraanstaande Zweedse specialist op het gebied van economische politiek in Rusland. In zijn Russia’s Crony Capitalism. The Path from Market Economy to Kleptocracy richt hij zich op de economische kant van het poetinisme, waarbij hij Poetin en zijn vrienden vergelijkt met een maffiaorganisatie, die op vier pijlers rust. De eerste pijler omvat Poetins KGB-kameraden uit Sint-Petersburg, die inmiddels de bazen van de veiligheidsdiensten, het staatsapparaat en de rechtspraak zijn. De tweede bestaat uit de staatsondernemingen zoals Gazprom, geleid door andere vrienden uit Sint-Petersburg. De derde wordt gevormd door Poetins Petersburgse boezemvrienden, de miljardairs die Galeotti ook noemt. En de laatste bestaat uit westerse financiële instellingen, waar ze hun miljarden anoniem parkeren.

Aslund toont aan dat Poetins economische succes in zijn eerste ambtstermijn voortvloeit uit het hervormingsbeleid van zijn voorganger Jeltsin. Zonder de voor veel Russen rampzalige geldontwaarding van 1998 had de economie daarna nooit zo’n grote bloei gekend. Maar na de arrestatie van oligarch Chodorkovski in 2003, die Poetin opriep een einde te maken aan de corruptie bij staatsbedrijven als Rosneft, veranderde deze spoorslags in een conservatief, die economische hervormingen tegenhield en een sterk centraal gezag voorstond dat niet werd ingeperkt door de wet of een parlement. Nadat Chodorkovski achter de tralies was verdwenen, moesten de andere oligarchen volgens Aslund de helft van hun miljarden aan Poetin zelf afstaan. Sindsdien gehoorzamen ze hem in alles om de rest van hun vermogen te kunnen behouden.

Aandelenmanipulatie

Ook voor Aslund is Poetin allesbehalve een tsaar die alles in zijn eentje bepaalt. Hoogstens kun je hem zien als de voorzitter van een collectief, waarin hij lang niet altijd het laatste woord heeft. Als voorbeeld hiervan noemt Aslund Poetins vriend en bondgenoot Sergej Ivanov, die als stafchef werd ontslagen na zijn kritiek dat Rusland te ver was gegaan met zijn inmenging in de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016.

President Trump doet al jaren zaken met Russische maffiosi, die nauw samenwerken met Poetins geheime dienst. Lees ook: Het ingenieuze Russische plan achter Trumps presidentschap

Dankzij Poetins kleptocratie wordt een door zijn vrienden geleid staatsbedrijf als Gazprom in hoge mate benadeeld als gevolg van begunstiging, aandelenmanipulatie en verkoop van lucratieve onderdelen aan andere vrienden tegen bodemprijzen. Zo verkocht Gazprom in 2004-2007 onderdelen van het bedrijf voor enkele miljoenen dollars, die inmiddels 60 miljard dollar waard zijn. Ook leed het bedrijf in 2017-2019 een verlies van 15 miljard dollar dankzij een overinvestering in nieuwe pijpleidingen, aan te leggen door Poetins vrienden Arkadi Rotenberg en Gennadi Timtsjenko.

Spin in het web in Poetins financiële rijk is Joeri Kovaltsjoek, directeur van Bank Rossija, door Aslund de kas van Poetins ‘maffia’ genoemd. In 2004 kocht een dochteronderneming van die bank voor 166 miljoen dollar het televisieconcern dat oligarch Goesinski in 2000 onder dwang voor een minimumbedrag aan Gazprom moest verkopen. In 2016 was dat concern 7,5 miljard dollar waard.

Op die manier is de Russische staatskas inmiddels voor zo’n vijfhonderd miljard dollar benadeeld. Alleen al vanwege die grote financiële belangen zal Poetin, die gijzelaar is geworden van zijn eigen systeem, zijn macht tot zijn laatste ademtocht verdedigen. Desnoods met de knuppel.