Handgeweven

Mohammed Benzakour is visser en doet verslag vanaf de waterkant. Deel 26: boerka’s verkopen op het strand.

Afgelopen dagen scharrelde ik langs de Zeeuwse kustwateren. Uiteraard deed ik dat weer in m’n boerka. Never change a winning suit. Als dit kloffie vruchten afwerpt op de pier, waarom dan niet op ’t strand. Her en der las ik op fora over fraaie vangsten aan de zuidkust, dus pakte ik m’n biezen en reisde af naar Westkapelle.

Groot voordeel van het strand boven een pier is dat je in een boerka minder snel op je snufferd kwakt: hier geen aalgladde golfbrekers maar rul zand. De flappen hoef ik dus ook niet te knippen of in m’n broek te proppen, wat sowieso geen gezicht was. Het boeltje kan nu lekker wapperen. Wel oppassen met die plotseling opstekende Zeeuwse stormen. Afgelopen tijd piekten hier de rukwinden richting 9/10 op de schaal van Beaufort; in boerka vlieg je zo de lucht in. Zoeft daar ineens ’n rare Mary Poppins door het luchtruim, met hengel in plaats van paraplu. Maar daar had ik iets op bedacht: een stevige ceintuur om je middel. Wat trouwens ook erg prettig is, is de hoofdkap: geen last meer van die windsuizingen langs je oren de godganse dag. Wat een rust!

Zo zat ik daar, heerlijk vanuit m’n luie stoel de hengeltoppen gadeslaand door m’n twee gluurgaatjes. Scharretje na scharretje draaide ik binnen, als ’n oneindig kralensnoer. Ook strandkrabbetjes, kostelijk goedje voor de vispastasaus, stortten zich gretig op m’n aas.

Doordat omringende randverschijnselen, windmolens, zeilboten, vliegers, kitesurfers, hondenpoepwandelaars, m’n blikveld niet konden verstoren, kwam die bloedrode avondgloed aan de horizon als een bijna hallucinerende symfonie van Mahler op me af. Death in Westkapelle.

En terwijl ik zo zat weg te mijmeren, klinkt plotseling een stem naast me.

„Goedenavond meneer, bent u niet die visschrijver van NRC?”

Boom van een vent, breedgeschouderd, lieslaarzen.

O God, gaan we weer, dacht ik. Weer zo’n halvegare AD-lezer. Ik was op m’n hoede.

„Eh ja, klopt...”

„Mooi! Ik was erg onder indruk van uw stukkie. Ik wil ook zo’n boerka. Hoe kom ik eraan?”

En zo deed ik die avond in Westkapelle onverwachts goede zaken. Voor een schappelijk prijsje beloofde ik hem een authentieke handgeweven boerka. We wisselden gegevens uit. Ik adviseerde hem een blauwe voor normale stranddagen en een witte voor de hittedagen. Wit weerkaatst zonlicht, anders zweet je als een otter. Ook imkers, zo legde ik uit, dragen niet voor niets witte boerka’s; rommelen met beestjes werkt gewoon het beste in een wit sluitpak met kap.

Meneer de Zeeuw was overtuigd en bestelde meteen vier stuks, ook twee voor z’n vader.

„Als ze maar lang van stof zijn en ruim bij de schouders. Doe maar XXL.”