Dubbelleven op het platteland: de drank, het maïs en de ouderlingen

Jongeren in de Biblebelt In een op de vijf orthodox-protestantse gezinnen kampt iemand met een verslaving. Wat begint met stevig doordrinken in een jongerenkeet kan zomaar in een verslaving uitmonden. „Hier kunnen we gewoon drinken.”

Een paar keer per week komen jongeren samen in hun keet ‘Het melkhok’ in Lunteren.
Een paar keer per week komen jongeren samen in hun keet ‘Het melkhok’ in Lunteren. Foto's Michael Rhebergen

‘Kijk, je moet het natuurlijk helemaal zelf weten, hè,” zegt Luuk Miedema (62) als een jonge keetbezoeker op het punt staat na vijftien bier de auto in te stappen. „Er staan zo drie anderen voor je klaar om jouw werk te doen als jij er niet meer bent.” Als dat niet werkt, kiest hij voor de volgende provocatie: „Jullie komen uit zulke grote gezinnen, je ouders zullen één kind meer of minder vast niet missen.”

Wil diegene dan nog niet luisteren? „Dan vraag ik zijn vrienden om hem met zijn zessen stevig vast te pakken en hem desnoods met geweld uit zijn auto te houden.” Miedema – aimabel, maar beslist – weet na een jaar of tien alcoholpreventie in het Edese buitengebied wel hoe hij tot jongeren moet doordringen.

Op vrijdagavond maakt hij zijn ronde langs de keten. Niet als handhaver of als verlengstuk van de gemeente Ede („welnee, ze zien me aankomen zeg”) maar oudere jongere met het hart op de tong. Hij noemt zich ‘preventiedeskundige’. Meestal is hij in gezelschap van Anne Jan Odinga, zijn jongere collega die wat dichter bij de jongeren staat en gesprekken met de jongens aanknoopt als de verhalen van Miedema niet meer landen. „Hij is, zeg maar, de good cop, ik de bad cop.”

Vanavond is het duo aan het werk in Lunteren, gemeente Ede, waar net buiten het dorp een heel lint van keten is gelegen. „Alleen hier in de straat al kan ik zo acht keten aanwijzen waar het vanavond feest is”, vertelt Elbert, een van de jongeren. In sommige keten komen vooral tieners samen; hier, in de keet op het erf van zijn vader, zijn het vooral jonge twintigers, soms met in de ene hand jong kroost en in de andere hand een biertje.

Lees ook: Zo is de zaterdagavond van generatie Z

Op alle dagen van het weekend en meestal ook op dinsdag komt de groep samen in het voormalige melkhok van de familie Engelhoven. Met zijn maten laat hij de voorraadkamer zien, waar een indrukwekkend aantal kratten bier staat, die de jongeren gezamenlijk inkopen. Voor de latere uurtjes staat de koelkast vol met alle denkbare soorten sterke drank. Hoeveel er per week doorgaat, zeggen ze liever niet.

Gniffelend tonen de drie het naambord van café Prinsenhof dat tegenover het zelfgebouwde barmeubel hangt. Het café ging vorig jaar onder de slopershamer en één van de keetvrienden – de sloper van dienst – nam het bord mee als trofee. Met café Prinsenhof verdween een van Lunterens laatste cafés. Sinds 2014 mogen cafés geen alcohol schenken aan jongeren onder de 18. „Dat heeft veel horeca de nek omgedraaid”, aldus het drietal. „Hier kunnen we gewoon drinken zonder boetes te hoeven vrezen.”

Van ‘zwaar’ tot ‘extreem zwaar’

Ze mogen dan zeggen dat stadslucht vrij maakt; hier op de rand van de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug menen ze dat het precies andersom is. Miedema: „De cultuur is hier heel sterk dat je elkaar niet verlinkt. En dat je elkaar eerst onderling op overlast aanspreekt. De overheid houden ze hier het liefst uit de buurt.”

Cees van der Knaap, die na zijn periode als CDA-staatssecretaris van Defensie tien jaar lang burgemeester van Ede was, wilde rond 2011 wel stevig ingrijpen en de keten sluiten. De lokale horeca ervoer die als oneerlijke concurrentie en Ede eindigde elk jaar onrustbarend hoog in de top-10-lijst van ongelukken met dodelijke afloop. Miedema en zijn collega’s wisten Van der Knaap ervan te overtuigen het over een andere boeg te gooien. „Voordat je weet welke keten je moet sluiten, moet je eerst weten hoeveel keten er eigenlijk zijn. En wie daar komen. Dat ben ik dus eerst maar eens gaan inventariseren.”

Miedema zette vervolgens ouderavonden op, waar ouders met elkaar over het reilen en zeilen van de keet en hun kinderen spraken. „Aanvankelijk was er nogal wat schroom, want bemoeien met andermans kinderen, dat doe je hier niet, maar uiteindelijk waarderen ouders het juist om eens met hun buren over hun kinderen te praten.”

Ook dominees en ouderlingen werden onderdeel van Miedema’s strategie. Dat betekent in dit deel van het land dat hij met tientallen kerken in allerlei gradaties van ‘zwaar’ tot ‘extreem zwaar’ te maken heeft. Miedema: „Hoe ‘zwaarder’ de kerk waar jongeren in opgroeien, hoe groter de neiging om uit dat keurslijf te springen. Wie voortdurend hoort dat je in principe reddeloos verloren bent en niets kunt bijdragen aan je eigen redding gaat op zoek naar een ventiel. Die spanning is anders niet te verdragen.”

Toen Miedema’s werk zijn vruchten begon af te werpen, besloot de gemeente de keten niet te sluiten, maar te gedogen. René Verhulst (CDA), sinds twee jaar burgemeester, staat nog altijd vierkant achter dit besluit. „Wat in elk geval níét helpt, is met een opgeheven vingertje binnenkomen en die jongeren vertellen wat ze wel en niet moeten doen. Ga gewoon eens met ze praten. En als ze mij vragen waarom men in een studentenhuis in Leiden tijdens het Kolonisten van Catan wél stevig door mag drinken en zij sleutelend aan een automotor niet, dan moet ik ze eerlijk gezegd gewoon gelijk geven. Al vertel ik ze dan wel dat het natuurlijk geen goed idee is om die auto vervolgens midden in de nacht uit te proberen. En dat je ook met twee, drie biertjes een gezellige avond kunt hebben.”

Het boerenbestaan is te onzeker

Alle keetbezoekers – zelfs de peuters die op het erf rondscharrelen – dragen klompen. Het dashboard van de auto’s waarmee de jongens komen aanrijden, staat vol emblemen van bands als Mooi Wark en Normaal. De Nederlandse plattelandscultuur viert hier hoogtij. Toch werkt geen van de jonge mannen in de keet op een boerderij. En ze zijn het ook niet van plan. „Je kunt simpelweg veel beter verdienen in de bouw,” vertellen de jonge mannen stuk voor stuk. „Zeker als je uit Lunteren komt. Want hier – op het geografisch middelpunt van Nederland – wonen de hardste werkers van Nederland.”

’s Ochtends vroeg rijden er vanuit deze plaats colonnes bestelbusjes het land door. Slopen, daken dekken, stands bouwen. Totdat de klus klaar is, desnoods van zes uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. „Als ik vandaag mijn baan verlies, heb ik voor het eind van de dag al drie andere aanbiedingen,” vertelt Jethro.

Vader Engelhoven betreurt het dat zijn bedrijf wellicht zonder opvolging blijft, maar hij begrijpt de jeugd wel. „De prijzen voor melk en eieren zijn onlangs wéér naar beneden gegaan. Ik klaag niet, want we hebben ook goede tijden gekend, maar het boerenbestaan is veel te onzeker.”

Door deze onzekerheid bestaat onder de jongeren sterk het gevoel dat hun identiteit onder druk staat. „We zorgen er met onze keet voor dat de boerenmanier van leven in stand blijft”, zegt Elbert.

Tegelijk signaleert Miedema dat de jongeren in sommige opzichten op leeftijdgenoten uit de stad beginnen te lijken. „Steeds vaker zie je dat jongeren om zeven uur ’s avonds in de appgroep over een festival zeventig kilometer verderop lezen en met zijn allen daar gaan feesten. En aangezien de drank daar niet vrijwel gratis is, grijpen ze sneller naar een pilletje.”

Lees ook: ‘Bij ons in de Biblebelt’ toont robuust, nieuw soort calvinisme

Voor de jongeren in de keet bij de familie Engelhoven hoeft dat allemaal niet. Als ze andere jongeren willen ontmoeten gaan ze naar Ede, maar daar blijft het bij. Miedema: „Op wat geluidsoverlast vanwege motoren na gaat in het veel keten, ook deze, eigenlijk vrij gemoedelijk aan toe.”

Nachtelijke escapades

Een andere nieuwe ontwikkeling is dat meiden steeds meer op de radar zijn gekomen bij de gemeente. Anders dan hun mannelijke leeftijdsgenoten krijgen zij vaak de consequenties van de nachtelijke escapades te dragen. Tussen thuis en keet, „bijvoorbeeld in de maïs”, vinden frequent intieme ontmoetingen plaats, met regelmatig ongewenste zwangerschappen tot gevolg. En anders dan elders in Nederland worden die op de Biblebelt niet afgebroken, maar voldragen.

De gemeente Ede signaleerde dat er regelmatig jonge meiden in de knel komen door grensoverschrijdende seksuele relaties. Daarom schakelde ze de hulp in van Paulien Middelkoop, een jongerenwerkster die zelf uit een reformatorisch nest komt. Ze licht jonge meiden en hun opvoeders voor over de risico’s van alcohol, loverboys en seksuele chantage via WhatsApp. „Door de smartphone zijn meiden in een wereld beland waar hun moeders hen niet op hebben kunnen voorbereiden. Alcohol heeft bij meiden bovendien het effect dat ze sneller over hun grenzen gaan.”

De groep is kwetsbaar, ook omdat ze opgroeien in een cultuur waar men gewend is gezag te aanvaarden. „Een bepaald type mannen weet intussen dat hier meiden wonen die voor een deel gemakkelijk te manipuleren zijn. En een afspraakje in Amsterdam vinden ze hartstikke spannend. Ik leer ze dat ze op een afspraak altijd een vriendin meenemen en hun telefoon in de buurt houden.”

Maar ook hun eigen vrienden kunnen de meiden behoorlijk onder druk zetten. „Bijvoorbeeld door foto’s te vragen van meisjes en te dreigen deze te verspreiden als ze niet aan hun verzoek voldoen om bepaalde seksuele handelingen te verrichten.”

In de kerken waar Miedema en Middelkoop komen, gaat voor ouders, dominees en ouderlingen vaak een wereld open. Een dubbelleven is zo begonnen in kringen waar de morele lat al eeuwenlang enorm hoog ligt. Toch is de tijd van het wegkijken voorbij, zegt Middelkoop: „Alles wat in ‘de wereld’ gebeurt, gebeurt bij ons ook. Maar zolang iets taboe is, valt het moeilijk te bestrijden. Dat besef is intussen wel geland. Daarom gaan er steeds meer deuren open voor onze voorlichting.”