De schorskever sloopt de geliefde Duitse wouden

Duitse bossen Een groot deel van Duitslands vele bossen is aangetast door insectenplagen, verdroging en kwetsbare monocultuur. Particulier bosbezit bemoeilijkt reddingsoperaties. ‘Men beseft niet hoe groot de crisis is.’

Boswachter Julia Bömeke en haar hond Eiko in de aangetaste bossen bij Mehle, onder Hannover. Sporen van de schorskever.
Boswachter Julia Bömeke en haar hond Eiko in de aangetaste bossen bij Mehle, onder Hannover. Sporen van de schorskever. Foto's Gordon Welters

Een jaar geleden was hier nog een dicht bos, zegt de boswachter. Ze loopt over een grote open plek, waar nu alleen nog de stompen staan van grote omgezaagde sparren. Even verderop liggen de stammen hoog opgestapeld langs de weg.

Tussen de bomen die nog wél overeind staan zie je veel bruine exemplaren, wijst Julia Bömeke, boswachter in dit bos bij Mehle, zo’n 35 kilometer ten zuiden van Hannover. „Die zijn dood, zo goed als dood of ernstig ziek.”

Veel hoge sparren, zeventig tot tachtig jaar oud, zijn gemarkeerd met een roze streep uit haar spuitbus. Zo snel mogelijk rooien, betekent die streep, voordat de schorskever die in de bast zit overspringt naar nog meer bomen.

„In Duitse bossen voltrekt zich een ramp”, zegt Bömeke. „Door twee achtereenvolgende jaren van droogte zijn de bomen ernstig verzwakt.” Vooral de sparren zijn daardoor een makkelijke prooi voor de schorskever, die hele gangenstelsels in de bast maakt en zo de vochtvoorziening van de boom op fatale wijze blokkeert. Door de opwarming van de aarde zijn de voortplantingsomstandigheden voor de kever ideaal.

„Mensen die hier wandelen klagen over de kaalslag die ze zien”, zegt Bömeke, terwijl ze met haar hond Eiko over de kurkdroge takken en naalden tussen de boomstronkjes loopt. „Om geld te verdienen maken jullie de bomen dood en het bos kapot, zeggen ze. Maar we proberen het bos juist te redden.”

Veel hoge sparren, zeventig tot tachtig jaar oud, zijn gemarkeerd met een roze streep. De streep betekent: zo snel mogelijk rooien, voordat de schorskever die in de bast zit overspringt naar nog meer bomen. Foto Gordon Welters

Gebroeders Grimm

Bossen zijn al eeuwen sterk verbonden met het zelfbeeld van Duitsland. Onder meer de sprookjes van de gebroeders Grimm en de schilders en dichters van de 19de-eeuwse romantiek bezorgden de Duitsers een sterk ‘Waldbewusstsein’. Alsof er een verbinding bestaat tussen de schoonheid, de duisternis en de ondoordringbaarheid van de bossen en ‘de Duitse ziel’, mocht er zoiets bestaan.

Maar in de praktijk, zegt Bömeke, is er tegenwoordig vooral veel desinteresse. „Men beseft niet hoe groot de huidige crisis is. De politiek zou de bevolking daar beter over moeten informeren.”

Een derde van Duitsland is bedekt met bos, en de helft daarvan is in particuliere handen. Er zijn maar liefst twee miljoen bosbezitters in Duitsland. Ze verdienen aan de verkoop van het hout. In veel gevallen gaat het om kleine stukjes grond, die al generaties in de familie zijn.

In Duitse bossen voltrekt zich een ramp

Zoals bij Heinrich Schilde, een gepensioneerde boer, die zo’n kleine dertig hectare bezit – sparren, beuken en eiken. Hij heeft het bos geërfd van zijn vader, zijn dochter neemt het weer van hem over. Terwijl boswachter Bömeke vertelt over de schorskever, pakt Schilde een schep en wrikt daarmee een stuk bast van een dikke spar af.

Er stijgt een muffe geur uit op, met een vleugje harslucht. Door de zachte, bruine binnenkant van de schors lopen in een sierlijk lijnenpatroon de gangetjes van de kever. Zo scherp getekend zijn de lijntjes, dat met één blik duidelijk is waarom het diertje ook wel de ‘letterzetter’ (Buchdrucker) of Ips typographus, wordt genoemd.

Hier en daar zit een witte larve in het gangenstelsel. Een zwart kevertje, niet groter dan twee of drie millimeter, vreet zich langzaam omhoog.

„Als de boom genoeg vocht heeft”, zegt Schilde, „lopen die gangetjes vol met hars, waardoor de kevers vastkleven. Maar nu het al zo lang droog is, heeft de boom nauwelijks hars en hebben de kevers vrij spel.”

Aangetaste boomschors. Foto Gordon Welters
Sfeerbeeld uit het Duitse woud.
Foto Gordon Welters
Sfeerbeeld uit het Duitse woud.
Foto Gordon Welters

Gekapt hout

De meeste bezitters van kleine bossen zijn aangesloten bij samenwerkingsverbanden die zorgen voor onderhoud en verkoop van het gekapte hout. Maar voor elke boom die gekapt wordt, moet de individuele eigenaar toestemming geven – en dat bemoeilijkt de strijd tegen de schorskever.

„Je kunt je bos nog zo goed onderhouden, en je bomen meteen laten kappen en afvoeren als er kevers inzitten, maar het heeft allemaal geen zin als je buurman zegt: ‘Bekijk het maar, dat kappen is me te duur, ik laat mijn bomen voorlopig staan, ook al zitten er kevers in’. Dan raken jouw bomen ook besmet.”

Alleen al in 2018 zou in Duitsland 100.000 tot 120.000 hectare bos verloren zijn gegaan, ook door stormen en bosbranden. In het Thüringer Wald zou 5 procent van de bomen zijn afgestorven. Maar dit zijn schattingen – door de versnippering van het bosbezit zijn er ook weinig harde cijfers.

Bondskanselier Angela Merkel toonde zich in juli bezorgd over de grote schade aan de Duitse bossen. Om de klimaatverandering af te remmen zijn gezonde bossen belangrijk, omdat ze CO2 opnemen. Merkel beloofde dat haar regering de wederopbouw van bossen zal steunen.

Maar over de vraag op welke manier de bossen het best gezond gemaakt kunnen worden, bestaat geen overeenstemming. Ruim twee eeuwen geleden begon men in Duitsland met het op grote schaal aanplanten van naaldbossen, nu goed voor de helft van alle bomen. Voor de bosbouw is de spar nog altijd de ‘broodboom’ – een snel groeiende boom met veel toepassingen, die tot voor kort ook een betrouwbare bron van inkomsten was.

Op veel plaatsen is er een monocultuur ontstaan van uitgestrekte sparren- of dennenbossen. Maar omdat nu blijkt hoe kwetsbaar die zijn voor de klimaatverandering, streeft men geleidelijk naar meer gemengde bossen met uiteenlopende soorten.

Julia Bömeke (27, midden), Heinrich Schilde (rechts), en Fabian von Plettenberg (links) lopen door het bos. Foto Gordon Welters

Luchtvervuiling

Volgens milieuorganisatie BUND (Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland, 440.000 leden) dreigt de huidige crisis uit te lopen op een ‘Waldsterben 2.0’. Dat is een verwijzing naar de grote schade aan de bossen, veroorzaakt door zure regen, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw aan het licht kwam. Het begrip ‘Waldsterben’ werd toen een groot politiek thema, dat bijdroeg aan de opkomst van de nieuwe partij De Groenen. Onder meer door kolencentrales uit te rusten met ontzwavelingsinstallaties werd de lucht schoner en konden de bossen zich weer herstellen.

BUND pleit ervoor de huidige crisis aan te grijpen voor een drastische ombouw van de naaldbossen tot bossen waarin ook veel loofbomen staan, zoals eiken en beuken. Bosbezitters die daaraan meewerken zouden financiële steun moeten krijgen.

Ook vindt BUND dat minder moet worden ingegrepen in de bossen, bijvoorbeeld door omgewaaide bomen te laten liggen. Die filosofie wordt al gevolgd in sommige grote natuurparken, waar men zelfs bomen met schorskevers laat staan.

De particuliere eigenaren en de bosbouwsector voelen daar niets voor. Zij willen het liefst zo snel mogelijk weer nieuwe bomen planten – zodat die over drie generaties weer verkoopbaar hout opleveren.

Maar voorlopig is de grond op veel plaatsen te droog en dus te hard om nieuwe boompjes neer te zetten. Fabian von Plettenberg is bedrijfsleider van een samenwerkingsverband van 1.900 vooral kleine bosbezitters. 80 procent van zijn leden heeft minder dan 5 hectare bos. Met een zorgelijk gezicht loopt hij mee met boswachter Bömeke en bosbezitter Schilde.

„Bestrijding van de kever kost bosbezitters geld, en dat hebben ze niet allemaal. Als er kevers in de bast hebben gezeten is hout nog wel goed bruikbaar en verkoopbaar, maar door overaanbod is de prijs gekelderd. Eind 2017 leverde een kubieke meter nog 90 euro op, nu is dat nog maar de helft, en het gaat naar 30 euro.”

Bij een stuk beukenbos aangekomen blijft Schilde hoofdschuddend stilstaan. Veel van de bomen zijn kaal of hebben bruine bladeren – aangetast door de droogte en een gevaarlijke schimmel. „Ongelooflijk”, verzucht hij. „Het lijkt wel herfst.”