Voetballes achter het IJzeren Gordijn

Europees voetbal Feyenoord speelt donderdag in Georgië tegen Dinamo Tbilisi. Een herhaling van een bijzondere Europacup II-wedstrijd uit 1981.

Dinamo-middenvelder Vitali Daraselia schiet op het doel van Feyenoord in de halve finale van de Europacup II in 1981.
Dinamo-middenvelder Vitali Daraselia schiet op het doel van Feyenoord in de halve finale van de Europacup II in 1981. Foto ANP

Vol vertrouwen reisde de selectie van Feyenoord dinsdag af naar Georgië voor de return tegen Dinamo Tbilisi in de derde voorronde van de Europa League. In de wetenschap dat het heenduel in De Kuip met ruime cijfers werd gewonnen (4-0), lijkt plaatsing voor de play-offronde een formaliteit. Angst voor een stunt van de Georgiërs is er allerminst, noch bij het team van trainer Jaap Stam, noch bij de 140 meegereisde Feyenoordsupporters.

Hoe anders was dat in 1981, toen de clubs de degens kruisten in de halve finale van de Europa Cup II, toen het toernooi voor bekerwinnaars. Onder het toeziend oog van 80.000 uitzinnige Sovjets kreeg Feyenoord in het Dinamostadion voetballes van de ‘Tovenaars van Tbilisi’: 3-0. Nog altijd doet de naam van toenmalig Georgisch sterspeler Davit Kipiani menig Rotterdammer wit wegtrekken.

Lees ook: Druk loopt op bij zoekend Feyenoord

Het was de tijd van de Koude Oorlog: communisme versus kapitalisme, oost versus west. Europa was door het IJzeren Gordijn kunstmatig verdeeld in twee compleet verschillende werelden en aan beide kanten probeerden de regimes de bevolking te overtuigen van de onleefbare situatie aan de andere kant van het prikkeldraad.

Avontuur in het Oostblok

Toen in 1981 bij de loting voor de halve finale Dinamo Tbilisi uit de koker kwam rollen, werd daar in Rotterdam-Zuid niet bepaald enthousiast op gereageerd, herinnert oud-Feyenoordspeler André Stafleu (64) zich. „Niemand had enig benul van het Oostblokvoetbal”, vertelt hij. „We wisten niet wat we konden verwachten.”

Ook Feyenoordfan Erik van Rooijen (63) baalde van de loting. „Het was de minst gunstige tegenstander”, weet hij nog. In de kwartfinale, uit bij Slavia Sofia, maakte hij al kennis met de sfeer in het Oostblok. „Elke keer als we juichten voor Feyenoord, begonnen de soldaten in het uitvak ons te slaan met hun knuppels. Een nieuw avontuur in het Oostblok genoot daarom niet onze voorkeur.”

Toch meldt Van Rooijen zich, samen met zo’n 25 andere supporters, bij de supportersvereniging aan voor de reis naar Tbilisi. „Feyenoord zat sportief al enige jaren in een dal, dus Europees voetbal was meer uitzondering dan regel. Als het kon, volgden we onze club dan ook naar iedere uithoek van Europa.”

Voor enkele honderden guldens verzekert de groep supporters zich van kaartjes voor de wedstrijd én een plek in het vliegtuig tussen spelers, stafleden en pers. De reis verloopt alles behalve soepel. Tijdens de overstap in Rusland moet het hele gezelschap uren wachten, omdat het paspoort van middenvelder Jan van Deinsen niet in orde is. „Ik werd ruw tegengehouden door een Sovjet-officier”, memoreert de 66-jarige Van Deinsen. „Pas toen iemand van de Nederlandse ambassade een geldig paspoort voor me wist te regelen konden we door.”

Bij aankomst in Tbilisi wordt het niet veel beter. „Het eten in het hotel was niet te vreten en we werden constant in de gaten gehouden door een dikke Georgiër”, vertelt Stafleu. „Als we onze kamers verlieten werd dat nauwkeurig bijgehouden. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt.” Van Rooijen herinnert zich vooral hoe vriendelijk de plaatselijke bevolking was, ondanks de erbarmelijke leefomstandigheden. „We zijn zelfs nog uitgenodigd door een Dinamo-fan voor een glaasje zelfgestookte wodka.”

Kansloze nederlaag

Op de dag van de wedstrijd worden de 25 supporters onder begeleiding van politie en leger naar het stadion gebracht. De gehele route wordt afgesloten voor verkeer. „Binnen no-time zaten we in het stadion”, vertelt Van Rooijen. „Samen met 80.000 Georgiërs. En die maakten behoorlijk wat geluid.”

Stafleu: „90 minuten lang werd er ‘Di-na-mo, Di-na-mo’ geschreeuwd vanaf de tribunes. Een dusdanige kakofonie dat we elkaar niet verstonden in het veld. Het deed pijn aan je oren.” Van Deinsen weet nog dat er een paar duizend petten [politieagenten] met hun rug naar het veld stond om het publiek in de gaten te houden. „Allemaal met een karabijn in de hand.Best intimiderend.”

Lees ook: Vergeet Kopenhagen, Londen of Berlijn: Tbilisi is booming

Op het veld wordt Feyenoord getrakteerd op een kansloze nederlaag. Na een half uur staat Dinamo Tbilisi, onder aanvoering van Kipiani, al met 2-0 voor. „Wij hadden geen misselijke ploeg, maar zij waren twee tot drie klassen beter”, zegt Stafleu, die Kapiani moest dekken. „Ze liepen ons aan alle kanten voorbij. Ik heb geen bal geraakt.”

Ook op de tribune hebben de Feyenoorders niets in te brengen in 1981. „Elke keer als wij gingen zingen werd dat overstemd door een striemend fluitconcert”, weet Van Rooijen nog. „Dan zakt de moed je wel in de schoenen.

Op de beelden van de wedstrijd, die op YouTube staan, is te zien dat de spelers van Feyenoord voetballes krijgen. Als het laatste fluitsignaal klinkt weten de Rotterdammers niet hoe snel ze het veld af moeten. Dinamo Tbilisi zou later dat seizoen de Europa Cup II winnen.

Krachtsverschillen

38 jaar later lijkt een nieuw debacle in Tbilisi uitgesloten. Daarvoor zijn de krachtsverschillen te groot, zo bleek tijdens de heenwedstrijd. Op een heksenketel hoeft Feyenoord bovendien niet te rekenen. Door een straf van de UEFA zijn thuissupporters donderdagavond niet welkom in het Boris Pajtsjadzestadion, waar sinds de gloriedagen van 1981 weinig eer meer te behalen valt.