Recensie

Recensie Theater

Salieri’s ‘Trofonio’s erfenis’ in een oer-Hollands veengebied

Opera De uitbundige opera ‘Trofonio’s erfenis’ van Antonio Salieri lijkt wel wat op Mozarts ‘Così fan tutte’. Opera Nijetrijne brengt een inventieve hertaling op het Friese veen.

Mijke Sekhuis als Ophelia.
Mijke Sekhuis als Ophelia. Foto Lisa Maatjens

De slaapkamers van de zusjes Ophelia en Dori prijken hoog in de bomen van de Friese natuur bij Nijetrijne. Het tweetal heeft botsende karakters: Ophelia is ernstig, Dori loszinnig. De dames krijgen herenbezoek: Dori duikt meteen met haar punkrocker haar roze bedstee in, Ophelia behoudt discretie en distantie. Vader Aristone maakt zich zorgen over zijn dochters die hij „secreten” noemt, „hellevegen”.

De uitbundige opera comica van Antonio Salieri, Trofonio’s erfenis, beleefde in 1785 in het Weense Burgtheater haar première; vijf jaar later vond in datzelfde prestigieuze operagebouw Mozarts Così fan tutte plaats. Dat is geen toeval: de opera’s lijken op elkaar. Salieri, de man die ervan werd verdacht voor Mozarts dood verantwoordelijk te zijn, vormde de inspiratiebron van de laatste. Vergeet de film Amadeus en luister naar de voorname, boeiende muziek van Salieri, nu gebracht door een feestelijk spelend orkest dat deels verscholen zit in een kast. Voorts speelt de handeling zich buiten af, geheel volgens de traditie van Opera Nijetrijne. Dankzij de inventieve hertaling door Alice Zwolschen en de regie van Nynke van den Bergh getuigt de opera van de juiste diepte onder de ogenschijnlijk komische oppervlakte.

De vader, een warme rol van bariton Pieter Hendriks, maakt zich zorgen om zijn weerspannige dochters. Er moet een ingenieuze machine aan te pas komen, ontworpen door ene tovenaar Trofonio, die de vrouwen én hun minnaars van karakter verandert. Zo wordt de een als de ander en denken de vrouwen aan overspel, net zoals in de Così.

In een schitterende aria van sopraan Mijke Sekhuis bezingt Ophelia haar bevrijding van alle ernst: „Ik leef nu!” Ze danst over de verende veengrond. Zusje Dori, een sensitieve rol van sopraan Donij van Doorn, neemt de ernst over, en hiermee is het bewijs geleverd dat karakter inwisselbaar is.

De beide jongemannen, tenoren Jacques de Faber en Erik Slik, zijn voortvarend in de manier waarop ze zich aan hun geliefden aanpassen. Ophelia en Dori zijn de heldinnen van deze muzikale parel, waarmee Salieri’s klanken, onder bezielende leiding van pianist Vaughan Schlepp, herinneren aan Mozart. Zo vinden beide rivaliserende componisten elkaar ná het Burgtheater na eeuwen in een oer-Hollands veengebied.

Terecht zingt Dori dat „Niet wij!” willen leven als veenlijk. Nee, in elke verrukkelijke noot omhelzen zij het leven.