Noordpool Orkest: 10 jaar succesvol

Interview Reinout Douma Lichte muziek brengt het Noordpool Orkest, een symfonieorkest met slagwerk en gitaren. Oprichter Reinout Douma: „Ik wil pionier zijn van de grote bands.”

Het Noordpool Orkest uit Noord Nederland telt 42 musici.
Het Noordpool Orkest uit Noord Nederland telt 42 musici. Foto Siese Veenstra

Alle 42 musici van het Noordpool Orkest zijn in stemmig zwart gekleed, van de harpist, hoboïst en cellist tot de violisten, slagwerkers en koperblazers. Het is vrijdag 12 juli op het North Sea Jazzfestival, Rotterdam. Onder leiding van dirigent Reinout Douma (45) begeleidt het in Groningen gevestigde Noordpool Orkest de New Yorkse soulzanger José James in een gloedvol, swingend openingsconcert. Een symfonieorkest met sterke ritmesectie ontmoet soul, jazz, hiphop.

„Dit is al tien jaar mijn droom”, zegt dirigent, pianist en componist Douma later in zijn huis in Groningen. Deze zomer viert het orkest een jubileum: tien jaar geleden verzorgde het zijn eerste optreden in De Lawei in Drachten. Dat werd een succes. „Omdat Drachten een plaats is zonder koopzondag kwam de gemeente op het idee van cultuurzondagen”, aldus Douma.

Reinout Douma, dirigent van het Noordpool Orkest Foto Sake Elzinga

„Van de wethouder en de directeur van schouwburg De Lawei kreeg ik als Groningse musicus carte blanche om muzikale evenementen te brengen. Maar ik had geen enkele ervaring met dirigeren. Ik belde eenvoudigweg een orkest van bevriende musici bij elkaar, zo ontstond het Noordpool Orkest met uiteindelijk echte topmusici. Toen leek het wel een kamikaze-actie. Het Metropole Orkest als lichtend voorbeeld kwam me goed van pas. Een symfonieorkest met slagwerk en gitaren dat lichte muziek brengt: het is nog steeds een gouden idee. Vier trompetten kwamen erbij, vijf saxofoons, drums. Vrijwel meteen ontdekten we dat het geen eenmalige gebeurtenis was, geen hobby, maar structureel. Symfonieorkesten putten hun kracht uit het verleden en de traditie, ik zocht naar nieuwe wegen. In die tijd moesten orkesten enorm bezuinigen, het was werkelijk kaalslag. En daar kwamen wij als jong en meteen groot orkest, het leek kansloos. Maar integendeel. We ontlenen nu 80 à 90 procent aan eigen inkomsten en hebben, als superkleine organisatie, slechts 10 procent aan overheadkosten.”

Douma groeide in Doetinchem op met klassieke muziek, Bach, Mozart, Liszt. Zelf luisterde hij naar popmuziek, Phil Collins, Fleetwood Mac, Sting, Van Morrison. Voor hem sprong de vonk over van klassieke muziek naar het lichtere genre dankzij het Metropole Orkest. Zo wilde hij ook muziek maken, in een samenspel van stijlen, klassiek én amusement, licht, romantisch met een fikse jazzy swing erin: „Ik wilde een sensitief groot orkest.”

Als kind speelde Douma verrassend goed piano en tijdens zijn studie begeleidde hij vrienden bij cabaret- en theateroptredens. Douma noemt zichzelf bij herhaling „onrustig”: „Ik was te onrustig om, zoals mijn vader, van bladmuziek te spelen. Ik kon het trouwens nauwelijks, ik speelde uitsluitend op het gehoor. Ook al was ik gegrepen door muziek, ik kwam in 1992 naar Groningen om rechten te studeren, een studie die ik overigens niet afmaakte. Tijdens een stageperiode op een advocatenkantoor dacht ik: dit voorspelt een grijs bestaan. Ik besloot me aan de muziek te wijden en werd zowaar op mijn 23ste aangenomen aan het Prins Claus Conservatorium. Als jazzpianist. Daarnaast volgde ik dirigeerlessen.”

Glorieuze bloei

Zijn begeleiding van de vrouwelijke cabaretgroep Vrouw Holland uit Groningen vormde het begin van nauwe samenwerkingen met onder anderen Jochem Myjer, Bert Visscher, Nynke Laverman, Eric Vloeimans en het Noord Nederlands Toneel. Ook kwamen er optredens tijdens noordelijke festivals als Soundsofmusic en Rockit. Voor de glorieuze bloei van ‘zijn’ orkest in tijden van culturele versobering heeft Douma onder meer deze verklaring: „Ik begon serieus na te denken hoe innovatie plaatsvindt binnen een orkest. Symfonieorkesten programmeerden popmuziek. Maar alleen popmuziek brengen als orkest is geen echte innovatie. Die moet van binnenuit komen. Als je naar de geschiedenis van orkesten kijkt, dan zie je dat ze steeds groter worden, van de kleine barokorkesten tot de reusachtige symfonieorkesten van bijvoorbeeld Mahler. De groei van een orkest heeft te maken met de groei aan instrumenten, bijvoorbeeld hobo en klarinet in de tijd van Mozart en saxofoon bij Tsjaikovski. Werkelijke verandering bij orkesten komt voort uit het gebruik van nieuwe instrumenten, en daartoe reken ik ook hedendaagse elektronica. Ik wil pionier zijn van de grote bands.”

Hoe Douma dat voor zich ziet, verklaart hij uit het begrip compressed music : „Alle muziek die we nu horen is computergestuurd. Compressed betekent dat je de akoestiek van een klank weghaalt, je isoleert die, en daardoor komt die klank keihard over. Dat staat lijnrecht tegenover de akoestische klankkleur van een symfonieorkest. Ons orkest klinkt steeds vaker compressed. Dat is het resultaat van een avontuurlijke zoektocht. Als je de hedendaagse geluidstechniek niet toelaat in een orkest, dan klink je al snel verouderd.”

Reinout Douma, dirigent van het Noordpool Orkest Foto Sake Elzinga

Met optredens als Songs for Joni Mitchell, Radio Head Symfonie en het Vasalis-poëzieprogramma met zangeres Janne Schra verwierf het Noordpool Orkest bekendheid. Dit najaar volgt een concerttournee met Paul van Vliet en brengt Douma’s orkest Wad Live, een hommage aan de Waddenzee naar de Gouden Film Wad van regisseur Ruben Smit. Het orkest speelt live on stage waarin „natuurgeluiden en de stilten van het wad” zullen klinken, aldus de regisseur.

Douma laat een voorproef horen in zijn studio: de schelle roep van de scholeksters verklankt door razendsnel snerpende sopraansaxofoons. Douma: „Straks zit het hele orkest voor het filmdoek. We maken geen zoete muziek bij mooie beelden, maar we maken het spannend en poëtisch. De wisseltruc van eb en vloed brengen we als een groot improviserend orkest, we bewegen mee. Dat is nooit eerder gedaan.”