Recensie

Recensie Muziek

Joyce DiDonato stijgt onwerelds op boven strak en onbevangen NYO

Klassiek Mezzo Joyce DiDonato kleurt de zomernachten van Berlioz met magische kleuren die doen denken aan het schaduwenspel van schilder Caravaggio.

Joyce DiDonato.
Joyce DiDonato. Foto Simon Pauly

De musici van de toekomst bezoeken het Concertgebouw. Acht jeugdorkesten mogen in de zomerconcerten proeven aan de magische klankkleur van de Grote Zaal. Drie ervan zijn deze week te horen. Dinsdag beet het Amerikaanse National Youth Orchestra (NYO) het spits af. En hoe! Ze speelden als een eenheid en toch onbevangen, zoals ze gekleed waren: wit overhemd, donkere stropdas en colbert, maar daaronder de vermiljoen rode broeken en All Stars-gympen.

Voor het NYO verzamelt het New Yorkse Carnegie Hall elk jaar via uitgebreide audities de grote muzikale talenten tussen pakweg zestien en negentien jaar voor drie intensieve trainingsweken met – in dit geval – de Britse dirigent Antonio Pappano. Daarna maakt het orkest een tournee, die nu onder meer langs de BBC Proms voerde.

Het ensemble trapte af met het nieuwe stuk Occidentalis van de negentienjarige Benjamin Beckman, waarin hij probeert te verklanken wat het betekent om een Amerikaan te zijn. De muziek slingerde als een op hol geslagen pendule tussen euforie en verwarring. De ene keer liet Beckman de luisteraar te zweven boven een kudde galopperende bizons in het machtige Amerikaanse landschap om bij het opkijken plotseling recht op een vervaarlijke rotswand af te vliegen. Het deed denken aan A Short Ride in a Fast Machine van John Adams. Beckman maakte er een Bumpy Flight van.

Hoogtepunt vormde de liedcyclus Les Nuits d’Été van Hector Berlioz met de mezzo Joyce DiDonato. Dirigent Pappano boetseerde de nachtelijke atmosfeer, hij veranderde het orkest in een muzikaal bed van waaruit haar stem onwerelds opsteeg als in een droom. Een magisch aura omhulde het podium. DiDonato voorzag de woorden van wonderbaarlijke kleuren in een Caravaggio-achtig schaduwenspel.

Na de pauze pakten NYO en Pappano uit met de grillige Vijfde Symfonie van Sergej Prokofjev, ogenschijnlijk onder het Monty Python-motto ‘And now for something completely different’. De muziek is Russisch, maar de tongval bleef Amerikaans: het cartoonesk vertolkte tweede deel rook - hoewel niet onaangenaam – naar Hollywood. In Prokofjev toonden deze jongeren vooral hun grote en speelse technische kunnen.