EU en Indonesië ruziën over palmolie

Handelsconflict De EU pakt gesubsidieerde biodiesel uit Indonesië aan om ontbossing tegen te gaan. Maar helpt het nieuwe beleid daar wel tegen?

Een bosbrand in de buurt van een palmolieplantage op Sumatra, eind juli. Met de productie van palmolie gaat volgens wetenschappers biodiversiteit verloren.
Een bosbrand in de buurt van een palmolieplantage op Sumatra, eind juli. Met de productie van palmolie gaat volgens wetenschappers biodiversiteit verloren. Foto Wahdi Septiawan/Reuters

Als jullie de importtarieven op onze biodiesel verhogen, dan verhogen wíj de tarieven op jullie zuivel. De Indonesische minister van Handel had goed naar de Verenigde Staten en China gekeken, toen hij laatst met deze wraakactie dreigde. Indonesische zuivelimporteurs kunnen maar beter vast leveranciers voor hun boter, melk en kaas zoeken in Australië, India of de VS, zei de minister. Want hij zou de invoertarieven voor Europese zuivel zo met 20 tot 25 procent verhogen.

Het dreigement had in de EU niet het beoogde effect. Afgelopen dinsdag zijn nieuwe Europese invoertarieven voor biodiesel van kracht geworden. Volgens de Europese Commissie heeft Indonesië overheidssteun gegeven aan producenten van palmolie en van biodiesel, waar ruwe palmolie de belangrijkste grondstof voor is.

De EU verhoogt de importheffingen voor biodiesel met 8 tot 18 procent. Die percentages wisselen omdat Indonesische bedrijven niet allemaal in dezelfde mate profiteerden van de subsidies. De Indonesische regering heeft nog niet gereageerd.

De heffingen komen op een slecht moment. De handel in palmolie en biodiesel lag toch al zo gevoelig tussen Indonesië en de EU. Afgelopen maart besloot de Europese Commissie dat palmolie vanaf 2030 niet langer geldt als grondstof voor biobrandstof. Al veel eerder, vanaf 2023, moet het gebruik van palmolie voor biodiesel naar beneden. De EU wil zo onder meer ontbossing tegengaan.

Het besluit staat in Indonesische media bekend als de ban op biodiesel – al klopt dat feitelijk niet. EU-landen zouden straks nog steeds brandstof gemaakt van palmolie kunnen importeren, alleen telt die dan niet meer mee als ‘groene’ brandstof. En de EU blijft palmolie voor andere goederen (ijsjes, chocola, cosmetica) gewoon toestaan.

Discriminatie

Hoe dan ook reageren Indonesië en Maleisië – samen produceren zij 85 procent van de palmolie wereldwijd - defensief. Vorige week zeiden de Maleisische premier en de Indonesische president dat ze samen zullen optrekken tegen de EU. Ze dreigen naar Wereldhandelsorganisatie WTO te stappen. Ze noemen het „discriminerend” om palmolie wel aan banden te leggen en andere olie gemaakt uit bijvoorbeeld soja of koolzaad niet.

Palmolie is een volkomen gepolariseerd onderwerp, zegt wetenschapper Erik Meijaard. Hij houdt zich al jaren bezig met ontbossing in Indonesië en deed voor de International Union for Conservation of Nature (IUCN) onderzoek naar het verlies van biodiversiteit door de productie van palmolie. Ja, zegt hij, als je inzoomt op de productie van palmolie gaat daarmee onvermijdelijk biodiversiteit verloren. Alleen: „Op dit moment weten we weinig van het grotere plaatje. We weten niet goed welke gevolgen het zou hebben als je palmolie uitbant en vervangt door andere gewassen.”

Voor de productie van palmolie is vier tot zelfs tien keer minder landoppervlakte nodig dan voor het verbouwen van sojabonen of raapzaad. Meijaard heeft wel eens bekeken wat er zou gebeuren als je palmolie „uit de mix” van de wereldwijde productie voor plantaardige olie zou halen. „Dan heb je in 2050 zo’n 145 miljoen hectare méér land nodig om aan de vraag te voldoen dan als je palmolie zou blijven gebruiken. Dus het verbaast me dat de EU zulk hard beleid aankondigt, terwijl we vanuit de wetenschap niet zeker weten of dat zin heeft.”

Lees ook het opiniestuk: Nee, we moeten niet stoppen met het gebruik van palmolie

Meijaard begrijpt daarom ook wel dat de Indonesische en Maleisische regeringen zo heftig reageren. Zij verdedigen de palmolie-industrie omdat miljoenen boeren er afhankelijk van zijn voor hun inkomen. Hun belangrijkste argument is dat de palmolieproductie bijdraagt aan het verminderen van armoede. Al klopt ook dat niet helemaal: „Op Sumatra heeft palmolie positief bijgedragen aan een vermindering van de armoede. Maar in andere gebieden van Indonesië, op Kalimantan en in Papua, profiteren de kleine boeren veel minder.”

Het is heel lastig voor vóór- en tegenstanders van palmolie om elkaar te vinden, zegt Meijaard, omdat de waarden die ze belangrijk vinden zo verschillen. „Je kunt een hectare ontbossing niet afzetten tegen het tegengaan van ondervoeding. De één vindt duurzaamheid het belangrijkst en dat de orang-oetan blijft voortbestaan. De ander stelt het inkomen van zijn inwoners voorop.”

Duurzaamheid

Een ander probleem met de EU-maatregel is dat die in de praktijk waarschijnlijk slecht uitpakt voor de duurzaamheid van de productie in Indonesië, zegt Herry Purnomo. Hij is wetenschapper aan het Indonesische Center for International Forestry Research. Purnomo voorspelt dat Indonesië zich meer zal richten op markten waar duurzaamheid niet zo belangrijk is: India, China, Pakistan. „Dan valt de prikkel voor duurzaam ondernemen helemaal weg. En als ze het daar voor een lage prijs verkopen, zal de ontbossing waarschijnlijk juist weer toenemen.”

De Indonesische regering gaat ook de binnenlandse vraag stimuleren. President Joko Widodo zei maandag dat hij vanaf januari het percentage palmolie in diesel omhoog wil brengen van 20 naar 30 procent. Eind 2020 moet dat zelfs 50 procent worden.

Is dit, naast het handelsconflict tussen China en de VS nu het begin van een tweede handelsoorlog, tussen de EU en Indonesië en mogelijk Maleisië?

Het geruzie over palmolie is minder veelomvattend dan de klacht van de Amerikaanse president Donald Trump dat China de VS oneerlijk behandelt en Amerikanen hun banen ontneemt. Maar de kans is wél reëel dat door dit soort ruzies over palmolie de onderhandelingen over een breder handelsverdrag tussen de EU en Indonesië, die al jaren bezig zijn, stroever verlopen. Helemaal als Indonesië inderdaad besluit om terug te slaan met hogere invoerheffingen op EU-producten.

Of dat echt zal gebeuren is nog onduidelijk. De extra heffingen op biodiesel zijn tijdelijk en de betrokken partijen – dat zijn zowel de Indonesische regering als bedrijven – hebben tot begin oktober om te reageren op dit besluit. Als de zuiveltarieven wel omhoog gaan, raakt dat vooral producenten van melkpoeder. Daarvan is Indonesië de derde grootste importeur buiten de EU. Als het om boter en kaas gaat, is Indonesië een kleine partij.

Populistisch tijdperk

De spanningen rond palmolie passen in ieder geval helemaal in „dit populistische tijdperk”, zegt Purnomo. „In Europa schreeuwen de fanatiekelingen tegen palmolie het hardst. En die lokken in Indonesië ook weer de hardliners uit.” Het beste zou volgens hem zijn als „de wijze beleidsmakers van Indonesië en de EU” samen criteria voor een duurzaamheidsstandaard opstellen. Die standaard kan prima strikter zijn dan de keurmerken die er nu al zijn, zegt hij: „Het is de enige manier om duurzame productie te stimuleren.”