Duizend voetbalvelden en meer

Ewoud Sanders

Woordhoek

Wanneer zal het voetbalveld officieel worden toegevoegd aan het metrieke stelsel? Dat vroeg Tommy Wieringa onlangs in deze krant (Het grote smelten, 4/8).

Die vraag kwam niet uit de lucht vallen, want als maataanduiding is het voetbalveld niet meer weg te denken uit de media. Zo meldde de NOS deze week over de bosbrand op Gran Canaria: „De brand is waarschijnlijk ontstaan toen iemand aan het klussen was en heeft een gebied zo groot als bijna 2.000 voetbalvelden vernield” (een dag later verminderd tot duizend voetbalvelden). Een ouder voorbeeld uit de Gelderlander: „Zalando heeft aangekondigd een centrum te bouwen dat net zo groot is als negentien voetbalvelden”.

De meeste mensen hebben wel een beeld bij een voetbalveld en in gedachten kun je er een paar bij optellen, maar boven de vier of zes velden wordt dat beeld tamelijk abstract. Duizend of tweeduizend voetbalvelden betekent dus simpelweg ‘heel groot’.

Negentien voetbalvelden als maataanduiding lijkt exact, maar in feite slaat dit nergens op. Anders dan menigeen denkt, bestaan er voor voetbalvelden verschillende maten. Als algemene norm hanteert de FIFA: 45-75 meter breed, 90-120 meter lang. Voor velden waarop internationale wedstrijden worden gespeeld is dit: 64-75 x 100-110. En de KNVB heeft als algemeen uitgangspunt: 64-69 x 100-105.

Een voetbalveld is dus in de eerste plaats een gevoelsmaat, een grove media-aanwijzing om een omvang inzichtelijker te maken. Omdat sommigen zich hierdoor niet serieus genomen voelen, combineren kranten en nieuwssites ‘voetbalveld’ soms met exactere maten. Een recent voorbeeld uit deze krant in een bericht over winkelleegstand, met een ruime maatmarge: „Dat komt neer op zes tot zeven miljoen vierkante meter. Duizend voetbalvelden”.

Hoe groter het aantal voetbalvelden, hoe bespottelijker de vergelijking in mijn ogen wordt. Zeker als het voetbalveld opduikt in wonderlijke vergelijkingen als „vierduizend voetbalvelden aan asbestdaken in Brabant” (Omroep Brabant). Er zijn vergelijkingen te vinden met miljoenen voetbalvelden (vooral in berichten over ontbossing), maar de meeste Nederlandse media stappen boven een paar duizend voetbalvelden over op drie andere geografische gevoelsmaten. Namelijk Texel, Utrecht (in de Duitse media is dit Saarland, in het VK: Wales) en België. Texel heeft een oppervlakte van 463 vierkante kilometer, Utrecht van 1.449 vierkante km en België is ruim dertigduizend vierkante km groot. Dat heeft nagenoeg niemand paraat en ik betwijfel of mensen een duidelijk verschil voelen tussen Texel, Terschelling en Schiermonnikoog, maar toch duikt het eerstgenoemde Waddeneiland geregeld op in vergelijkingen. Enkhuizerwaard en Sint Maarten zijn net zo groot als Texel; Gaza en Bonaire zijn twee keer zo groot; Ibiza en Barbados drie keer zo groot als Texel en zo gaat het maar door – zeker tot tien. Texel en Utrecht worden soms gecombineerd. Over het Schotse eiland Lewis: „Het is tien keer zo groot als Texel en met 1.770 vierkante km zelfs nog groter dan de provincie Utrecht”. Steden, bassins, branden, plasticsoep en een olievlek zo groot als België, een stuk land „bijna tachtig keer zo groot als België” – u heeft het de afgelopen jaren allemaal kunnen lezen in nieuwsberichten, maar ik vermoed dat de meesten van u vooral hebben gedacht: dat is héél groot. Hiermee zijn de gevoelsmaten overigens nog lang niet uitgeput. Volgende week de menselijke gevoelsmaat: van top tot teen en meer.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders