‘Bij ons draait eigenlijk alles om eten’

Spitsuur Chef-kok Rob (60) en vinoloog Wendy (48) hebben een kookschool aan huis. Vier à vijf dagen in de week komen er groepen voor lessen. „Soms heb ik er wel last van dat het bedrijf aan huis is, en dat je nooit echt privéruimte hebt. Je kunt niet even de deur achter je dicht trekken en weggaan.”

Foto’s David Galjaard

Rob: „Ik had nooit verwacht dat we zouden eindigen op een boerderij waar we onze eigen moestuin hebben, waaruit we oogsten en samen kooklessen geven.”

Wendy: „Ik heb niet van jongs af aan al een passie voor eten en drinken.”

Rob: „Dat is bij mij anders. Ik kwam naar Nijmegen, om te studeren voor leraar wis- en natuurkunde, en had bijbaantjes in de horeca. Dat vond ik zo leuk. Ik wil kok worden, dacht ik. Na een paar jaar opende ik mijn restaurant. Dat was snel, ik moest nog leren koken.”

Wendy: „Ja, jij was er vroeg bij.”

Rob: „Nu ben ik zestig, en koken is altijd de rode draad geweest in mijn leven. Altijd heb ik gedacht: ik moet blijven koken. En ik zie wel wat er komt.”

Wendy: „Ik heb tot mijn dertigste in de hulpverlening gewerkt. Mijn vorige man kocht een Italiaanse delicatessewinkel in Nijmegen. Daar ben ik toen gaan werken. Hij was kok, dus ik heb me verdiept in wijn en heb de Wijnacademie gedaan. Rob en ik zijn toen gaan samenwerken. Hij vanuit zijn restaurant en ik vanuit de winkel. We organiseerden kookreizen naar Italië.”

Rob: „Zo leer je elkaar kennen, en zie je de passie die je allebei hebt. Daar komen dan dingen uit…”

Wendy: „…bijvoorbeeld een relatie. Op een gegeven moment zijn we gescheiden van onze vorige partners, en bij elkaar gekomen. En toen we gingen samenwonen, dachten we: ‘we doen onze activiteiten bij elkaar’.”

Niet in elkaars vaarwater zitten

Rob: „Veel van onze tijd gaat zitten in poetsen. Dat is normaal in een keuken.”

Wendy: „Zeker zo’n vier, vijf uur per dag. Ik sta om zeven uur op, verzorg de dieren, breng mijn dochter Mila naar school, en begin met poetsen. Rob staat rond tien uur op.” 

Rob: „Om zeven uur ’s avonds komen de groepen voor de kookles. Vier à vijf dagen in de week hebben we groepen, in de schoolvakanties is dat veel minder. In de middag zijn we bezig met het voorbereiden van de kooklessen.”

Wendy: „We kijken wat er in de tuin klaar is om geoogst te worden, en passen de recepten voor de mensen daarop aan. Het rondje in de tuin doen we samen, de recepten bedenkt Rob. Hij is echt de kok.”

Rob: „Ik ben ook best wel eigenwijs.”

Wendy: „En je hebt veertig jaar ervaring, dus daar ga ik me niet mee bemoeien.”

Rob: „Dat is ook wel de kracht van onze relatie, dat we niet in elkaars vaarwater zitten. Ik hoor graag wat Wendy denkt, en zij zoekt bijpassende wijnen bij gerechten. Of ze zegt: ‘Heb je gezien dat dat bloemetje nu bloeit, moeten we er geen nieuwe planten bijzetten?’ Dat soort dingen.”

Wendy: „Ik ben vinoloog, dus ik geef wijncursussen en wijn- en spijscursussen. En ik doe de administratie, de nieuwsbrieven, de website. Daarin vullen we elkaar aan. De avonden dat ik lesgeef, is Rob bij Mila. De eerste jaren regelden we het zo, dat ik veel bij haar kon zijn. Maar nu ze ouder is, verandert dat.”

Vage grenzen

Wendy: „Alleen de uren dat een van ons lesgeeft, zijn we niet samen. Het samenwerken vind ik heel erg fijn.”

Rob: „Ik ook.”

Wendy: „Soms heb ik er wel last van dat het bedrijf aan huis is, en dat je nooit echt privéruimte hebt.”

Rob: „Ik niet. Kom maar. Ik vind niets leuker dan samen koken, samen aan tafel zitten.”

Wendy: „Het is natuurlijk ook mijn huis. En af en toe wil ik ook eens geen mensen zien. Maar je kunt niet even de deur achter je dicht trekken en weggaan.”

Rob: „Je moet altijd een balans zoeken, en tijd vinden voor jezelf. Anders kun je geen goede gastheer meer zijn.”

Wendy: „We zitten behoorlijk vol. Groepen reserveren al voor maart volgend jaar. Daar krijg ik het af en toe wel eens benauwd van.”

Rob: „We houden allebei van culturele dingen, dansvoorstellingen of zo. Maar als je dan niks vastlegt, kom je er nooit. Dan komt er altijd wel weer een kookgroep.”

Wendy: „Op een gegeven moment kwamen we erachter dat we vijf, zes maanden achter elkaar, zo’n zeven dagen per week, vol zaten. Toen besloten we dat we beter op moesten gaan letten. Nu zeggen we langer van tevoren: die dagen houden we voor elkaar.”

Rob: „Onze verjaardagen, bijvoorbeeld.”

Wendy: „In onze vrije tijd gaan we lekker uit eten. Alles draait bij ons eigenlijk om eten.”

Rob: „Of we koken zelf en nodigen mensen uit. Als ik tien dagen op vakantie ben en ik heb niet gekookt, dan voel ik me niet meer lekker. Dan denk ik: straks kan ik het niet meer.”

Wendy: „Jij bent wel extreem, ja.”

Rob: „Daarom is het fijn dat koken mensen verbindt. Anders zou ik een behoorlijk eenzijdige kijk krijgen op de maatschappij.”

Wendy: „Aan tafel ontstaan gesprekken, die gaan niet per se over eten. Bij ons zijn alle grenzen een beetje vaag. Wanneer is iemand een kennis of een vriend en wanneer een klant of een gast? Wanneer is het werk en wanneer is het hobby? Wanneer is het je privéterrein en wanneer je werkplek?”

Rob: „Dat loopt in elkaar over.”

Wendy: „We hebben niet zulke afgebakende dingen.”

Rob: „En dat is prima.”