Foto Roos Pierson

Willen studenten nog op kamers?

Studietijd Het aantal studenten dat het ouderlijk huis verlaat is in vier jaar gehalveerd. Vier thuiswonenden over hun overwegingen.

Voor studenten was de zomervakantie nog maar net begonnen, of het ging alweer over het nieuwe studiejaar. Het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) liet 15 juli weten „zeer verontrust” te zijn over het dalende aantal studenten dat op kamers gaat wonen.

Aanleiding waren cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die toonden dat in 2013 gemiddeld 42,7 procent van de studenten binnen zestien maanden op kamers woonde. Spoel vier jaar vooruit, naar 2017, en dat percentage is gedaald tot 24,1.

De Landelijke Monitor Studentenhuisvesting, die jaarlijks wordt uitgebracht door Kences (Kenniscentrum studentenhuisvesting), liet er vorig jaar al geen twijfel over bestaan waar dat aan ligt: de afschaffing van de basisbeurs en het gebrek aan (betaalbare) kamers.

Kences-directeur Diederik Brink zei vorig jaar bij de presentatie van zijn rapport dat studenten die de laatste twee jaar zijn begonnen „relatief een beduidend hogere studieschuld hebben opgebouwd”. Om toch zoveel mogelijk schulden te voorkomen, vertrekken studenten later uit het ouderlijk huis.

Kennismakingsweken

Als studenten al op kamers willen, stuiten ze op een tekort aan kamers en hoge huurprijzen. Vorig jaar was er een tekort aan 31.000 kamers, zo berekende vastgoedadviseur Savills onlangs, en steeg de gemiddelde huurprijs naar 427 euro per maand. Dit veroorzaakt een ontwikkeling die ingaat tegen de „essentie van de studententijd”, zei ISO-bestuurslid Rico Tjepkema vorige maand. „De studententijd is een tijd waarin je jezelf kunt leren kennen en ontwikkelen, je eigen boontjes kunt leren doppen en zelfstandig kunt worden, typische kenmerken van wat de studententijd zo belangrijk maakt.”

Zien studenten dit ook zo? Nu de eerste kennismakingsweken zijn begonnen, vroeg NRC in aanloop naar het nieuwe studiejaar vier van hen, allen nog thuiswonend en daardoor veroordeeld tot ver reizen naar school of universiteit, hoe zij erover denken.

Flynn Ravenstein (17): ‘Ik ben nog jong: veel feestjes’

Woonplaats: Zeewolde

Studie: mbo-opleiding acteur aan de Academie voor Theaterperformance in Utrecht

Reisroute: bus naar Nijkerk, stoptrein naar Utrecht Overvecht, bus naar school

Reistijd: 1 uur en 20 minuten

„Ik ben nog jong, en dat heeft zowel voor- als nadelen. Een voordeel is dat ik en heel veel van mijn klasgenoten nog geen 18 zijn, en dus nog niet uit mogen gaan. Daarom mis ik, ondanks dat ik nog bij mijn ouders woon, weinig verjaardagen of feestjes. Als die er wel zijn en ik wil ernaartoe, moet ik het of goed plannen of bij iemand blijven slapen, anders kom ik niet thuis. Doordeweeks mis ik al wel eens de laatste bus van Nijkerk naar Zeewolde, die vertrekt om 19.00 uur, omdat ik laat klaar ben met mijn studie. Gelukkig halen mijn ouders me dan op.

„Een nadeel is dat ik merk, als ik een kamer zoek, dat voor de meeste kamers iemand gezocht wordt van 20 jaar of ouder. Vaak zijn de andere huisbewoners al wat ouder, en die zoeken toch leeftijdsgenoten. Of ze zoeken iemand die werkt, dan weten ze dat diegene de huur kan betalen. Dat vertrouwen ze minder bij iemand die nog zo jong is als ik ben.

„Wat me ook opvalt: er worden veel vaker meisjes gezocht voor kamers dan jongens. Of er wordt gevraagd dat je minimaal aan het hbo studeert.

„Er zijn heel veel mensen die in Utrecht op kamers willen wonen, daarom zijn de huurprijzen echt niet te betalen. En een studieschuld opbouwen is met mijn opleiding best een risico. Want je weet nooit of je in deze sector wel werk hebt.

Ik heb echt geen zin om een schuld te hebben, daar voel ik me wel door geremd.

„Ik hoop in de zomer van 2021 mijn studie af te ronden en door te stromen naar het hbo. Dan wil ik wel echt op kamers – er zijn geen hbo-opleidingen goed bereikbaar vanuit Zeewolde en dan zijn mijn vrienden en ik wat ouder, dus dan speelt uitgaan meer mee. Maar ik ben niet de enige die een kamer zoekt. Daarom begin ik volgend jaar alvast met mijn zoektocht.”

Thyme van den Beuken (24): ‘Alles in me wil uitvliegen, maar de prijs…’

Woonplaats: Neeritter

Studie: hbo pedagogiek aan de Fontys Hogeschool in Sittard

Reisroute: fietsen naar busstation, bus naar Roermond, trein naar Sittard

Reistijd: 1 uur en 10 minuten

„Toen ik een paar weken geleden 24 werd, dacht ik bij mezelf: ‘Hoe kun je nu nog bij je ouders wonen?’ Maar al mijn hele studieperiode woon ik nog thuis. Dat is niet omdat niet op kamers wil, dat wil ik heel graag, maar het is een financieel en praktisch verhaal: kamers zijn heel duur, of ze liggen in omliggende dorpen van Sittard, en dan is het bijna net zo onhandig om op mijn studie te komen als vanuit mijn ouderlijk huis. Alles in me wil uitvliegen, maar de prijs of locatie schrikt me altijd af. Het is een voortdurende interne strijd.

„Ik heb het leenstelsel nooit een goed plan gevonden, want ik ben opgevoed met het idee dat je geen schulden moet maken. Het lijkt me heel vervelend om mijn werkende carrière met een studieschuld te beginnen, dat kan alleen maar tegen je werken als je een hypotheek wil, of een lening voor het opstarten van een bedrijf.

„Dat ik nog altijd thuis woon, heeft denk ik een grote impact. Ik mis toch een bepaalde zelfstandigheid, merk dat ik onbewust op een heleboel dingen reken. Dat ik bijvoorbeeld geld moet hebben om eten te kunnen kopen, daar sta ik nooit bij stil. Of dat je ook jezelf kunt bezig houden, als je alleen bent. Nu heb ik altijd mensen om me heen.

„Ik ben nu veel onderweg, want ik wil graag overal iets van meepikken, maar ik houd daarom ook altijd rekening met de tijd. Dat ervaar ik als een soort constante druk.

„Mijn ouders en vrienden vinden ook dat ik eigenlijk op kamers moet gaan, maar ja, ze zien hoe moeilijk ik een kamer kan vinden. Ik heb nu bedacht dat ik maandelijks geld ga sparen. Dan kan ik een buffer aanleggen, en hopelijk over een of twee jaar op kamers.”

Maxine Storm (22): ‘Rust, privacy: dat is onvindbaar’

Woonplaats: Spijkenisse

Studie: wo statistical science aan de Universiteit Leiden

Reisroute: fietsen naar de metro, metro naar Schiedam, trein naar Leiden, bus of fiets naar universiteit

Reistijd: 1 uur en 15 minuten

„Nadat ik mijn bachelor had afgerond in Rotterdam en afgelopen jaar aan mijn master in Leiden begon, wilde ik eerst aankijken hoe het reizen ging, en of de studie me zou bevallen. Anders zou ik alles voor niets achterlaten in Spijkenisse.

„In het begin ging het reizen me wel goed af, maar het is een pittige studie. Ik moest elke dag op en neer. Toen het nog mooi weer was en lang licht bleef, was het wel te doen, maar de lange dagen braken me wel steeds meer op. Als je tot 17.00 uur op de universiteit college volgt, dan moet staan in een overvolle trein, daarna door de regen naar huis moet fietsen en uiteindelijk in het donker thuiskomt, dan is dat echt heel lastig. Ik raakte er uitgeput van.

„Begin dit jaar was ik er helemaal klaar mee. Toen heb ik actief naar een kamer gezocht. En ook al had ik me realistisch opgesteld en wist ik dat ik niet zomaar iets zou vinden, is het me ontzettend tegengevallen wat ik vond. Dat heeft misschien ook wel te maken met dat ik geen ‘standaard’ student ben; studentenverenigingen lijken me niks en ik ga niet vaak uit. Ik heb graag rust en privacy, een plekje voor mezelf. Maar dat is onvindbaar of onbetaalbaar in Leiden.

„Ik denk dat als ik al op kamers had gewoond, ik een stuk praktischer zou zijn. Ik weet heus wel hoe een wasmachine werkt, maar het is wel relaxed dat ik de was nu niet hoef te doen. Mijn moeder is een ontzettend verzorgend type. Ik heb vrienden die mijn moeder kennen en zeggen dat ze ook wel bij mij thuis zouden willen wonen.”

Rosa Schelvis (21): ‘Zo snel mogelijk een kamer’

Woonplaats: Naaldwijk

Studie: wo bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam

Reisroute: bus naar Den Haag Leyenburg, tram naar Den Haag Centraal, trein naar Amsterdam Zuid

Reistijd: 1 uur en 30 minuten

„Aan het reizen ben ik inmiddels wel gewend, maar toen ik ging studeren dacht ik: ‘waar ga ik aan beginnen?’ Sommige van mijn vrienden vonden het bizar. Toch wilde ik het zo doen, omdat mijn hele sociale leven zich hier in Naaldwijk afspeelt. Zo train ik drie keer per week met mijn handbalteam, dat wilde ik niet opgeven. Het bleek ook goed te combineren. Ik hoefde niet elke dag op de universiteit te zijn, en soms sloeg ik een college over, dat scheelde ook weer een dag reizen. Je ervaart misschien niet het echte studentenleven – midweeks uitgaan, tentamenborrels, etentjes – maar ik had het in Naaldwijk naar mijn zin.

„Nu loop ik echter stage bij Ajax, als onderdeel van mijn studie, en moet ik elke dag in Amsterdam zijn. Dat is wel zwaar. Ik heb al besloten het handballen op een lager pitje te zetten – ik haal de trainingen vaak niet, en na een lange dag heb ik er ook niet altijd zin in.

„Ik wil nu zo snel mogelijk een kamer in de buurt van de Arena, anders houd ik dit niet vol. Zeker straks in de wintermaanden, als sneeuw en bladeren voor vertragingen kunnen zorgen, en het koud en donker wordt. Het liefst zou ik een kamer vinden van iemand die op reis gaat, waar ik een tijdje op kan passen. Dan is het al gemeubileerd, en kan ik ook weer makkelijk terug na Naaldwijk, bijvoorbeeld na mijn stage.

„Een kamer is niet makkelijk te vinden. Ik zoek via Google, kijk op Facebook of op Studentenwoningweb. Maar telkens zie ik de prijzen, die liggen zo hoog, dat is niet te doen. Het gaat al snel om 700 euro per maand.”