Beleggers vrezen (opnieuw) voor een staatsbankroet in Argentinië

Val peso Alweer wordt Argentinië getroffen door een valutacrisis. Beleggers wantrouwen het land. Vier vragen over de dramatische val van de peso.

Foto Juan Ignacio Roncoroni/EPA

Zeg hyperinflatie, valutacrisis en Zuid-Amerika en je denkt algauw aan één land: Argentinië. Het land heeft een lange geschiedenis van financiële instabiliteit, met staatsbankroeten en bijna-bankroeten, gierend hoge inflatiecijfers en internationale brandblussers die te hulp schieten. Vorig jaar nog greep het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in om een Argentijns overheidsbankroet af te wenden.

En nu lijkt het weer mis te gaan. De Argentijnse munt, de peso, kwam maandag in een vrije val terecht. De koers ten opzichte van de Amerikaanse dollar zakte met zo’n 30 procent, van 2,2 dollarcent naar 1,65 dollarcent, om daarna weer op te krabbelen naar 1,8 dollarcent. Of, omgekeerd: een Argentijn moest eerst 45 peso’s neertellen voor een dollar, maandag even meer dan 60 en dinsdag 53. De Merval-index, de hoofdgraadmeter van de beurs in Buenos Aires, sloot maandag maar liefst 37 procent lager. Bij opening op dinsdag was er wel herstel van zo’n 10 procent.

De aanleiding voor de onrust lijkt niet erg spectaculair: een voorronde van de komende verkiezingen in oktober, waarbij de linkse oppositie eindigde vóór de regering van de huidige, centrum-rechtse president Mauricio Macri. Maar op de financiële markten wordt het land zo gewantrouwd dat een mogelijke regeringswisseling als groot risico geldt.

Vier vragen over het grote wantrouwen op de financiële markten in Argentinië.

1 Waar zijn beleggers precies bang voor?

Kort gezegd: voor een nieuwe linkse regering, die een nieuwe schuldencrisis kan veroorzaken. De grote winnaar van de voorronde van zondag is de peronistische (links-populistische) presidentskandidaat Alberto Fernández, die oud-president Cristina Fernández de Kirchner (geen familie) tot vice-president wil maken. Fernández wil met het IMF heronderhandelen over het reddingspakket van 57 miljard dollar (51 miljard euro) dat het fonds vorig jaar overeenkwam met de regering van Macri. Daaraan zijn zware voorwaarden verbonden: Argentinië moet het begrotingstekort (ruim 5 procent vorig jaar) terugdringen en het moet hervormen. Macri heeft subsidies voor onder meer brandstof afgebouwd om aan de IMF-eisen te voldoen. Fernández wil af van de zware eisen van het fonds, dat in Argentinië wordt gehaat vanwege de rol die het speelde bij de financiële crisis die in 2001 grote armoede in het land teweegbracht.

Het IMF greep vorig jaar in omdat Argentinië (net als bij die eerdere crisis) niet meer aan zijn betalingsverplichtingen dreigde te kunnen voldoen. Kapitaal stroomde het land uit, het begrotingstekort liep op, en ook vorig jaar was de peso fors in waarde gedaald. Dat laatste is vooral een probleem omdat 70 procent van de Argentijnse overheidsschuld is uitgegeven in buitenlandse valuta, hoofdzakelijk in dollar, volgens gegevens van het IMF. Daalt de waarde van de peso, dan drukt de staatsschuld (86 procent van het bbp vorig jaar en oplopend) zwaarder op het land. In dat opzicht is de verdere daling van de peso deze week slecht nieuws. De paniek over een schuldencrisis kan een self fulfilling prophecy worden.

2 Heeft de crisis ook oorzaken buiten Argentinië?

Vorig jaar begon de crisis, waarvan de huidige in feite een voortzetting is, met een maatregel van de regering van Macri, die het vertrouwen fors ondergroef. Zijn regering zei het inflatiedoel – in de VS en in Europa is dat iets voor centrale banken – te willen ophogen om meer economische groei te genereren. Het doel werd 15 procent in plaats van tussen de 8 en 12 procent, zoals voorheen. Inmiddels is de inflatie opgeklommen tot 55 procent. Het onvermogen van de Argentijnse regering om de inflatie te beteugelen zet de peso onder druk en zorgt voor de verdere cocktail van problemen.

Over de rol van het IMF bestaat al jaren veel discussie. Het fonds zelf concludeerde in een interne evaluatie van het programma in 2001 dat het te laat ingreep en te toeschietelijk was. In Argentinië leeft juist het idee dat het fonds met zijn bezuinigingsdrift bijdroeg (en nu weer bijdraagt) aan economische stagnatie en armoede.

Vorig jaar speelde in de valutacrisis een probleem mee waar noch Argentinië noch het IMF veel aan kon doen: de dollar werd duurder (ten opzichte van de meeste andere munten, niet alleen de peso) vanwege de oplopende rente in de VS. Inmiddels is de Amerikaanse rente weer verlaagd. Maar nu maken de financiële markten het de Argentijnen op een andere manier lastig. De handelsoorlog tussen de VS en China zorgt voor algemene nervositeit op de beurzen. Dat maakt de kans op ongelukken alleen maar groter.

3 Waarom zijn de Argentijnen ontevreden over Macri?

Macri slaagt er niet in Argentinië voor verder afglijden te behoeden. De verrassende winst van de centrumrechtse politicus in 2015 maakte een einde aan twaalf jaar links-nationalistisch bewind onder leiding van het echtpaar Kirchner, eerst Néstor en vanaf 2007 Cristina.

Macri beloofde toen de hoge inflatie tot staan te brengen en de corruptie die vooral de laatste Kirchner-jaren kenmerkte in te dammen. Hij brak met het economisch beleid van zijn voorgangster, die de peso kunstmatig hoog hield tegen de dollar. Zijn politiek van ‘geleidelijkheid’ zou het internationaal vertrouwen in de Argentijnse economie herstellen, beloofde hij. Aanvankelijk leek het de goede kant op te gaan. Bij de parlementsverkiezingen in 2017 kon Macri zijn invloed in het parlement nog flink uitbreiden. Maar hij kreeg de inflatie niet onder controle, onder meer door zijn eigen gerommel met de inflatiedoelen. Inmiddels leeft 32 procent van de Argentijnen onder de armoedegrens. En het werkloosheidspercentage is sinds Macri’s aantreden gestegen van minder dan 6 naar meer dan 10 procent. De Argentijnen hebben de eerste de beste gelegenheid aangegrepen om Macri duidelijk te maken hoe zij hierover denken.

4 Kan deze crisis overslaan naar andere landen?

Ja. Vorig jaar leidde de peso-onrust (samen met de valutacrisis in Turkije) tot dalingen van valuta van andere opkomende landen, zoals de Braziliaanse real en de Indiase roepie. Tot een wereldwijde financiële crisis leidde dit niet. Ook nu staan de munten van opkomende landen weer onder druk, zij het beperkt. Instituten als het IMF en de Wereldbank hebben herhaaldelijk gewaarschuwd voor de grote, in dollars uitgegeven schulden van opkomende landen in combinatie met politieke en economische instabiliteit. In het geglobaliseerde financiële systeem kan een brandje gauw overslaan.

Lees ook dit verhaal over waarom Cristina Fernández de Kirchner nu ‘slechts’ vicepremier wil worden: Kirchner zet heel Argentinië op verkeerde been