Harlingers: ‘We zijn harder, wreder dan de Friezen’

Harlingen De stad ligt in Friesland, maar Harlingen is niet Fries, vinden de inwoners. „We zijn harder, wreder.” De Friezen denken er het hunne van.

Het Van Harinxmakanaal scheidt Harlingen van de Friese dorpen Midlum en Wijnaldum. Links het zicht op Midlum, rechtsboven het strandje van Harlingen, rechtsonder een van de Friese dorpen.
Het Van Harinxmakanaal scheidt Harlingen van de Friese dorpen Midlum en Wijnaldum. Links het zicht op Midlum, rechtsboven het strandje van Harlingen, rechtsonder een van de Friese dorpen. Foto’s Kees van de Veen

De kop naar de zee gericht en de rug naar Friesland. Met trots zeggen echte Harlingers de minst Friese stad van Friesland te zijn. Ze hebben meer met Londen dan met Leeuwarden. En dat gevoel komt niet voort uit inkomensverschillen, geloofsstrijd of politieke kleur, maar door de mentaliteit.

Het Van Harinxmakanaal scheidt de stad Harlingen van de Friese dorpen Midlum en Wijnaldum, die tot dezelfde gemeente behoren. In Harlingen wonen „de ruwe bolsters met een blanke pit”, zegt Oeltje Visser (80) die aan de andere kant van het kanaal woont in Wijnaldum, tussen de Friezen. „We kunnen prima door één deur, als we maar geen Fries praten.”

Die ruwe bolsters met blanke pit vind je elke ochtend in de kantine van voetbalclub FC Harlingen. Ze komen allemaal van ‘ADS’ – achter de schouwburg, de arbeiderswijk. „De Jordaan van Harlingen”, noemen ze het. Tussen negen en tien slaan zo’n tien Harlingers – allen man, van ex-marinier tot raadslid – de koffie achterover en bespreken het nieuws, de stand van de stad en nemen elkaar de maat. Iedereen is welkom. Op een voorwaarde: er wordt alleen Harlingers gesproken.

Wiebe van Dijk (72) heeft het hoogste woord. Iedereen kent Wiebe en hij kent iedereen. Naast zijn dagelijkse koffie in de kantine zingt hij in het Harlingers als volkszanger van de stad, jarenlang als frontman van de Wiebe van Dijk Superband. Harlingen, zegt hij, is „de mooiste stad aan het Wad”, waaruit hij „niet weg te branden is”.

En zo denken de anderen er ook over. Alles buiten Harlingen noemen de mannen „Holland” of „Nederland”, dat „over de Dijk” ligt: aan de andere kant van de Afsluitdijk. Over Friesland wordt alleen gegrapt en vooral over Franeker. Komt het gesprek op die Friese buurstad, dan volgt de ene grap na de andere over het gekkenhuis daar.

Naar de huisarts in Sexbierum

Hoewel Harlingers over Franeker praten zoals Rotterdammers over Amsterdam, hadden de twee steden bijna bij elkaar gehoord. In 2013 was er sprake van een gemeentelijke herindeling. De gemeente Harlingen zou samengaan met Franeker in de gemeente Waadhoeke. Het college was voor, in de gemeenteraad bestond twijfel. Er kwam een referendum, waarbij acht van de tien stemmers tegen herindeling stemde. En zo bleef Harlingen de kleine gemeente met nog geen 16.000 inwoners, omringd door grote gemeenten: Waadhoeke met bijna 50.000 inwoners en Súdwest-Fryslân (90.000 inwoners). Verschillende Harlingers zeggen het zo: wij zijn het Gallische dorpje van Asterix en Obelix.

Aan de andere kant van het Van Harinxmakanaal werd anders gestemd. In het dorpje Wijnaldum (500 inwoners) waren de meeste mensen voor herindeling met Franeker, zegt voorzitter van de plaatselijke vereniging Dorpsbelang Arend Leutscher (68). Friese vaandels hangen in de tuinen van het dorp dat uitkijkt op de haven van Harlingen. Het welkomstbord is in tegenstelling tot dat van Harlingen tweetalig. En de mensen spreken er Fries. Behalve Leutscher en zijn vrouw. „We waren de eerste van over de Dijk”, zeggen de geboren Amsterdammers.

Tot 1984 hoorde Wijnaldum bij de gemeente Barradeel, met als hoofdplaats het dorp Sexbierum. Nog steeds zijn de Wijnaldumers meer gericht op Sexbierum en Franeker. „Het is dat er geen voorzieningen zijn in Wijnaldum”, zegt Leutscher. „De meeste mensen hebben de huisarts nog in Sexbierum en doen de boodschappen in Franeker.”

Lees ook: Zelfs op het Friese platteland spelen de kinderen niet buiten

‘Geen gezeik, stem Wiebe van Dijk’

Ras-Harlinger Van Dijk was vijfenveertig jaar barkeeper bij De Weinstube. Dé bar-dancing van Harlingen. Nadat hij in 1990 campagne had gevoerd met de leus ‘Geen gezeik, stem Wiebe van Dijk’, kwam hij in de gemeenteraad, waar hij 28 jaar namens de PvdA opkwam „voor de Harlingers en Harlingen”.

Jarenlang was Van Dijk „de boodschapper” in de raad. „Ik stond op de hoek van de straat, wist wat er gebeurde en nam dat mee naar de gemeenteraad”, zegt hij. Maar wel op zijn manier. In korte broek en in het Harlingers. „Er was er een die wilde dat ik in de raad in het Hollands sprak. Nou, dacht het niet.”

Vijf jaar geleden wilde hij ermee ophouden en was hij lijstduwer. Maar hij kreeg zoveel voorkeurstemmen dat hij weer „moest” plaatsnemen in de gemeenteraad. Nu is het echt klaar.

Het strandje van Harlingen

Sinds Van Dijk weg is uit de raad, gaat het beter met de stad, grappen de mannen. De tien mannen vertellen vol trots over Harlingen, terwijl ze koffie uit kartonnen bekertjes drinken. De havens. Het torentje. Het dorpsgevoel in een stad van bijna 16.000 inwoners. Maar waarin verschillen zij van Friezen? „De barrière met Friesland komt niet door het Van Harinxmakanaal”, zegt Van Dijk. „Het zit tussen onze oren.”

Van Dijk: „Wij zijn harder.”

„Wreder”, zegt Johan Erents.

„Directer”, vult Nico Beuker, voorzitter van de voetbalclub, aan.

Ex-marinier Klaas: „Als een buitenstaander ons hoort denkt ‘ie dat het slaande ruzie wordt.”

„Wij zijn jongens van de werf. Vissers. Met buitenlandse inmenging”, zegt Erents (83), die als eenmansfractie in de gemeenteraad zit en een van de oudste raadsleden van Nederland is.

Die buitenlandse invloed is terug te zien in de stad. Op de voorgevels van de oude pakhuizen staan de namen van plaatsen waarmee Harlingen handel dreef. Java voor de tabak. Bordeaux voor de wijn. En Britse steden zoals Hull en Newcastle voor de zuivel. De rosse buurt, één steeg midden in de stad, heette in de volksmond Klein-Londen. „Wij hadden contact met de hele wereld”, zegt stadsgids Anneke Visser (71).

Ze is voorzitter van de vereniging Oud Harlingen die de historie van de stad een stem wil geven. Want historie is er. In 1234 kreeg Harlingen stadsrechten. Eerder dan Amsterdam, Franeker en Leeuwarden. Samen met Amsterdam en Rotterdam behoorde Harlingen eeuwenlang tot de belangrijkste havens van het land. Nu is dat anders. „Ik denk dat de mensen in Londen niet meer weten waar Harlingen ligt”, zegt Visser.

Al is de instroom van buitenaf nog zichtbaar. Cruiseschepen meren aan. Toeristen uit heel Nederland stappen op de boten naar Vlieland en Terschelling. De vissers uit Urk hebben hun eigen visafslag. En het handjevol havens in de binnenstad ligt vol met zeilboten, jachten en skûtsjes van heinde en verre. Toch kent iedereen elkaar. Bijna elke persoon die Visser tegenkomt groet ze, wat meestal leidt tot een praatje. „Ik kan in Harlingen nooit in vijf minuten boodschappen doen”, zegt ze.

„Denk om onze kinderen

Sneon of snein

In de tuin van ‘meester’ Oeltje Visser (80) hangt een vaandel met de Friese vlag. Hij was dertig jaar schooldirecteur van de basisschool in Wijnaldum, die een paar jaar geleden moest sluiten vanwege een leerlingentekort. In het laatste jaar zaten nog dertig kinderen op de school. Er werd Friese les gegeven, in Harlingen was er fel protest toen in 1980 het Fries als vak op het lesrooster kwam. „Alle leerkrachten moesten een cursus Fries volgen”, herinnert Visser zich. „Ook de Hollandstaligen, maar of ze ook Friese les gingen geven? Ho maar.”

Visser en zijn vrouw trekken zich niks aan van de Harlingers. „Wij spreken gewoon Fries in de winkel in Harlingen. Ze weten heus wel wat een kwartsje is, niet?”

Hoewel veel Harlingers Fries kunnen spreken en zeker verstaan, blijft de taaltwist gevoelig. Zo doet de Fryske Nasjonale Partij (FNP) niet mee aan de Harlingse gemeenteraadsverkiezingen, in tegenstelling tot alle andere gemeenten in Friesland.

In de voetbalkantine moeten de mannen niks van die partij hebben. „Wie?” zegt Van Dijk lachend als een vraag over de FNP gesteld wordt.

„Die willen ons afgraven”, roept voorzitter Beuker over Van Dijks lach heen.

Toch gaan de Harlingers minimaal één keer per jaar naar Friesland. Naar het naastgelegen Franeker, waar jaarlijks ‘de PC’ gehouden wordt. De Permanente Commissie der Franeker Kaatspartij, de belangrijkste en meest prestigieuze kaatswedstrijd van Nederland. Met als recordwinnaar: Harlingen.

„Maar of dat nou op sneon of snein is (zaterdag of zondag in het Fries, red.), dat weet ik nooit”, zegt de broer van Wiebe van Dijk in de kantine. „Want ik ken het verschil niet.”

Correctie (22-08-2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Johan Erents (83) het oudste raadslid van Nederland is. Maar dat is Ton Bannink uit Twello. Dit is hierboven aangepast.