Opinie

Voer Iran niet te makkelijk op in de boerkadiscussie

Boerkaverbod Voor- en tegenstanders van het boerkaverbod misbruiken de situatie in Iran voor eigen gewin, schrijft .
Illustratie Hajo

Het is deze maand dertig jaar geleden dat ik aankwam in Nederland, als kind meegenomen door mijn moeder die weg wilde uit het Iran dat ayatollah Khomeini ons had nagelaten. Het is triest dat mensen met mijn achtergrond zich in Nederland nu bezig moeten houden met een ‘boerkaverbod’, waarbij voor- en tegenstanders vergelijkingen trekken met de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de Islamitische Republiek. Maar ze doen dit zonder serieuze aandacht voor de juridische aspecten van het verbod. Want de nieuwe wet hanteert de gelijkheid van man en vrouw nu juist niet als onderbouwing.

In 2015 wees de Raad van State het voorstel voor een gedeeltelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding, zoals het officieel heet, af. Reden: het zou ongefundeerd ingaan tegen de gelijke uitvoering van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging. Dat wil zeggen, ook een gezichtssluier valt volgens de Raad onder een strikt neutrale uitvoering van de godsdienstvrijheid.

Dit moeten de tegenstanders van het verbod even op zich laten inwerken, omdat vaak te makkelijk wordt gedacht over het concept van strikte neutraliteit. Gelijke behandeling kan juist voorkomen dat publieke ruimte ‘neutraal’ is door een veelheid aan religieuze uitingen te faciliteren.

De neutrale formulering van deze specifieke wet is echter niet overtuigend, omdat de discriminerende intentie onbetwistbaar is: het gaat niet om gezichtssluiers, maar om islamitische gezichtssluiers.

Voorstanders van het verbod beroepen zich vaak op de gelijkheid van man en vrouw. Dat is echter niet het argument dat het verbod heeft gerechtvaardigd. In de Memorie van Toelichting bij de wet bouwt de regering voort op een uitspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens uit 2014, die betrekking had op het (algehele) verbod op gezichtsbedekkende kleding in Frankrijk: dat land mag het verbod handhaven.

Het Hof bepaalde dat gendergelijkheid en veiligheid geen geldige argumenten waren voor een dergelijk verbod. Maar in plaats daarvan hebben Europese staten wel de ruimte voor eigenheid in de belangenafwegingen bij het vaststellen van de maatschappelijke noodzaak van een wet, aldus het Hof. In Frankrijk zouden specifieke culturele waarden gelden van ‘broederschap’ en ‘samenleven’ (vivre ensemble), die gedeeld worden door de meerderheid. Een minderheid – vrouwen met een gezichtssluier – zou die waarden ondermijnen.

De norm van de meerderheid

Door universele gelijkheid tussen man en vrouw af te wijzen als argument werd hier de levenswijze van de meerderheid tot norm verheven. Het Nederlandse verbod volgt deze redeneertrant. De regering heeft weliswaar gehoor gegeven aan het advies van de Raad van State en heeft toegegeven dat wat voor Frankrijk geldt niet per definitie toepasbaar is in Nederland, toch is in de praktijk de uitspraak van 2014 bepalend voor andere EU-landen gebleken.

Zo stelt de regering dat de beperkingen op het dragen van islamitische gezichtssluiers gerechtvaardigd zijn omwille van „de rechten en vrijheden van anderen”, juridisch jargon dat het Europese Hof in Straatsburg had ingezet ter verdediging van de Franse waarde van broederschap. Niet het vrije individu, maar het perspectief van de groep is daarmee het uitgangspunt.

Commentaar: Dat ‘boerkaverbod’ kan maar het beste snel worden vergeten

Voorstanders van een verbod die gelijkheid nastreven moeten zo’n ‘cultureel meerderheidsargument’ niet voor lief nemen. Het Hof zegt namelijk letterlijk dat de Franse staat de gelijkheid tussen man en vrouw niet mag opvoeren als argument. Wie de gezichtssluier principieel wil bestrijden, zal de uitspraak van het Mensenrechtenhof onderuit moeten halen.

Amnesty-filmpje

Gezien het element van dwang maken tegenstanders van het verbod soms een vergelijking met Iran. Zoals ook Amnesty deed in een veelbesproken filmpje. Zij roepen op tot ‘intersectionele solidariteit’ met vrouwen ‘overal’ en redeneren dat een staat zich niet moet bemoeien met de klederdracht van vrouwen, of dat nu in Iran is of in Nederland.

Twistgesprek: ‘Boerkaverbod is vrije samenleving onwaardig’

Het is begrijpelijk dat uiteenlopende mensen zich laten verleiden door deze eenvoudige gedachte, maar ze reduceren hiermee de verplichte Iraanse sluier tot een wel of niet kunnen kiezen. Zulke opvattingen zijn opvallend onkritisch: ze negeren politieke en maatschappelijke structuren. Zo wordt de Iraanse bevolking gedomineerd door een enorm theocratisch staatsapparaat, dat miljoenen nodig heeft om vrouwen te dwingen de sluier te te dragen. Een politiemacht dus. Voor wie de sluier niet of niet correct draagt kunnen de gevolgen niet mals zijn. En vrouwen die protesteren krijgen jarenlange celstraffen en worden lichamelijk mishandeld op bevel van rechters. In Iran is de sluier niet slechts een liberale keuze – wel of niet – maar de ultieme belichaming van de Islamitische Republiek.

Strategische reductie

Wie de Iraanse dwang gelijk durft te stellen aan een verbod op gezichtssluiers voor een paar honderd vrouwen in Nederland gaat juist in tegen het principe dat meerdere dimensies – politiek, economie, cultuur en gender – tegelijk dienen te worden beschouwd. In plaats daarvan vindt een strategische reductie tot ‘keuzevrijheid’ plaats, waarbij de historische en bestaande strijd van Iraniërs wordt gebruikt om Europese xenofobie te bestrijden. Aan de andere kant gebruiken Europese nationalisten de Iraanse casus eveneens voor eigen gewin.

Lees ook: Boerka politieke splijtzwam voor links

Maar of je nu voor- of tegenstander bent, het boerkaverbod is juridisch niet gebaseerd op de waarde van de gelijkheid tussen man en vrouw, of individuele keuzevrijheid. Het is een inperking van de godsdienstvrijheid, verankerd in een cultureel meerderheidsargument.

Daarom ook is de legitimering van het verbod herhaaldelijk bekritiseerd door juristen en verdedigers van mensenrechten zoals Martha Nussbaum, die niet beticht kan worden van cultuurrelativisme (dat Paul Scheffer in NRC Amnesty verweet). Dergelijk waarden-nationalisme ondermijnt juist de universaliteit van de vrijheid, gelijkheid en pluraliteit.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.