In hoeverre voelen Nederlandse bedrijven de handelsoorlog tussen China en de VS?

Handelsoorlog Het conflict tussen de VS en China duurt al bijna een jaar. In hoeverre hebben Nederlandse genoteerde bedrijven hier last van?

Philips presenteert zijn activiteiten aan premier Mark Rutte (links), die in 2015 deelnam aan een handelsmissie naar China.
Philips presenteert zijn activiteiten aan premier Mark Rutte (links), die in 2015 deelnam aan een handelsmissie naar China. Foto Jerry Lampen/ANP

Als een van de weinigen waagde Frans van Houten zich eind juli aan een voorspelling. Het aanhoudende handelsconflict tussen de VS en China gaat Philips dit jaar zeker 45 miljoen euro kosten, zei de topman bij presentatie van de halfjaarcijfers. Philips zit „midden in” de ruzie tussen beide landen, legde Van Houten aan journalisten uit. De producten die het verkoopt in de VS worden soms gemaakt in China, en andersom.

Sinds een halfjaar is het bedrijf uit Eindhoven daarom hard bezig een deel van de productie te verplaatsen, zodat producten voor de Amerikaanse markt straks niet meer in China gemaakt worden en dus niet meer getroffen worden door importheffingen. „We moeten ons meer immuun maken voor de handelsoorlog”, zei Van Houten daarover tegen De Telegraaf. Omdat hij vreest dat het conflict tussen beide landen „nog een hele tijd kan duren”.

Amper een week later bleek die angst terecht toen de Amerikaanse president Donald Trump via Twitter aankondigde een aanvullende heffing van 10 procent in te voeren op nog eens zo’n 300 miljard dollar waard zijnde Chinese producten. Een einde aan het handelsconflict, dat nu al meer dan een jaar duurt, raakt daarmee steeds verder uit zicht.

Paraplu

Economen en beleggers vrezen nu dat ook andere delen van de wereld schade gaan ondervinden van de ruzie. Een flink aantal grote Europese bedrijven waarschuwde de afgelopen weken al voor mogelijke problemen, concludeerde Bloomberg vorige week na inventarisatie van de tot dusver verschenen halfjaarcijfers. Hoe zit dat eigenlijk in Nederland?

Bij de grote bedrijven die tot nu toe hun cijfers gepubliceerd hebben, wordt het handelsconflict tussen de VS en China eigenlijk opvallend weinig genoemd in de resultaten. Meerdere aan de AEX genoteerde ondernemingen spreken wel van „uitdagende marktomstandigheden”, maar gebruiken die term vooral als paraplu voor een hele reeks aan factoren, waaronder bijvoorbeeld ook ongunstige valuta-effecten en slecht weer.

Levensmiddelenbedrijf Unilever, dat over de hele wereld actief is, bestempelde China onlangs zelfs als een van de belangrijkste aanjagers van groei. En dat terwijl de Brits-Nederlandse multinational door de analisten van JPMorgan juist op een lijstje werd gezet met bedrijven die het meest kwetsbaar zijn voor de handelsstrijd tussen China en de VS.

Philips zit ‘middenin’ de ruzie tussen de VS en China

En Heineken, dat had weliswaar een moeizaam halfjaar, maar dat was volgens topman Jean-François van Boxmeer vooral het gevolg van slecht weer. In China, waar Heineken voor een deel eigenaar is in de grootste brouwer van het land, wil het bierconcern alleen maar verder groeien.

Toch was Van Houten niet de enige die in detail trad over de mogelijke gevolgen van het handelsconflict. Feike Sijbesma, de topman van chemieconcern DSM, meldde dat zijn bedrijf in de materialentak, die thermoplastics en kunsthars maakt voor onder meer de auto-industrie, merkte dat de vraag uit China terugliep. Maar die omzet „is maar een klein deel van DSM”, zei hij in gesprek met radiozender BNR.

Niet verwonderlijk

Dat weinig bedrijven het handelsconflict niet expliciet als bedreiging noemen, is volgens analist Nico Inberg van beleggersplatform IEX niet zo verwonderlijk. De meeste ondernemingen zijn namelijk niet direct blootgesteld, maar vooral indirect: ze zijn afhankelijk van economische groei en van investeringen. En juist die beginnen volgens Inberg nu in te zakken, omdat bedrijven hun grote uitgaven even uitstellen, omdat ze niet goed weten waar ze aan toe zijn.

Voorbeeld daarvan zijn bedrijven in de chipsector: die groeien explosief als de economie het goed doet, maar hebben het moeilijk als de conjunctuur tegenzit. Een bedrijf zoals het Nederlandse BESI, dat machines maakt voor chipfabrikanten, merkt bij bezorgdheid over de conjunctuur vrijwel meteen dat er bestellingen worden afgezegd, stelt Inberg.

Ook bedrijven in de grondstoffen, zoals staalproducenten ArcelorMittal en Aperam en metaalspecialist AMG, voelen volgens de analist de gevolgen van de afkoelende economie. In het geval van staalfabrikanten komt daar bovendien bij dat China meer staal produceert dan het gebruikt. Omdat het land die overschotten niet in de VS kwijt kan, belandt dat goedkope staal voor een flink deel in Europa.

Een laatste groep die ook indirect de gevolgen van het handelsconflict merkt, zijn volgens Inberg bedrijven die auto-onderdelen vervaardigen. Veel van hen leveren aan grote Duitse autobouwers, en die bedrijven hebben het op hun beurt weer zwaar omdat ze de laatste jaren sterk afhankelijk waren van de Chinese markt.