Quentin Tarantino’s liefdesbrief aan het Los Angeles van 1969

Los Angeles In ‘Once Upon a Time… in Hollywood’ stap je het Los Angeles van 1969 in. Regisseur Quentin Tarantino moest voor de film tussen nieuwe supermarkten en restaurantketens op zoek naar een stad uit het verleden.

Leonardo DiCaprio (links) en Brad Pitt als filmster Rick Dalton en zijn stuntman Cliff Booth in ‘Once Upon a Time... in Hollywood’.
Leonardo DiCaprio (links) en Brad Pitt als filmster Rick Dalton en zijn stuntman Cliff Booth in ‘Once Upon a Time... in Hollywood’. Foto Andrew Cooper

Once Upon a Time… in Hollywood is onmiskenbaar een liefdesbrief aan Los Angeles. De nieuwe film van regisseur Quentin Tarantino gaat over televisie-acteur Rick Dalton (Leonardo DiCaprio), die het in de herfst van zijn carrière wil maken als filmster, en zijn vriend en ‘stuntdubbel’ Cliff Booth (Brad Pitt).

Dalton woont in het jaar 1969 in de Hollywood Hills naast het it-couple van dat moment: regisseur Roman Polanski en zijn jonge vrouw Sharon Tate (Rafal Zawierucha en Margot Robbie), aan de vooravond van de gruwelijke moorden door de hippie-sekte van Charles Manson, waarbij Tate en vier anderen om het leven kwamen.

„De film toont mijn liefde voor de stad”, bevestigt Tarantino op een persconferentie over de film in het Four Seasons Hotel in Beverly Hills, waar ook Leonardo DiCaprio, Brad Pitt en Margot Robbie acte de présence geven. In een interview met tijdschrift Esquire doet de regisseur er later nog een schepje bovenop en noemde hij de film zijn „persoonlijkste tot nu toe”. „Voor mij zijn dit herinneringen. Wat Alfonso Cuarón deed met Mexico-Stad in 1970 in Roma, heb ik gedaan met Los Angeles in 1969. Dit ben ik en 1969 is het jaar dat mij vormde. Ik was toen zes jaar oud en dit was mijn wereld.”

Hoewel Tarantino de kijker in twee uur en 41 minuten maar liefst een halve eeuw mee terug in de tijd neemt, voel je je zelfs als inwoner van de stad anno 2019 bij het zien van de film thuis. Van de afritten op de snelwegen tot de straatnaambordjes, de grote uithangborden en zelfs verschillende restaurants en filmtheaters – veel van de locaties in de film zijn nog steeds herkenbaar.

Sommige van die filmlocaties zien er van buiten uit alsof er niets is veranderd sinds de jaren zestig. Maar schijn kan bedriegen. In een scène waarin de twee hoofdpersonen over de beroemde Hollywood Boulevard rijden, komen ze langs plekken als het Vine Theater en Vogue Theater, niet ver van het bekende Hollywood & Vine-kruispunt. Het Vine Theater opende zijn deuren in 1940, maar werd na sluiting in 2015 door Dolby omgedoopt tot screening-ruimte om nieuwe geluids- en beeldtechnieken te kunnen demonstreren. Het Vogue Theater vertoonde films vanaf 1935, was vanaf 2015 enkele jaren een Supperclub en is nu een Cabo Cantina; een Mexicaanse restaurantketen met nog zes andere locaties en een dagelijkse happy hour met twee margarita’s voor de prijs van één.

„Het was een uitdaging om straten te vinden die nog genoeg leken op hoe ze erbij lagen in 1969. Met niet te veel nieuwe opsmuk waar we niet vanaf konden”, vertelt Tarantino op de persconferentie. „We konden wel wat camoufleren. Maar ik wilde geen special effects gebruiken om delen van gebouwen te wissen.”

Om Hollywood Boulevard konden ze volgens de regisseur in ieder geval niet heen. Daar moest en zou gedraaid worden. „Hoewel zoveel is veranderd en alle filmtheaters van vroeger er niet meer zijn, staan de voorgevels gelukkig nog wel overeind. Dat is alles wat je nodig hebt. Zelfs gebouwen die inmiddels übergezonde supermarkten zijn, waren makkelijk terug te transformeren.”

Zo vonden ze een stuk van Hollywood Boulevard waar Pitt en DiCaprio maar liefst vier huizenblokken aan één stuk door konden rijden. Brad Pitt lachend: „Dat was fantastisch. Heerlijk om de snelheidslimiet op de boulevard eens te mogen overschrijden.”

Pitt vervolgt: „Ik wil wel even benadrukken wat een purist Tarantino is. Er is nul CGI (computer-generated imagery) aan de film te pas gekomen. Dat is in zijn ogen vals spelen, we moesten het echt verdienen. Er was een grote vechtscène tussen mij en Bruce Lee [gespeeld door Mike Moh, red.] die in één take gedraaid zou worden. Ik dacht dat we nog wel een snelle beweging met de camera konden maken, zodat we bij eventuele fouten de opname alsnog konden gebruiken. Maar daar kreeg ik een harde ‘nee’ op. Alles in één keer is alles in één keer. Je kan je voorstellen dat de druk er dan wel op zit.”

Zelfs de openingssequentie van de westernserie waar DiCaprio’s karakter Rick Dalton de hoofdrol in vertolkt, Bounty Law, is in zijn geheel gedraaid. Tarantino: „De enige juiste manier voor mij was om volledig te doen alsof we Bounty Law maakten en niet deze film. Er eindigt dan maar zoveel van de serie in de uiteindelijke montage van de film.” Hij brengt zijn duim en wijsvinger een paar centimeter uit elkaar. „Toch ben ik daar juist het trotst op. Het is echt net Wanted: Dead Or Alive geworden [Steve McQueen’s westernserie uit 1958-1961, red.]. Als ik vijf afleveringen had kunnen draaien, was ik de gelukkigste man op aarde geweest.”

Lees hier de recensie van ‘Once Upon a Time… in Hollywood’

Op zo’n veertig minuten rijden van de studio waar de scènes van Bounty Law zijn gedraaid, ligt de beroemde Spahn Ranch. Daar bivakkeerden volgelingen van de echte Charles Manson gedurende het grootste deel van 1968 en 1969. In de film stuit stuntman Cliff Booth hier ook op de sinistere leefgemeenschap. Volgens Tarantino zat zijn filmploeg zo dichtbij als ze maar konden komen. „Officieel zaten we er twintig minuten vandaan, maar als je met een machete door de bosjes was getrokken, had je in vijf minuten op het terrein gestaan.”

Voor de acteurs was het vooral inspirerend om op een fysieke, tastbare set te zijn in plaats van voor een ‘green screen’ dat later digitaal zou worden bewerkt. „Omdat ik geboren en getogen ben in Los Angeles was het fascinerend om te zien hoeveel er eigenlijk hetzelfde is gebleven in de stad”, vertelt DiCaprio. „Het romantische beeld van de jaren zestig dat ik altijd in mijn hoofd had, bleek trouwens niet te kloppen. Een stuk over de Hollywood Boulevard lopen was in de jaren tachtig al een hele belevenis. Maar blijkbaar was het twee decennia eerder nog erger en viezer.”