Onderzoekers optimistisch over nieuwe ebola-medicijnen

Van ebola-patiënten die in een vroeg stadium worden behandeld met een van twee experimentele medicijnen overleefde 90 procent de ziekte.

Ebola-kliniek in Beni, Congo
Ebola-kliniek in Beni, Congo Foto Jerome Delay/AP

Een klinisch onderzoek naar een medicijn voor ebola heeft vooralsnog twee veelbelovende middelen opgeleverd: mAb114 en REGN-EB3. Tot 90 procent van de patiënten die met een van die twee wordt behandeld, overleeft de ziekte, meldden de onderzoekers van Pamoja Tulinde Maisha (PALM) maandag op basis van tussentijdse bevindingen. Een effectieve behandeling kan ook helpen het wantrouwen tegenover de medische zorg, dat bestrijding van de ziekte bemoeilijkt, te laten afnemen.

Tegen ebola wordt gevaccineerd, maar een effectieve behandeling voor mensen die al ziek zijn, is er nog niet. Dat maakt dat deze bevindingen „natuurlijk hoopgevend” zijn, zegt Marion Koopmans, hoogleraar virologie aan het Erasmus MC en adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) over de ziekte. De recente ebola-uitbraak heeft in Congo in het afgelopen jaar al aan meer dan 1.800 mensen het leven gekost en is „ongelofelijk lastig te bestrijden”, zegt zij. „Alles wat helpt om die verder te beteugelen is meegenomen.”

Meest kansrijke traject

Het PALM-onderzoek is het werk van een aantal Congolese behandelcentra in samenwerking met nationale en internationale gezondheidsorganisaties, waaronder de WHO. De studie, die sinds november loopt en waar tot nu toe 681 mensen aan deelnamen, richtte zich aanvankelijk op vier middelen. Twee daarvan lijken nu zo goed te werken dat het onderzoek naar de andere twee is gestaakt. Deels is dat om de patiënten in het experiment de kans te geven de meest effectieve behandeling te ondergaan. Een andere reden is dat de onderzoekers zich nu kunnen richten op het meest kansrijke traject richting een breed verkrijgbaar geneesmiddel, in de hoop dat onderzoek te bespoedigen.

De middelen die lijken te werken, zijn gebaseerd op zogenoemde monoklonale antistoffen. Deze stoffen zijn verkregen uit patiënten die eerder ebola hebben overleefd. Het gaat om voorlopige bevindingen. Definitieve resultaten worden naar verwachting in september of oktober gepubliceerd.

Snelheid belangrijk

De voorlopige cijfers van PALM laten zien dat patiënten die de twee minder effectieve middelen ZMapp en remdesivir kregen in respectievelijk 49 en 53 procent van de gevallen stierven. Van de mensen die de beter werkende medicijnen (REGN-EB3 en mAb114) toegediend kregen, overleden er minder: 29 en 34 procent. Het lijkt erop dat daarbij de snelheid van toediening een belangrijke rol speelt. Bij een spoedige behandeling overleefde met die laatste middelen zelfs respectievelijk 94 en 89 procent.

„Daar zit net het probleem”, zegt Koopmans. „Dat mensen láát komen.” Ze noemt het „een hele heisa” om de patiënten te vinden, terwijl dat wel van belang is. Niet alleen om de zieke zelf zo goed mogelijk bij te staan, maar ook om de mensen met wie ze contact gehad hebben op te sporen en te vaccineren of in quarantaine te plaatsen. Als er een geneesmiddel komt, zullen ebola-patiënten eerder geneigd zijn zich bij een behandelcentrum te melden, verwacht de hoogleraar. „Dan heb je twee vliegen in één klap.”

Vertrouwen terug

Tijdens de ebola-uitbraak waar Congo momenteel mee kampt zijn al ruim 2.700 mensen besmet geraakt. Omdat gevreesd wordt dat nog veel meer mensen ziek kunnen worden en de ziekte zich verder kan verspreiden, heeft de WHO half juli de noodtoestand uitgeroepen. Aan die crisis zal een geneesmiddel alleen geen einde maken, verwacht Koopmans. „Het is ook sociaal gezien een lastige situatie. Het gaat minder over medische hulp dan over de vraag hoe je het vertrouwen terugwint. Maar een stukje van de oplossing kan zijn dat je in de behandelcentra een behandeling van de ziekte te bieden hebt.”