Lawines razen

Schrijver en kunstschilder wandelen acht weken langs de kust en doen verslag in woord

en beeld.

Afl. 6: Wind en schuim.

Volle kracht achteruit! Door de lage waterstand is de zelfgebouwde steiger op de Vliehors, een frêle Aziatische bamboeconstructie, onbruikbaar. Een noodsteiger moet uitkomst bieden, maar De Vriendschap, die als beurtschip Texel met Vlieland verbindt, is een meter te ver aangeland en moet een nieuwe aanloop nemen. Het doet nogal behoorlijk aan D-Day denken, zoals ons landingsvaartuig het strand opschuift, begeleid door het boordgeschut van de straaljagers even verder op de Vliehors.

Met kunst- en vliegwerk wordt een loopplank uitgelegd en met nog meer halsbrekende toeren worden de dagjesmensen die terugkeren naar Texel eroverheen geholpen, sommigen met hun trouwe viervoeter amechtig tegen de bejaarde borst geklemd. Bij het afvaren komt De Vriendschap niet los maar blijft steken in het zuigende zand. We zien hoe de schipper iedereen naar de achtersteven dirigeert. Heen en weer springen en op elkaars schouders klimmen hoeft nog net niet – ze komen vrij.

Waar in Nederland vind je iets zo avontuurlijks? We zijn hier aan de frontier van de regelstaat, het wilde noorden, de republiek Vlieland, waar de lui van de vaste wal met hun voorschriftjes niks te vertellen hebben.

De straffe noordwester heeft niet alleen het water bij de steiger weggeblazen, maar ook grote schuimvelden het strand opgestuwd. Bij de waterlijn vormen zich kruiende en afbrekende ijsmassa’s, lillende lichaamskwabben, velden van gesmoorde bloemkool met kaassaus en drijvende eilanden met deinende bergformaties.

En draai je een beetje mee om de juiste zonrichting te vinden, dan blijkt al dat bijeengeblazen schuim te bestaan uit fonkelende edelstenen, geslepen in alle kleuren van de regenboog. Móóier dan edelstenen, want het kleurenspectrum verschiet gedurig waar je bijstaat. Wie heeft dit in ’s hemelsnaam allemaal bedacht?

Overal spectaculaire cascades, opwaaiende vlokken – lawines razen. Met onze helikopterview annex tijdversneller zien we ijsbergen over de oceaan zwalken. En het gletsjerijs van opeenvolgende ijstijden over het land schuiven en zich weer terugtrekken, eindmorenen achterlatend in de vorm van schuimkragen.

Het is een drie-, vierdimensionale rorschachtest, dat schuim, die de diepste aanvechtingen van de beschouwer blootlegt. Bij mij roept het zenuwachtig pulseren het beeld op van zo’n kunstmatig brein waarmee een gekke professor de wereldheerschappij wil veroveren.

„Waaraan doet het jou denken, Jan?”

„Aan drilpudding. En een matras.”

„Mmmm, inderdaad... welke eenzame strandwandelaar kan ongevoelig blijven voor die gespannen en vibrerende ronde vormen die uitnodigen om er eens een ferme pets op te geven, maar voor je de daad bij het woord kan voegen uiteenspatten en verwaaien in de bries? Ach, ’t is niets dan lucht en leegte, alles is ijdelheid.