Controle op veiligheid stadions soms gebrekkig

Veiligheid stadions Specialistische kennis bij controle op stadions ontbreekt, stelt adviseur van KNVB en OM. In rampenplannen clubs ontbreekt instortingsrisico.

Een luchtfoto van de schade aan het dak van het AFAS Stadion van AZ. Een gedeelte van het dak van het stadion is ingestort.
Een luchtfoto van de schade aan het dak van het AFAS Stadion van AZ. Een gedeelte van het dak van het stadion is ingestort. DUTCHPHOTO/ANP

De controle op de veiligheid van voetbalstadions in Nederland is soms gebrekkig, blijkt uit waarschuwingen in onderzoeken die afgelopen jaren zijn geschreven door het Auditteam Voetbal en Veiligheid. Deze organisatie, die onder het ministerie van Justitie en Veiligheid valt, adviseert profclubs, gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie over veiligheid in het voetbal.

In 2016 concludeerden het auditteam dat stadions soms gecontroleerd worden door mensen die onvoldoende verstand hebben van voetbalstadions. In een rapport uit 2018 beschrijft het auditteam dat meerdere profclubs in hun calamiteitenplannen geen rekening houden met instortingsgevaar.

Lees ook: ‘Het kan erop neerkomen dat een paar bouten niet zijn aangedraaid’

Zaterdag stortte een deel van het dak van het (lege) AZ-stadion in. Naar de oorzaak wordt onderzoek gedaan. Zo wordt gekeken of de 1.700 zonnepanelen op het dak van invloed waren, of constructiefouten zijn gemaakt of dat er bij de bouw iets is misgegaan.

Navraag bij zes clubs uit het betaald voetbal leert dat ze regelmatig controles uitvoeren. Dakconstructies worden een of meerdere keren per jaar bekeken, moeren en bouten gecheckt, haarscheuren gedicht.

Eisen Bouwbesluit ‘te algemeen’

Een probleem daarbij is volgens het auditteam dat de vereisten van het Bouwbesluit (2012) te algemeen zijn om op voetbalstadions van toepassing te zijn. Hierin staan alle wetten en regels die te maken hebben met de veiligheid bij de constructie van gebouwen. Maar een stadion is volgens de onderzoekers geen gewoon gebouw. Er komen tienduizenden mensen samen die soms met z’n allen tegelijk springen of stampen. De eisen van het Bouwbesluit sluiten daarom „niet goed aan op de praktijk”, omdat ze „geen rekening houden met de manier waarop een stadion wordt gebruikt”. Juist daarom is er specialistische kennis nodig, maar die ontbreekt volgens de onderzoekers. „Vaak gaat het om personen (bijvoorbeeld van brandweer of bouw- en woningtoezicht) die geen specifieke kennis of ervaring op het gebied van voetbalstadions hebben”, staat in het rapport uit 2016.

In het Verenigd Koninkrijk is dat probleem ondervangen. Dat land kent grote stadionrampen. In 1971 brak een trapleuning af in het Ibrox-stadion van Glasgow waardoor een kettingreactie van vallende mensen ontstond: 66 mensen overleden, de meesten door verstikking. Na die ramp werd de eerste versie van de ‘Guide to Safety at Sports Grounds’ geschreven (de Green Guide). Daarin staan wél specifieke regels voor voetbal- en andere sportstadions, onder meer over dakconstructies en vluchtroutes.

Vorig jaar onderzocht het Nederlandse auditteam de veiligheid in stadions, onder meer door naar calamiteitenplannen van profclubs te kijken. Er werd ook gevraagd naar instortingsgevaar. Conclusie: niet alle clubs houden daar rekening mee. Uit navraag van NRC blijkt dat bij zes van de achttien eredivisie- en eerstedivisieclubs die deelnamen dit risico niet was opgenomen in het calamiteitenplan. Eén betaald voetbalorganisatie geeft (anoniem) aan dat er geen calamiteitenplan is.

Nooduitgangen blijken in stadions soms afgesloten te zijn, waardoor mensen vast kunnen komen te zitten. Dat moet beter, vinden de onderzoekers. De rapporten zijn gedeeld met voetbalbond KNVB, het OM, gemeenten, de politie en het ministerie van J en V. Al in 2016 adviseerde het auditteam aan hen een team op te zetten van mensen met specifieke kennis van voetbalveiligheid, stadions en evenementenveiligheid. Zij zouden getraind moeten worden om de veiligheid van voetbalstadions te controleren. Zo’n team kwam er tot dusver niet. Of er met de opmerkingen over calamiteitenplannen iets is gedaan door clubs weet het team nog niet. Maar, zegt secretaris Vincent van der Vlies: „We hebben ook niet het beeld dat op korte termijn verbeteringen zijn doorgevoerd.”

Lees ook: Geplette stoeltjes

In de praktijk blijken de verschillen in controles groot. De ene club kiest voor een bouwkundig aannemer (sc Heerenveen), de ander een ingenieursbureau (FC Twente), een groot bouw- en staalbedrijf (Ajax) of de veiligheidsregio die bestaat uit onder meer de brandweer (FC Utrecht). PSV had twee jaar geleden plannen om zonnepanelen te plaatsen op het dak van het Philips Stadion. Specialisten maakten berekeningen of de dakconstructie het extra gewicht zou kunnen dragen. „De conclusie was dat dit bij ons dak niet kon”, zegt Toon Gerbrands, algemeen directeur van PSV.

De meeste stadioncontroles bij voetbalclubs zijn vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplan. Soms leidt het tot aanpassingen, zoals bij NAC, waar de dakconstructie werd versterkt toen in 2015 bleek dat het stadion niet bestand was tegen nog dertig jaar betaald voetbal. Bij speciale verbouwingen wordt vaak extra onderzoek gedaan naar de constructie, zoals bij sc Heerenveen, waar men bezig is met zonnepanelen, vertelt Rinse Bleeker, directeur van Sportstad Heerenveen, dat het Abe Lenstra-stadion verhuurt aan de club. „Het dak blijkt sterk genoeg te zijn.” Extra controles vanwege het incident bij AZ vinden de clubs onnodig. Ze vertrouwen op de controles die al worden gedaan.