Al twintig maanden is er geen vicevoorzitter

Benoeming België slaagt er al twintig maanden niet in een vicevoorzitter te benoemen bij de Europese Investeringsbank.

De EIB zit in Luxemburg
De EIB zit in Luxemburg Foto Wikimedia

Een gevallen regering, een moeilijk lopende formatie en ander politiek gekrakeel in België zorgen voor problemen. Al twintig maanden slaagt het land er niet in een vicevoorzitter te benoemen bij de Europese Investeringsbank (EIB) – de financiële instelling van de EU die projecten en bedrijven financiert waarmee doelstellingen van de Europese Unie kunnen worden gerealiseerd. Begin 2018 liep het mandaat van Nederlander Pim van Ballekom als vicevoorzitter van de EIB af. Er werd toen afgesproken dat de positie naar een Belg zou gaan: België en Nederland delen het vicevoorzitterschap. Maar zijn plek is dus nog altijd leeg.

De benoeming zou verstrikt zijn geraakt in een ‘Belgische benoemingscarrousel’, schrijft de Vlaamse krant De Standaard maandag. Er waren plannen om politicus Didier Reynders te benoemen, met oog op een uiteindelijk voorzitterschap bij de bank. Maar de huidige voorzitter bleef aan, en Reynders vond enkel een vicevoorzitterschap te min.

Premier Charles Michel, die vanaf december voorzitter van de Europese Raad wordt, weigerde vervolgens een kandidaat van coalitiepartner N-VA te benoemen. Hij wilde de positie bij zijn eigen partij (Mouvement Réformateur, MR) houden. En sinds de regering in december viel, is het nemen van een beslissing voor het minderheidskabinet alleen maar ingewikkelder geworden. Ondertussen blijft de vorming van een nieuwe regering vooralsnog uit.

Imagoverlies

Voormalig Eurocommissaris Karel De Gucht noemt de situatie in de krant een „typisch voorbeeld van het Belgische malgoverno” en spreekt van „fors imagoverlies”. Bij de EIB liggen grote dossiers voor toekomstige investeringen, waar door de verschillende directieleden flink voor wordt gelobbyd.

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Financiën noemt het telefonisch „niet ideaal” dat de Belgische plek nu leeg blijft. „Het is niet zo dat er nu iets blijft liggen, we kunnen ook zonder. Maar het maakt het niet makkelijker”, aldus de woordvoerder.

Er is vanuit Nederland aangedrongen op de benoeming van een nieuwe kandidaat, verklaart hij, „maar het is verder aan hen. We hebben begrip voor de moeilijke situatie.” Bij het Belgische ministerie dat verantwoordelijk is voor de benoeming wensen ze desgevraagd geen commentaar te geven op de kwestie.