Zelfs een flard van familie geeft betekenis

Zomergasten Nina Jurna leerde haar ouders pas na haar twintigste kennen. Weten waar je vandaan komt is volgens de correspondent een mensenrecht.

Docu Nostalgia de la Luz, waarin nabestaanden resten van geliefden zoeken in de woestijn.
Docu Nostalgia de la Luz, waarin nabestaanden resten van geliefden zoeken in de woestijn.

Nina Jurna, correspondent Latijns-Amerika, had een duidelijk doel voor ogen met haar Zomergasten-avond. Ze selecteerde géén fragmenten van kinderseries uit haar jeugd, geen stand-upcomedian en geen zwart-witfilm. Wat ze wilde, was dat Latijns-Amerika voor Nederlanders iets minder een ver-van-mijn-bedshow zou zijn na Zomergasten. Het beeld van het continent „vol harde tegenstellingen” waar zij zich als een vis in het water voelt, is te beperkt.

Ze toonde onder meer een fragment van een politie-inval in een favela, zoals die dagelijks live worden uitgezonden in Brazilië (met een letterlijk hijgerige verslaggever in het kielzog van de politie, merkte presentator Janine Abbring op). De uitzendingen zijn populairder dan het nieuws, legde Jurna uit, maar geven een eenzijdig beeld van de wijken.

Jurna wisselde fragmenten over Latijns-Amerika af met die over het andere grote onderwerp van de avond: identiteit en haar persoonlijke zoektocht naar haar afkomst.

Jurna werd geboren in een kindertehuis in Renkum en groeide op bij Nederlandse ouders in Paasloo waar „niemand was die op mij leek”. Ze las er Márquez en raakte geïntrigeerd door de magische wereld die hij schetste. Toen ze eenmaal in Latijns-Amerika woonde, herkende ze „zijn wereld” die haar inmiddels heeft veranderd. Ze leeft meer ‘in het moment’ en hoeft niet meer overal een antwoord op te hebben.

Maar op één vraag wilde ze wel antwoord. Die over haar afkomst. Weten waar je vandaan komt is „een mensenrecht”, zegt ze. Toen ze begin twintig was, spoorde ze haar biologische moeder op. Abbring vraagt naar ‘het hoe en waarom’ van de adoptie. Kon haar moeder Jurna niet opvoeden? Wat Jurna betreft is dat „inherent” aan het afstaan van een kind, „dat je er zelf niet voor kunt zorgen”. Ook over haar biologische vader, die haar aanvankelijk op de stoep liet staan toen ze aanbelde, spreekt ze vol begrip. Twee jaar geleden bevestigde een dna-test dat hij inderdaad haar vader is – een Palestijn die als vluchteling naar Nederland kwam. Ze hebben inmiddels een band opgebouwd. Met haar Surinaamse, Palestijnse en Nederlandse oorsprong is ze „niet in een hokje te vatten”.

Ook in de documentaire Motherland a genetic journey speelt afkomst een rol. Drie zwarte Britten proberen via dna hun afkomst te achterhalen. Eén van hen, Mark, verhult zijn teleurstelling niet als hij erachter komt dat zijn oorsprong deels in Europa ligt – hij weet dat het vermoedelijk betekent dat een witte eigenaar seks had met een slaaf. Nader onderzoek wijst uit dat hij, via zijn moeder, ook verwant is aan de Afrikaanse Kanuri. Zijn zichtbare geluk als hij één van hen ontmoet – ze kunnen geen woord van elkaar verstaan – is ontroerend. Zelfs een flard van familie geeft betekenis.

Totale ontgoocheling

Jurna toont ook de docu Nostalgia de la Luz. Daarin is te zien hoe nabestaanden zoeken naar resten van geliefden, vermoord onder Pinochet. Velen van hen zijn gedumpt in de Atacama-woestijn. Een vrouw vertelt hoe ze de voet van haar broer vond, nog in de schoen. De uren die ze er mee doorbracht terwijl ze de voet aaide (Màrquez zou het bedacht kunnen hebben) waren zowel de hereniging waarnaar ze zo had verlangd als een totale ontgoocheling.

Jurna wilde de onderbelichte kant van Zuid-Amerika tonen en vertelt daar energiek over, maar hoopgevend werd het niet (hoewel de dansende Marquez onweerstaanbaar vrolijk maakt). We zien regeringen die het leven van hun bevolking onmogelijk maken. In Esta todo bien blijft een kankerpatiënte in Venzuela vruchteloos de apotheek bezoeken voor medicijnen. Tijdens een debat tussen schreeuwende politici wordt zij op de tribune onwel. Jurna nam wel eens medicijnen mee voor de mensen die ze interviewde. Maar echt helpen kan ze niet, zegt ze. „Ja, door verslag te doen.”