Recensie

Recensie Muziek

Steeds meer vrouwen bereiken de muzikale top, maar het kan nog altijd beter

Recensie In Amsterdam begon afgelopen weekend het Grachtenfestival. In een paar dagen toont het tiendaagse festival al zijn grote kracht: de grote muzikale diversiteit op locaties waar je normaal niet snel komt.

Bariton Raoul Steffani met pianist Yang Yang Cai bij de opening van het Amsterdamse Grachtenfestival.
Bariton Raoul Steffani met pianist Yang Yang Cai bij de opening van het Amsterdamse Grachtenfestival. Foto Rob van Dam

Helaas, de weergoden hadden andere plannen op de openingsavond van het Amsterdamse Grachtenfestival. Hevige regen liet de klaargelegde pontons uitgestorven dobberen in de Kloveniersburgwal. Het openingsconcert was gelukkig een paar uur tevoren al verplaatst naar de Zuiderkerk.

De eerste tonen kwamen dit jaar van pianiste Yang Yang Cai, niet veel later galmden ook de eerste zinnen van bariton Raoul Steffani – artist in residence en winnaar van de GrachtenfestivalPrijs 2018 – over de hoofden van de stampvolle kerk. In een uur dat muzikaal alle kanten op ging, werd duidelijk dat ook nu weer iedereen wel een concert naar zijn smaak zal vinden.

Het thema van het festival is dit jaar ‘Schatten van vrouwen’. Om te vieren dat steeds meer vrouwen de muzikale top halen, en er meer composities van vrouwen klinken, maar toch ook om te agenderen dat de gelijkheid er nog niet is. Vooral in de opera/tentoonstelling Vrouwenstemmen werd dat pijnlijk duidelijk gemaakt. Het toneel kon door het publiek (van wie tweederde vrouw) vrij bewandeld worden. De solisten en het koor (enkel vrouw) bewogen zich daar doorheen. De casus: het sprookje eindigt na honderd jaar vrouwenkiesrecht nog steeds niet met ‘lang en gelukkig’.

Mooi is zeker niet het goede woord om de muziek te omschrijven. Modern, van toppen naar dalen, af en toe ronduit Alban Berg-achtig, met een verrassend goed amateurkoor dat sluipend door de zaal het publiek met catcalling confronteerde met de dagelijkse werkelijkheid: „Hee, psst. Hee, chickie.” Toen het einde plotseling repetitief en aanstekelijk werd om mee te zingen, twijfelden de heren ongemakkelijk terwijl het vrouwelijke publiek al mee humde. Was het de bedoeling dat wij nu onze monden hielden? Nee, besloten er gelukkig enkelen.

Grootste wens

Buiten het thema (al zou je delen best vroege catcalling kunnen noemen), maar als grootste wens van Raoul Steffani, klonk zaterdagavond Carl Orffs Carmina Burana. Dat wil zeggen, de gereduceerde versie van Wilhelm Killmayer. Met slechts twee vleugels kan het moeilijk zijn de orkestrale versie uit het hoofd te krijgen, maar het bood zes slagwerkers wel de kans om Orffs intrigerende slagwerkpartijen voor het voetlicht te brengen.

Steffani maakte zijn belofte waar en toonde weer een genre waarin hij zich thuis voelt. Toch was het vooral de locatie die tot de verbeelding sprak: met een drankje in de hand, staand (een enkeling zelfs dansend) in een uitverkochte poptempel Paradiso luisteren naar een overweldigend klassiek werk, maakte de avond heel bijzonder.

Maar de beste zet van het Grachtenfestival was de toewijzing van de compositieopdracht aan de bijzonder talentvolle, 24-jarige jazz-saxofoniste Kika Sprangers. Zondagavond speelde ze – onderwijl nog drie jazzmusici en het klassieke strijkensemble Pynarello leidend – een betoverend mooi concert. Haar stijl sleurt je automatisch en bedrieglijk eenvoudig mee, maar is nooit voorspelbaar. Het is jazz die van stilte opzweept naar symfonische proporties zonder een moment kitscherig te worden. Waar Vrouwenstemmen soms voelde als een verwijt, zocht Sprangers expliciet de oplossing in de verzoening. Over ‘No Man’s Land’ was ze duidelijk: het is geen probleem van vrouwen, maar een issue van ons allemaal. Daar komen we het beste samen uit. Maar, zei ze ook: „Zodra ik één noot speel, valt dat allemaal weg. Dan maakt het echt niet meer uit wie man of wie vrouw is.”