Opinie

Niet druk maken

Marcel van Roosmalen

De laatste keer dat ik mijn moeder sprak zei ze: „Ik ga me niet druk maken! Nee hoor, ik maak me niet druk. Ik geef alles uit handen, ik vertrouw op Onze-Lieve-Heer, ik heb nog melk in huis, ik heb nog appels en ik heb hulp genoeg. Je broer komt drie dagen voor me zorgen, dat is prettig.”

„O ja, dat is prettig”, zei ik.

Dan hoef ik even niet, dacht ik erachteraan.

„Wanneer kom jij weer eens?”

„Over twee weken, op de dag dat ik naar de tandarts ga.”

„Wacht, ik schrijf het op.”

Die dag is vandaag.

Gisteren belde mijn broer vanwege de verjaardag van mijn dochter, ze werd vier.

„Heeft ze mijn kaart gehad? Cadeautje dat in de envelop zat, die bol.com-kaart, ook gevonden?”

Hij had inderdaad drie dagen bij mijn moeder gebivakkeerd.

Hij: „Ik geloof dat we nu in het stadium komen dat we haar niets meer kwalijk kunnen nemen.”

Het was drie dagen gegaan over een belangrijke brief die wel of niet gepost was, want dat wist ze niet meer. Over de rampzalige consequenties die dat eventueel voor haar zorgverzekering zou kunnen hebben. En dan was mijn zus, die over ‘de papierwinkel’ gaat, ook nog op vakantie.

„Ik denk dat ik daar beter tegen kan dan jij”, zei mijn broer. „Je moet gewoon de hele tijd zeggen dat ze zich niet moet opwinden. ‘Niet druk maken’, zeg ik dan. Soms wel twintig keer achter elkaar.”

Ik wist niet of ik dat kon.

‘Jij moet je natuurlijk ook niet druk maken”, zei mijn broer. „Je moet haar even bellen om te zeggen hoe laat je ongeveer komt. Anders gaat ze zich daar weer druk over maken.”

Ze nam geagiteerd op.

„Ik ben het niet vergeten! Ik heb al gebeld voor haar verjaardag! Zeggen ze dat niet tegen jou? Op de kalender staat: ‘Lucie vier jaar’. Met een kruisje erachter, dus ik heb al gebeld. Kom nou jongen, dat vergeet ik echt niet.”

Ik zei een paar keer ‘maak je niet druk’.

„Zeg, maar wanneer kom je eigenlijk? Ik heb het wel genoteerd.”

„Morgen!”, zei ik.

Zij: „Nou, dan kom je toch morgen! Bij mij stond het onder ‘Lucie vier jaar’, maar ik zal het opnieuw opschrijven. Nou staat het onder ‘bloedprikken’. En je zus is ook nog op vakantie, maar ik maak me niet druk.”

„En verder?”, vroeg ik.

„Ik zie het allemaal, wel”, zei ze. „Ik lever me over aan wat komt. En ik maak me niet druk, echt niet, maar je moet wel zeggen wanneer je komt.”

„Morgen”, zei ik.

„Fijn jongen, dan noteer ik dat en dan maak ik me verder niet druk.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.