Mens zoekt al 40.000 jaar het hooggebergte op

Archeologie In Afrika zijn stokoude resten van bewoning van het hooggebergte aangetroffen. Leefden mensen permanent zo hoog? Of verbleven ze er slechts tijdelijk?

Uitzicht over de Harcha-vallei. Op de bergkam links (4.240 meter boven zeeniveau) werd in de prehistorie obsidiaan gewonnen
Uitzicht over de Harcha-vallei. Op de bergkam links (4.240 meter boven zeeniveau) werd in de prehistorie obsidiaan gewonnen Foto A.R. Groos

Op 3.500 meter hoogte in het Ethiopische Bale-gebergte woonden 47.000 tot 31.000 jaar geleden in ieder geval tijdelijk mensen, vlakbij een gletsjer. De grondstof voor hun werktuigen haalden ze zelfs nog hoger, 10 km verderop op 4.200 meter hoogte, waar aders van obsidiaan (vulkanisch glas) te vinden zijn. Precies hetzelfde type obsidiaan is bewerkt tot werktuigen in een kampje onder de overhangende rotswand in Fincha Habera gevonden, samen met duizenden dierenbotten en organische resten, waarschijnlijk afkomstig van mensenpoep. Dit schrijft een internationaal team van archeologen, onder leiding van Götz Ossendorf (Universiteit Keulen) donderdag in Science.

Leven op zulke hoogtes geldt als bijzonder zwaar door het geringe zuurstofniveau, de lage temperaturen en meestal ook de droogte. Tot voor kort werd zo’n leven in het hooggebergte meestal voor onmogelijk gehouden in de periode vóór 10.000 jaar geleden. Maar in 2014 bleken op 4.500 meter hoogte in de Andes (in Cuncaicha, Peru) al 12.000 jaar geleden mensen te wonen. Ook de ontdekking van 30.000 à 40.000 jaar oude stenen werktuigen op 4.600 meter hoogte in Tibet, vorig gepubliceerd in Science, baarde veel opzien. En dit jaar werd zelfs al een Denisoviërkaak gevonden in de Baishiya-grot in Tibet, op 3.200 meter hoogte, en van maar liefst 160.000 jaar oud.

Stenen werktuig van obsidiaan, gevonden onder overhangende rotswand. Foto Götz Ossendorf

Prehistorisch hoogteleven

En nu dus ook al in Ethiopië. Er is een snelle ontwikkeling van de kennis van prehistorisch hoogteleven, maar in feite is er nog weinig bekend, zo benadrukt de antropoloog Mark Aldenderfer in een commentaar bij het nieuws in Science. Ja, mensen kwamen al vroeg zo hoog, maar wat deden ze er? Over de levenswijze van deze bergbewoners zijn nog weinig feiten. Gaat het hier om permanente bewoning of kwamen ze alleen maar even kort langs op die hoogte? „Omdat deze plekken zeldzaam zijn en de onderzoeken beperkt, zijn wetenschappers geneigd te gaan overdrijven en gaan ze holle termen gebruiken als ‘bezetting’, ‘kolonisatie’, ‘migratie’ of zelfs ‘verovering’ om het belang duidelijk te maken”, zo schrijft Aldenderfer, die zelf al in 2006 een inventarisatie opstelde van mogelijke prehistorische hooggebergtebewoningsplaatsen (inderdaad: Ethiopië, Tibet en de Andes). Daarin verwachtte hij overigens dat al vanaf 300.000 jaar geleden mensen beschikten over de gedragsflexibiliteit die nodig is voor overleven in het hooggebergte. Onder die extreme omstandigheiden zijn namelijk ‘hyper-gevarieerde jaag en verzameltechnieken, soms gebaseerd op risico-zoekend gedrag’ nodig voor overleving, schreef hij toen. Aldenderfer prijst nu het Science-onderzoek van Ossendorf omdat hij het gevonden kampje beschrijft als een ‘residentie’ maar ook expliciet duidelijk maakt dat niets bekend is over de duur van een verblijf aldaar.

Reuzenmolratten

De mensen die in Fincha Habera in het Ethiopische Bale-gebergte verbleven aten vrijwel uitsluitend reuzenmolratten, blijkt uit de duizenden botjes die er waren achtergebleven. De reuzenmolrat kan wel een kilo wegen en komt louter voor in dit gebergte. Hij leeft onder de grond, maar verzamelt zijn plantaardig voedsel aan het oppervlakte, waardoor hij relatief makkelijk te vangen is.

Op basis van een stukje struisvogelei in het kamp denken de onderzoekers dat de bewoners ook in het laagland kwamen. Het landschap was toen minder kaal dan nu. Door het smeltwater van de gletsjer was het er relatief vochtig en de vondst van loopkevers van het geslacht Trechus wijst erop dat het bosachtig moet zijn geweest. Daardoor zou het voor mensen mogelijk moeten zijn geweest om permanent in het gebied te wonen, schrijven Ossendorf en zijn collega’s. Maar om dat zeker te weten moeten ze eerst nog wel meer ‘residenties’ vinden, voegen ze er onmiddellijk aan toe.

Lees ook: Tibetaan overleeft ijle berglucht dankzij gen van ‘oermens’