Opinie

Medische missies naar Afrika moeten meer zijn dan een trucje

Zorg Miljoenen levens kunnen gered worden met chirurgische missies, schrijft . Maar organiseer ze zo, dat ze ook op lange termijn de zorg in ontwikkelingslanden verbeteren.

Te vaak ontbreekt het aan nazorg en kennisoverdracht wanneer Westerse dokters in Afrika op missie gaan.
Te vaak ontbreekt het aan nazorg en kennisoverdracht wanneer Westerse dokters in Afrika op missie gaan. Somchai Thongseeda

Chirurgische missies verlenen kortdurend zorg in ontwikkelingslanden, waarna het vaak ontbreekt aan nazorg, evaluatie en kennisoverdracht. Om langdurig bij te dragen, zouden dergelijke initiatieven aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen.

Met enige reserveringen ging ik daarom juni als chirurg met Kenya Relief mee op missie in Migori, een stadje in Kenia. Kenya Relief is een Amerikaanse organisatie met achttien jaar ervaring in het organiseren van medische missies. Ze faciliteren inmiddels 22 chirurgische missies per jaar. Ze voorzien in chirurgie aan ogen, buikwandbreuken, schildklieren, gynaecologische problemen, brandwonden en andere misvormingen. Patiënten betalen een laag bedrag voor hun zorg. Deze inkomsten plus financiële donaties houden de kliniek draaiende.

Bij aankomst staan de rijen met patiënten tot aan de straat – sommigen wachten al dagen. In een week tijd ziet mijn team van Westerse en Keniaanse artsen 460 patiënten en voeren we 75 operaties uit. De organisatie is verantwoordelijk voor zo’n 9000 patiënt-consulten en verzorgt circa 1600 operaties per jaar. Na afloop heb ik er een goed gevoel over, maar waar heb ik eigenlijk aan bijgedragen?

Kortdurende missies waarbij goed opgeleide artsen uit welvarende landen ingrepen uitvoeren in een land waar de zorg minder ontwikkeld is, zijn al langer een bestaand fenomeen. Toch ontbreekt het soms aan een duurzame visie of is het onduidelijk hoe het met de patiënten op lange termijn gaat. Er zijn een paar voorwaarden waar alle missies aan zouden moeten voldoen.

Een missie als leuke afwisseling

Ten eerste zou een organisatie met een lokale kliniek een helder omschreven visie moeten formuleren, nog voordat de missie begint. Worden de ingrepen die verricht worden ook aan de lokale dokters geleerd? Wanneer zal de zorginstelling uiteindelijk financieel in staat zijn deze zorg zelf te leveren? Dit zijn vragen die vooraf beantwoord moeten worden om te voorkomen dat een missie niet meer is dan een leuke afwisseling voor Westerse artsen zoals ik.

Ten tweede moet een organisatie die medische missies uitvoert, haar eigen resultaten goed kennen. Thom Hendriks, tropenarts en onderzoeker aan het VUmc, onderzocht de resultaten van kortdurende chirurgische missies voor met name schisis-operaties, het herstellen van een spleet in de lip, kaak of gehemelte. Van de 41 artikelen die hij onder de loep nam, bleken negen missies niets te vermelden over hun complicaties. Slechts tien hielden hun patiënten maximaal een half jaar in de gaten. Men weet dus vaak niet goed wat er met de behandelde mensen op de langere termijn gebeurt. Hendriks onderzocht alleen de missies die de moeite namen de resultaten vast te leggen en te publiceren. Hoeveel organisaties uiteindelijk geen idee hebben van hun resultaten, blijft gissen. Hendriks’ resultaten wekken de suggestie dat we de positieve invloed van ons medische werk overschatten.

Ten derde moeten we intensief samenwerken met lokale zorgverleners. Sommige missies gaan met te weinig kennis over de cultuur en achtergrond van het lokale zorgsysteem aan de slag, terwijl lokale ervaring cruciaal is om passende behandelingen te kunnen bieden. Onze succesvolle medische behandelingen hebben soms namelijk slechte uitkomsten in andere omgevingen. Een voorbeeld vormt de behandeling van brandwonden. Bij ons is het gebruikelijk om huid te transplanteren, maar in lokale centra met een hoger infectiegevaar is dat niet altijd een zinnige behandeling. Daarnaast zijn sommige behandelingen in Afrika niet mogelijk. Zo behandelen we schildklierkanker in het Westen vaak met een operatie, gevolgd door een behandeling met radioactief jodium. In Kenia was dat niet voorhanden en daarom was het des te belangrijker om met lokale dokters de juiste behandeling te bepalen.

Lees ook: Vermijd maar eens een omzetplafond

Het vierde punt is de directe nazorg. Veel missies vinden plaats in rurale gebieden. Als na een operatie complicaties optreden, moet het mogelijk zijn te kunnen verwijzen naar een ander ziekenhuis. Vaak zijn de teams van de missie dan al gevlogen. Soms is er nauwelijks een medisch dossier en weet niemand wat ze aan moeten met een verslechterende patiënt. Een goed netwerk met duidelijke afspraken met naburige ziekenhuizen over zorg voor complicaties is daarom een vereiste.

Tot slot dient er een financieel plan te zijn voor de lange termijn. Lokale patiënten gratis zorg geven creëert structurele afhankelijkheid. De lokale zorgbehoeftigen moet iets over hebben voor de zorg, omdat dat uiteindelijk ook de mogelijkheid biedt om de lokale overheid te betrekken in het organiseren van de zorg.

Ziekenhuis is te duur

Na mijn missie in Migori droegen we de zorg over de geopereerde patiënten over aan een vast team met zaaldokters. Patiënten die wij niet konden opereren, konden daardoor later behandeld worden door een van de komende teams. Daarnaast is de vaste samenwerking met de Keniaanse chirurgen en operatie-assistenten uit een naburig ziekenhuis van grote waarde. Zij zijn onze lokale raadgevers en leggen de link met het medische systeem. Ook is het feit dat de Keniaanse patiënten betalen voor de zorg een belangrijk element. De voorzitter van Kenia Relief is in continue dialoog met de Keniaanse overheid om deze zorg uiteindelijk verzekerd te krijgen. De dossiers die wij opstelden worden wel bijgehouden, maar we registreren helaas alleen de kortetermijnresultaten na drie maanden. Het is moeilijk onze patiënten langer in de gaten te houden. De Kenianen willen weer naar huis, komen vaak van ver en hebben geen zin in de kosten van het terugreizen naar het ziekenhuis voor louter een controle.

Ik vraag me af wat het einddoel en de visie is van deze missies. Hoe zal men in Kenia uiteindelijk zelf deze zorg kunnen bieden? Dat zie ik voorlopig nog niet gebeuren. Alweer vier jaar geleden werd in het toonaangevende medische tijdschrift The Lancet een indringend artikel gepubliceerd. De behoefte aan chirurgische zorg in de armste regio’s ter wereld wordt op dit moment op grote schaal niet erkend. In 2010 gingen naar schatting wereldwijd 16,9 miljoen levens (32,9 procent van alle sterfgevallen wereldwijd) verloren aan aandoeningen die chirurgische zorg nodig hadden. Dit aantal overtrof ruim het aantal sterfgevallen door hiv/aids (1,6 miljoen), tuberculose (1,2 miljoen) en malaria (1,2 miljoen) gecombineerd. Chirurgische missie-organisaties zoals Kenya Relief zijn dus vooralsnog broodnodig, eenvoudigweg omdat we wereldwijd de luxe niet hebben om zonder dergelijke missies te kunnen. Toch blijft het van belang om met een goed plan van geleidelijke overdracht te werken.

Goed georganiseerde missies kunnen helpen het wereldwijde gat aan chirurgische zorg te dichten. Maar wanneer we onze werkwijze kritisch bezien, blijkt het lastig om onze missies effectief te laten zijn. Het medische trucje uitvoeren is één, een lange termijn effect bereiken is een tweede.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.