Opinie

Lewinsky’s moeder

Frits Abrahams

Wat mij vooral zal bijblijven van de indringende tv-documentaire The Clinton Affair, is het verhaal van Marcia Lewis, de moeder van Monica Lewinsky. Zij vertelde hoe zij in de jaren negentig door Kenneth Starr, de openbare aanklager, gedwongen werd onder ede een getuigenis af te leggen die schadelijk zou kunnen zijn voor haar dochter.

In Nederland bestaat er voor familieleden in zo’n situatie verschoningsrecht – het recht dus om geen getuigenis af te leggen – maar in de Amerikaanse wetgeving is dat niet zo duidelijk vastgelegd. Als de aanklager vindt dat er ‘doorslaggevende redenen’ voor zo’n getuigenis zijn, dan krijgt hij zijn zin.

Marcia Lewis kon dus niet aan deze beproeving ontkomen toen Starr doorzette. Hij bedreigde haar met 27 jaar gevangenisstraf als ze haar mond zou houden. Hij wilde vooral weten wat zij wist van de seksuele relatie tussen Bill Clinton en haar dochter. Lewis werd twee keer verhoord. Ze vertelde dat ze haar dochter nooit gevraagd had of ze een seksuele relatie met de president had. Wel had ze zoiets vermoed toen Monica vertelde dat ze berichten en geschenken met de president wisselde.

Uit de documentaire blijkt dat Monica’s moeder tijdens het tweede verhoor volledig instortte en niet meer in staat was antwoord te geven. Een derde verhoor is er niet meer gekomen. Ze praat in de documentaire redelijk openhartig over die dagen, maar toch ging het na afloop nog veel slechter met haar dan ze liet uitkomen. Dat blijkt uit het boek Monica’s Story, dat de journalist Andrew Morton al in 1999 over deze affaire schreef.

In het appartement van een tante trof Monica haar moeder, volledig overstuur, op het balkon. Die nacht bleef haar moeder huilen, ze riep dat ze haar gevangen zouden zetten. Monica werd bang dat ze zichzelf iets zou aan aandoen. Er moest een psychiater mét medicijnen aan te pas komen om haar te kalmeren. Ook Monica’s vader liep met zelfmoordgedachten rond.

De documentaire en Mortons boek laten zien dat deze affaire niet alleen grote politieke gevolgen heeft gehad, zoals de impeachmentprocedure tegen Clinton, maar ook een persoonlijke ramp was voor iedereen die erbij betrokken raakte. Vooral voor de familie van Monica, maar ook voor tal van haar vrienden en medewerkers van Clinton – al die mensen die zij genoemd had in de (opgenomen) telefoongesprekken met Linda Tripp, die duistere verraadster met wie ze bevriend was. Het kostte hen tonnen om zich juridisch tegen Starr te verweren.

Clinton heeft later publiekelijk zijn excuses aangeboden voor zijn gedrag, ook aan Monica, zij het dat hij dat tegenover haar nooit onder vier ogen heeft gedaan. „Ik heb me publiekelijk meer dan eens verontschuldigd”, zei hij daarover. „Ik heb mijn excuses aangeboden aan de hele wereld. Ik heb haar nadien nooit meer gesproken.”

Had hij destijds toch niet beter de eer aan zichzelf kunnen houden door af te treden? Hij heeft gezegd dat hij dat plezier Republikeinse intriganten als Starr, die louter op zijn ondergang uit waren, niet gunde. Daar valt in te komen, maar het blijft moeilijk te verteren dat menig leven na dit schandaal kapot was, terwijl Bill aanbleef en later fortuinen kon verdienen aan zijn berouwvolle memoires.