‘Je eer of je gezondheid? Als vechter kies je voor het eerste’

Medische protocollen vechtsport Recente sterfgevallen in de boksring voeden discussies in de vechtsportwereld over de medische risico’s. Wie bekommert zich om de gezondheid?

Bloedneuzen „horen bij kickboksen”.
Bloedneuzen „horen bij kickboksen”. Foto Simon Lenskens

Ruim driehonderd klappen kreeg de Russische profbokser Maksim Dadasjev (28) vorige maand tijdens zijn partij tegen Subriel Matias uit Puerto Rico. Het merendeel op het hoofd. Elf ronden lang deed ‘Mad Max’ dienst als vleesgeworden testdummy voor de vuisten van Matias. Van opgeven wilde hij, ondanks aandringen van zijn trainer, niets weten.

Het klinken van de bel gaf hem na elke ronde tijd om op adem te komen, zichtbaar gedesoriënteerd op een krukje in de hoek van de ring. Na elf van de twaalf ronden vond zijn team het genoeg geweest en werd, tot grote ergernis van de bokser, de handdoek geworpen. Te laat, bleek achteraf. Dadasjev zakte onderweg naar de kleedkamer in elkaar, werd in comateuze toestand naar het ziekenhuis gebracht en overleed daar vier dagen later aan de gevolgen van zwaar hersenletsel.

Het drama van Dadasjev staat niet op zichzelf. Een dag na zijn overlijden trof collega-bokser Hugo Santillan hetzelfde lot. Na een gevecht van tien rondes tegen de Uruguayaan Eduardo Abreu, dat onbeslist eindigde, zakte ook hij in elkaar. Een neurologische spoedoperatie in het ziekenhuis ten spijt overleed de 23-jarige Argentijn vijf dagen na het gevecht. Negen maanden eerder werd de ervaren Italiaanse kickbokser Christian Daghio (49) tijdens een wereldtitelgevecht in Bangkok in coma geslagen. Terwijl zijn tegenstander gehuldigd werd in de ring, probeerden hulpverleners Daghio in leven te houden. Dat lukte, maar niet voor lang. Hij overleefde de gevolgen van het gevecht niet en stierf in het ziekenhuis.

Foto Simon Lenskens
Sparrende kickboksers in The Colosseum Gym in Utrecht. „Benen omhoog!”
Foto Simon Lenskens

Discussie laait op

De dood van Dadasjev en Santillan deed de discussie omtrent medische maatstaven in de vechtsportwereld oplaaien. Wie staat in voor de gezondheid van de sporters in de ring als zij dat zelf niet meer kunnen? En wie bepaalt wanneer het genoeg is geweest?

Volgens ringarts Ed van Wijk (61) is dat formeel gezien onomstreden. „De wedstrijdleiding is verantwoordelijk voor het medische protocol, dat staat ook zo in het reglement van alle vechtsportorganisaties”, zegt hij. De reglementen zeggen dat de scheidsrechter een wedstrijd mag staken als ‘naar zijn oordeel voortzetting van de wedstrijd door andere redenen gevaarlijk zou kunnen zijn voor een van de deelnemers’. Daarbij maakt hij gebruik van advies van de ringarts.

In zijn 40 jaar dienst voor de Nederlandse Boksbond (NBB) en de International Boxing Association (AIBA) coördineerde Van Wijk honderden gevechten. Altijd waren de verhoudingen daarbij duidelijk. Als hij ook maar enigszins aanleiding zag om in te grijpen, deed hij dat. De beelden van het gevecht tussen Dadasjev en Matias? „Bij die partij was al ruim voor het einde duidelijk dat het onverantwoord was om door te gaan”, meent hij. „Dadasjev kreeg veel te veel klappen op zijn hoofd.”

Lees ook: Amateurboksers gaan de ring in: ‘Heftig, maar waanzinnig gaaf’

Dat er niet werd ingegrepen vindt Van Wijk een ernstige tekortkoming van de dienstdoende scheidsrechter en ringarts. Bij vechtsporten wordt volgens hem normaal gesproken gewerkt met een getrapt systeem. De scheidsrechter zou voldoende medische kennis moeten hebben om in te schatten wanneer de gezondheid van een vechter in gevaar komt. „En mocht hij niet adequaat genoeg reageren of een vechter blijkt na controle in de ring niet voldoende in staat om door te vechten, dan heeft de ringarts het veto om in te grijpen.”

Van Wijk noemt het „zorgwekkend” dat de maatstaven waar ringartsen en scheidsrechters mee werken verschillen per vechtsport en organisatie. Daardoor ontstaan kieren in de dichtgetimmerde medische protocollen. „Bij professioneel boksen zijn de maatstaven veel soepeler dan bij amateurboksen”, zegt hij. „En bij het kickboksen lijkt er zelfs niemand zonder ernstig letsel de ring uit te stappen. Ongehoord vind ik dat.”

Kickbokser rust uit bij The Colosseum Gym in Utrecht.
Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

Bloed uit gezicht

Wijdbeens en met gekruiste armen staat Daan Kortland op het canvas van zijn kickboksschool The Colosseum Gym in Utrecht. Nauwlettend houdt hij de sparsessie in de gaten in de ring voor hem. Stoten en trappen naar het hoofd worden daarbij niet geschuwd. Terwijl hij tussen de trainingsgevechten door de volledige inhoud van een bidon met water over het hoofd van een van de kickboksers gooit, wordt bij diens tegenstander bloed uit het gezicht geveegd.

Voor Kortland is dat geen reden om in te grijpen. Bloedneuzen zijn volgens hem onderdeel van het kickboksen. „Dat is nou eenmaal de sport”, zegt hij. „Vergelijk het met voetbal. Daar wil je ook zo veel mogelijk doelpunten maken. In de ring staat een goede stoot of trap gelijk aan een doelpunt. Met het verschil dat in het kickboksen de scheidsrechter of ringarts bepaalt wanneer er genoeg gescoord is. Hun oordeel is heilig.”

Partijen waarbij onterecht niet of te laat wordt ingegrepen, zoals bij de gevechten van Dadasjev, Santilan en eerder Daghio het geval was, zijn volgens Kortland uitzonderingen. De medische zorg bij de professionele takken van vechtsporten is zeer uitgebreid, vindt hij. „In aanloop naar grote partijen worden onze vechters uitgebreid gekeurd. Er wordt een hersenscan gemaakt en het bloed wordt getest. En ook na afloop houden we ons netjes aan voorgeschreven protocollen. Daarbij zijn sportartsen, trainers en de omgeving van onze kickboksers betrokken. Hun gezondheid is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Aan de andere kant van de ringzijde geeft Ernesto Hoost een van de vechters tips. „Benen omhoog!” Hoost is voormalig wereldkampioen kickboksen en heeft zich nu toegelegd op het trainerschap. Tijdens zijn carrière is hij erachter gekomen hoe gevaarlijk kickboksen kan zijn. „Maar onverantwoord wil ik het niet noemen”, vertelt hij. „Daarvoor is de sport te professioneel georganiseerd.”

Met het verwijt dat de door de wedstrijdofficials gehanteerde maatstaven per vechtsport te veel verschillen kan Hoost weinig. „De regels tussen die sporten verschillen nou eenmaal. Boksen duurt drie tot twaalf rondes, kickboksen drie tot vijf. Daarbij mag je bij kickboksen ook trappen, wat voornamelijk naar het bovenlichaam en de benen gebeurt. Boksers krijgen dus langduriger en vaker klappen naar het hoofd dan kickboksers. Dat vraagt om andere maatstaven.”

Foto Simon Lenskens

Moderne gladiatoren

Hoewel officials en trainers een belangrijk aandeel hebben in het beschermen van de gezondheid, dient er ook rekening gehouden te worden met de wil de sporter. „Vaak wordt vergeten dat een vechter met een beetje fighting spirit nooit opgeeft”, vertelt professioneel bokser Stephen Danyo. „Niemand wil een quitter zijn. Je eer staat op het spel. Geef je op, dan verlies je niet alleen het gevecht, maar ook je reputatie. Als vechter maak je de afweging wat belangrijker is: je eer of je gezondheid. Vaak wordt gekozen voor dat eerste.”

Zo ook in geval van Dadasjev. De Rus was tot zijn gevecht met Matias ongeslagen in het professionele boksen. Een overwinning zou hem nog dichter bij een eventuele wereldtitel brengen. „De grote belangen tijdens een gevecht en de bijkomende adrenaline maken dat je als vechter een gevaar bent voor jezelf”, zegt Danyo. „Je gaat door, ongeacht hoeveel klappen je al hebt gekregen.”

Danyo benadrukt dat ook de verwachtingen van het publiek invloed hebben op de gezondheid van vechtsporters. „Het publiek wil bloed en actie zien. Als je in de ring staat probeer je daar gehoor aan te geven.”

Grote belangen

Volgens Danyo spelen de grote belangen ook een rol bij de beslissing van scheidsrechters en trainers om een gevecht te stoppen. Omdat de verschillen in vechtsporten vaak klein zijn – een partij kan met één goed geplaatste stoot of trap 180 graden draaien – denken scheidsrechters wel twee keer na voordat ze een partij stoppen, denkt hij. „Hetzelfde geldt voor het gooien van een handdoek door een trainer”, vertelt de 30-jarige bokser. „Je wil niet dat zo’n beslissing voorkomt dat jouw pupil een wereldtitel pakt. Maar aan de andere kant moeten boksers of kickboksers wel tegen zichzelf in bescherming worden genomen. Trainers, maar ook de wedstrijdofficials, moeten dat aanvoelen. Daarom is het zo belangrijk dat je een goed team om je heen hebt als vechtsporter.”