Handkusjes voor opgestoken middelvingers op lhbti-mars in Polen

Regenboog Polen heeft twee gezichten. Lhbti’ers worden steeds meer geaccepteerd. Maar op een parade zaterdag door het stadje Plock, moesten stevig bewapende agenten de betogers beschermen.

Om de mars in Plock veilig te laten verlopen, zijn honderden politieagenten nodig. Ze laten geen meter ruimte tussen het kordon om de demonstranten heen en zijn bepakt met bivakmutsen, helmen, geweren, wapenstokken, traangas en videocamera’s.
Om de mars in Plock veilig te laten verlopen, zijn honderden politieagenten nodig. Ze laten geen meter ruimte tussen het kordon om de demonstranten heen en zijn bepakt met bivakmutsen, helmen, geweren, wapenstokken, traangas en videocamera’s. Foto Czarek Sokolowski/AP

De regenboogstoet die dansend op ‘Like a Prayer’ van Madonna en ‘Don’t Stop Me Now’ van Queen door de straten van Plock trekt, komt af en toe tot stilstand. De ruim tweeduizend deelnemers aan de mars voor lhbti-rechten in dit kleine Poolse stadje zijn geflankeerd door stevig bewapende politieagenten. Als die een groepje middelvingerzwaaiende tegendemonstranten moet neutraliseren, maakt de parade even pas op de plaats. Om vervolgens weer voort te dansen, handkusjes blazend naar de agressie die hen van de stoep tegemoet schreeuwt.

Net als waarschijnlijk de meeste mensen die deze zaterdag door Plock lopen voor meer acceptatie van homoseksuelen en iedereen die zich niet thuisvoelt in de m/v-hokjes, was Karolina Stachowak (23) behoorlijk zenuwachtig toen ze zes kleuren op haar wangen schminkte. „Ik had veel meer geweld verwacht”, zegt de studente uit Poznan. „Ik was bang dat het weer uit de hand zou lopen.” Met ‘weer’ bedoelt ze: zoals drie weken geleden in Bialystok, een andere conservatieve Poolse provinciestad. Daar belaagden voetbalhooligans – aangemoedigd door politici en kerkleiders – een lhbti-mars met vuurwerk, stenen en vuisten. Sindsdien is het onderwerp homoseksualiteit geen dag weggeweest uit de campagne voor de parlementsverkiezingen in oktober.

Als de mars in Plock na twee uur voorbij is, klit Stachowak, nog steeds een tikje angstig, samen met haar vrienden tot ze worden opgehaald door een bus die ze naar huis zal brengen. Opgelucht terug naar het progressievere Poznan in het westen van Polen. „Zorg dat je allemaal veilig thuiskomt”, schalt het uit een megafoon.

Krzystof Piotrowski is blij dat ze weer uit zijn stad verdwijnen. „Homoseksualiteit is helemaal geen onderwerp hier”, zegt hij. „Deze clowns komen hier uit grotere steden, aangestuurd door Brussel, om ons te vertellen wat wij wel en niet normaal moeten vinden.Het huwelijk, en het hebben van een gezin, is alleen bedoeld voor een man en een vrouw.” Piotrowski (27) is belastingadviseur en lid van Mlodziez Wszechpolska, een ultranationalistische jeugdorganisatie die de conservatieve en homofobe regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) rechts inhaalt. Hij heeft zelf nog geen kinderen, maar zou niet willen dat die worden blootgesteld aan homoseksualiteit. „Wat hier gebeurt is pure blasfemie. Het zijn niet de homo’s die hier gediscrimineerd worden. Zij besmeuren de Poolse vlag en worden beschermd door de politie.”

Toleranter én nationalistischer

In Plock botsen twee Poolse werkelijkheden. Het land is de afgelopen jaren langzaamaan toleranter gaan denken over homoseksualiteit en een toenemend aantal mensen durft uit de kast te komen. Aan de andere kant blijft het een katholiek en oerconservatief land dat elke publieke uiting en acceptatie van seksuele minderheden ziet als een aanval op de Poolse identiteit. Een identiteit die sommigen met geweld willen verdedigen.

Activiste Monika Tichy (42), met haar paars geverfde haar en glittertopje, werd vorige maand in Bialystok bespuugd en stond er oog in oog met een man die dreigde met een honkbalknuppel. „Een situatie van leven of dood” die ze ontzenuwde door haar tegenstander een omhelzing aan te bieden. Ze zag het geweld niet als een trauma, maar als „een historisch moment: toen zag het hele land voor het eerst met wat voor haat wij dagelijks te maken hebben.”

Activiste Monika Tichy. Foto’s Emilie van Outeren

Het aantal pride marsen groeide van zes in 2017 naar 17 vorig jaar en 24 in 2019, telt zij. De 125.000 inwoners van Plock, een uur rijden van Warschau, zagen er dit weekend voor het eerst één. „Deze vreedzame revolutie is niet meer te stoppen”, zegt Tichy.

In Plock lopen veel mensen mee die zelf niet tot een seksuele minderheid behoren, maar „helemaal klaar” zijn „met agressie, discriminatie en intolerantie”. Lokale zestigers die zeggen zelf niemand te kennen van wie ze weten dat die gay is. En moeders zoals Aga Duda (46), die een hartvormig bord draagt met de tekst: „Mijn kinds gender is prima”. Haar zoon, die vijftien jaar geleden als dochter werd geboren, durfde zelf niet te komen. „In Warschau voelt hij zich wel veilig, maar hier nog niet.”

Aga Duda, moeder van een transgender-zoon.

Ook Duda was bang voor geweld vandaag. „Lhbti-mensen zijn de afgelopen jaren steeds zichtbaarder, ze eisen rechten op en een groter deel van de bevolking accepteert hen. Dan is het helaas ook logisch dat zich een tegenbeweging mobiliseert.”

Lhbti-vrije zones

Die andere kant, vooral twintigers met kaalgeschoren koppen en heuptasjes, heeft de steun van kerkleiders en prominente politici. Zij worden aangemoedigd hun gemeenschappen en hun geloof „te beschermen” tegen andersdenkenden. De aartsbisschop van Krakau heeft „de regenboogplaag (…) die onze zielen, harten en hoofden wil beheersen” erger dan het communisme genoemd. Jaroslaw Kaczynski, de leider van de regerende PiS-partij, ziet het als „een bedreiging voor het voortbestaan de Poolse staat”. Homofobe agressie wordt gelegitimeerd en geweld nauwelijks veroordeeld.

Regeringsgezinde media slaan nog harder op de trom. Ze omschrijven homoseksualiteit als een ideologie en stellen het gelijk aan pedofilie: een bedreiging voor kinderen. Recent verspreidde een uiterst rechts weekblad stickers waarmee lezers hun buurt ‘lhbti-vrij’ konden verklaren.

De polarisatie doet denken aan de verkiezingscampagne van vier jaar geleden. Toen won de PiS mede door zich op te werpen als beschermer van Polen tegen islamitische vluchtelingen. De conservatieve partij heeft een riante voorsprong in de peilingen, maar critici vragen zich af of ze deze keer niet de verkeerde vijand heeft uitgezocht. Waar vluchtelingen en Brusselse bemoeizucht voor kiezers abstracties blijven, zijn lgbti’ers gewone Polen; vrienden, buren en collega’s. Bovendien: als er één plek is waar seksueel misbruik van kinderen nog nauwelijks is aangepakt, is het binnen de machtige katholieke kerk.

Zwaar politiegeschut

Om de mars in Plock veilig te laten verlopen, zijn honderden politieagenten nodig. Ze laten geen meter ruimte tussen het kordon om de demonstranten heen en zijn bepakt met bivakmutsen, helmen, geweren, wapenstokken, traangas en videocamera’s. Van iedereen die dichtbij de activisten probeert te komen, wordt een close-up gemaakt om eventuele relschoppers later te kunnen identificeren. Op een paar opstootjes tussen de politie en de tegendemonstranten na, blijft het zaterdag rustig. Zelfs de eieren die een groep lokale ruziezoekers heeft meegenomen, blijven in hun doos.

„De politie heeft het vandaag geweldig gedaan”, zegt Karolina Stachowak, de zenuwachtige studente. Welke Poolse werkelijkheid ook sterker zal blijken, het land is een democratie binnen de Europese Unie waar de autoriteiten de rechten van demonstranten proberen te waarborgen. „Het is hier geen Rusland, waar we door zowel hooligans als de politie in elkaar gebeukt zouden worden. Nog niet in ieder geval,” zegt Teara Sekalska, een 27-jarige transvrouw die in Plock opgroeide en er tijdelijk weer woont.

Polen kent geen homohuwelijk en ook geregistreerd partnerschap bestaat niet voor stellen van hetzelfde geslacht. Kinderen adopteren, of zelfs die van een partner erkennen, is onmogelijk. De zoon van Aga Duda kan zijn voornaam niet veranderen. Naast het gebrek aan gelijke rechten, discriminatie en geweld, hebben veel lhbti’ers in Polen ook te maken met intolerantie thuis. Ouders en vrienden die hun geaardheid niet accepteren. Vooral daarvoor zijn evenementen als deze, zegt Monika Tichy. „Mijn voornaamste motivatie is zorgen dat tieners die met hun geaardheid worstelen, zien dat ze niet alleen zijn. Voor hen moeten we de strijd niet beperken tot de plekken waar we toch al vrij kunnen leven, maar ons in de straten van dit soort stadjes laten zien. Hoe intimiderend het ook kan zijn.”