El Paso mag ver weg zijn, het voelt dichtbij

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft Pia de Jong over wat haar opvalt. Vandaag: checken waar de uitgang is, waar plekken zijn om weg te duiken en of er mensen zijn die er verdacht uitzien.

Illustratie Eliane Gerrits

Maandagochtend, op pad met mijn dochter, herinnert ze me eraan dat we gootsteenontstopper nodig hebben. Die verkoopt de Walmart, het warenhuis waar we toevallig vlakbij zijn. Ik twijfel. Walmart roept ineens akelige beelden op van een schutter met een AK-47 en vele slachtoffers. Mensen in El Paso, die net als mijn dochter en ik, gewoon boodschappen gingen doen. „Heel snel dan”, zeg ik.

Walmart zit in een ongezellige mall. Nu zijn vrijwel alle malls ongezellig, maar Walmart slaat alles. Het enorme vierkante blok beton is ingedeeld in gangen, waarlangs de spullen van de vloer tot het plafond zijn opgetast. Alles hier is spotgoedkoop. Daarom zie je er veel mensen winkelen die weinig te makken hebben.

Het treurige is dat de kwaliteit van de producten abominabel is. Ik kocht er ooit een mixer: na één keer gebruiken was hij kapot. Nam eens bananen mee: die bleken rot. Dat soort werk. Maar het blijft kopers trekken, want je zal maar een mixer nodig hebben en weinig geld in je portemonnee. Of heel veel zin in een banaan.

Bij de ingang zit een gapende ‘begroeter’ in een Walmart-hesje met het logo, de ‘spark’ – zes gele zonnestralen op een hardblauwe achtergrond. Ik vraag naar ontstopper, maar we verstaan zijn binnensmondse antwoord niet, ook niet als hij het nog twee keer herhaalt. Z’n collega een eindje verderop spreekt enkel Spaans.

Ik trek mijn dochter door de gangen en realiseer me dat ik me nu anders gedraag in openbare ruimtes. El Paso mag dan ver weg zijn, hier voelt het dichtbij. Ik check waar de uitgang is, waar plekken zijn om bij onraad weg te duiken. Ik kijk of mensen er verdacht uitzien. Dat slaat nergens op, want waaraan herken je een schutter voordat hij gaat schieten?

Bij de afdeling kettingsloten staat een man met een vlassige baard en een broek tot halverwege zijn billen te bakkeleien met een oude vrouw in een roze kamerjas op bijpassende sloffen.

„Nee ma, die hadden we vorige week ook en die paste niet.”

„Wel, maar jij liet de sleutel vallen in de plomp.”

Walmart is berucht om de vreemde figuren die er rondlopen. Op de site People of Walmart tref je een bizar rariteitenkabinet. De vrouw met de baard op de kermis vroeger is er niets bij. Maar behalve het stel dat nog steeds staat te bekvechten is het vandaag stil. In de McDonald’s bij de uitgang doopt een gothic meisje slappe frietjes in tomatenketchup.

De scanner werkt niet en de kassamevrouw voert turend door haar leesbril de cijfercode in in haar computer. Het duurt eindeloos. Ondertussen kijken we naar de muur achter haar, waarop een groot bord hangt met vergeelde foto’s van vermiste kinderen. Een en al vrolijke koppies. Als je hen ziet, bel dan de politie, staat eronder. Sommigen zijn al jaren verdwenen. Nergens staat iets over de beschieting in El Paso.

Als we vertrekken, zit de begroeter op dezelfde plek te gapen, in zijn vrolijke hesje. In de Walmart schijnt de zon nog altijd in een stralend blauwe lucht.

Reacties naar pdejong@ias.edu