Opinie

Eerst brengen we de feiten, dan de opinies

Bijna twee weken geleden werd het boerkaverbod in gevoerd. Hoe ging NRC om met de hoog oplopende discussies?

Vrouwen met een boerka en nikab protesteren tegen het boerkaverbod dat 1 augustus is in gegaan.
Vrouwen met een boerka en nikab protesteren tegen het boerkaverbod dat 1 augustus is in gegaan. David van Dam

Voor een boerka zetten we de tram niet stil’, zo kopte NRC op 30 juli – twee dagen voordat het officieel verboden zou worden om gezichtsbedekkende kleding te dragen in onder meer overheidsgebouwen en het openbaar vervoer. Afgelopen vrijdag namen Ifang Bremer en Andreas Kouwenhowen de proef op de som: zij vergezelden de Haagse nikabdraagster Liesbeth Hofman in een tram en naar een ziekenhuis. En inderdaad, de tram werd niet stilgezet.

In de tussenliggende elf dagen nam de discussie over het boerkaverbod een hoge vlucht. Hoe ging de krant om met de soms heftige argumenten voor en tegen de nieuwe wet?

Uiteraard door eerst maar eens van de feiten verslag te doen. In het artikel waarmee dit artikel begon maakte Pim van den Dool van de politieke redactie een rondgang langs ov-bedrijven en ziekenhuizen, die zich sterk afvroegen hoe ze de wet moesten gaan handhaven. Nieuws maakte hij met het bericht dat een uitweg die de politie bedacht had – de nikab hoeft pas af wanneer de draagster in een aparte ruimte is – door het ministerie van Binnenlandse Zaken als ‘strijdig met de wet’ gekenschetst werd.

Ook uit dit stuk van Haagse collega Rik Rutten blijkt dat de voorstanders van de wet op strikte handhaving mikken. Binnenlandredacteur Sheila Kamerman interviewde nikabdraagster Najat, die aankondigde de gezichtsbedekkende kleding te zullen blijven dragen. Pim van den Dool schetste hoe de maatschappelijke discussie over het verbod al vijftien jaar moeizaam verloopt. En dan waren er nog boerkagerelateerde incidenten in Nijmegen en Amsterdam.

Op de opiniepagina’s, intussen, werd het verbod onder meer een ‘moderne heksenjacht’ genoemd. Een prangend probleem wordt er bovendien niet mee opgelost, aldus filosoof en essayist Ger Groot. De krant zelf noemde, in haar hoofdredactioneel commentaar, de wet ‘overbodig’.

De redactie Opinie kreeg veel meer kopij van tegenstanders van de wet binnen dan van voorstanders. Maar gelukkig was daar geschiedenisleraar Mathieu Peulen, die vindt dat het juist progressief is om tegen de boerka te strijden. En waar columniste Clarice Gargard de wet als gesol met het vrouwenlichaam omschrijft, noemt haar collega Paul Scheffer een wereld zonder boerka een betere wereld.

Veel verder konden deze twee columnisten niet van elkaar af staan. Zo hoort het: eerst brengen we de feiten, dan de – soms zeer uiteenlopende – opinies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.