Een zeldzaam grote muizenplaag

Bestrijding In het Friese veengebied heerst een zeldzaam grote muizenplaag. „Blikskater, dacht ik, dit gaat de verkeerde kant uit.”

Broers en melkveehouders Jan Jurjen (34; links) en Jelte Jetse Leijenaar (30) zijn dagelijks bezig met de bestrijding van muizen
Broers en melkveehouders Jan Jurjen (34; links) en Jelte Jetse Leijenaar (30) zijn dagelijks bezig met de bestrijding van muizen Foto Sake Elzinga

Ze verdrinken meteen of komen spartelend boven de grond, snakkend naar adem. Eenmaal in de buitenlucht is het gevaar niet geweken. Loerende meeuwen vliegen op ze af en slikken ze in één keer door, of rijten ze aan stukken. De afgelopen weken is dit de dagelijkse gang van zaken voor veldmuizen in de Friese veengebieden, waar boeren het land onder water zetten vanwege een muizenplaag. Wat volgt is een waterballet van muizen en meeuwen, met als slotscène de dood.

In het Friese veengebied vindt een zeldzaam grote muizenplaag plaats. De winter was mild en het voorjaar droog, ideale omstandigheden voor veldmuizen. Naar schatting zitten er vijfduizend tot twintigduizend veldmuizen per hectare onder het grasland, kauwend op wortels en gras.

Dagelijks zijn broers en melkveehouders Jan Jurjen (34) en Jelte Jetse Leijenaar (30) bezig met de bestrijding van muizen. Begin mei begon de overlast. „Blikskater, dacht ik, dit gaat de verkeerde kant uit”, zegt Jelte Jetse. Hij zag grote bruine vlekken, dood gras en dorre plekken. „Als je een week niet naar je akkers omkijkt, schrik je je te pletter.”

Nu, ruim twee maanden later, is zeker 14 hectare van hun grasland zwaar aangetast door de muizen. Tussen de duizenden muizengaten en open plekken zijn nog plukjes gras, maar van de verkeerde soort. „Maagvulling”, noemt Jan Jurjen het. „Daar krijg je geen melk van.”

Nog eens 20 hectare van de 84 die ze in totaal bezitten, ondervindt ook last van de muizen. Als ze niks doen, dan worden ook deze vlaktes geel en hebben de koeien in de winter te weinig voer. Dus hebben ze voor 10.000 euro een waterpomp en slangen gekocht, om de velden onder water te zetten. „Ongeveer 30 procent van de muizen verzuipt. De rest wordt opgegeten door de meeuwen”, zegt Jan Jurjen.

Schadepost van 50.000 euro

De broers kunnen het werk aan. Al rekenen ze op een schadepost van zo’n 50.000 euro, omdat er minder gras is moeten ze extra voer inkopen. Een schadevergoeding is er niet. Veel buren van de gebroeders Leijenaar hebben de mankracht of het geld niet voor het bewateren van de akkers. „Het is werk dat naast normaal werk komt”, zegt Jan Jurjen. „Een boer die alleen werkt, heeft er de tijd niet voor.” En een loonbedrijf inhuren „kost al gauw een paar duizend euro per week”. Daarbij moet elke akker om de paar weken weer bewaterd worden, om zeker te zijn dat de muizen niet terugkeren.

Daarin schuilt het probleem, zegt Jos Schouwenaars, veenweide-expert van Wetterskip Fryslân: „Boeren moeten meer gaan samenwerken.” Waar sommige boeren al vroeg begonnen met bewateren, doen sommige naastgelegen boeren dat nog niet. Daardoor kunnen de muizen zich makkelijk verplaatsen over het veenweidegebied dat 80.000 hectare beslaat in Friesland. „Maar het is ook niet overal mogelijk om genoeg water uit de sloten op te pompen”, zegt Schouwenaars. „Daarvoor moeten we als waterschap soms maatregelen nemen.”

Een muizenplaag komt niet ieder jaar voor. Sinds de jaren zestig tot de eeuwwisseling was er geen sprake van muizenplagen. Vader Douwe Leijenaar denkt wel te weten waarom: „Als kinderen gooiden we tabletjes gif in de muizengaten.” Dat mag niet meer en zouden de broers ook niet doen, zegt Jan Jurjen. „Dan tasten we de voedselketen aan en sterven vogels uit.” Als de natuurlijke vijand ontbreekt, keert het probleem weer terug.

Muizencyclus

In 2004 en 2014 kampte de regio ook met muizenplagen. Hoe deze ontstaan is onduidelijk, zegt Eddy Wymenga van ecologisch onderzoeksbureau Altenburg & Wymenga, dat onderzoek doet naar de muizen. „De muizenstand wordt niet systematisch gemonitord”, zegt hij. „Wat we weten is dat de muizencyclus om de vier jaar een piek kent. Dan zijn er relatief minder roofvogels en stijgt de voortplantingsdrang van de muizen.” Dat in combinatie met het Friese veen, dat droog is, licht genoeg om doorheen te graven en voedselrijk, maakt het een ideale plek voor muizen.

Twee muizen kunnen in een jaar voor duizenden muizen zorgen. In 2014 was bijna een derde van het Friese veengebied bedwelmd door muizen. „We zitten nu halverwege de uitbraak”, zegt Wymenga. „Als het zo doorgaat, dan gaan we richting de grootte van 2014.” Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren, hangt af van het weer. Een week flinke regen, kan veel veranderen. „Maar”, zegt Wymenga, „de uitbraak kan ook doorlopen tot na de winter.”

Het is nog maar de vraag hoe muizenplagen in de toekomst te voorkomen zijn. Schouwenaars van het waterschap denkt aan verschillende mogelijkheden: „Ecologen benoemen de lage roofvogelstand als oorzaak, boeren zeggen dat het komt doordat er geen vergif gebruikt mag worden. Wij waterschappers noemen het lage grondwaterpeil als aanleiding. Maar, eerlijk is eerlijk, niemand weet precies hoe we deze plagen kunnen voorkomen.”

Voor de broers Leijenaar is het afwachten. Ze weten niet hoe en wanneer het afloopt. „De parameters wijzen de verkeerde kant uit”, Jan Jurjen. „Zoals het er nu naar uit ziet, zitten we nog zeker drie maanden met dit gedonder.” Voor de broers is het hopen op regen, veel regen.