Opinie

Zwart en wit hebben dezelfde wensen

Rosanne Hertzberger

De zomer duurt voort en nu iedereen op vakantie is staat er alleen maar oud nieuws in de krant: schietpartijen in Amerika. De Noordpool staat in brand. Hema-medewerkers krijgen minder betaald en het wordt steeds duurder om een dagje naar de dierentuin te gaan. Uber verkast van de Bahama’s naar Nederland vanwege het gunstige belastingklimaat.

En de columns? Die staan vol met identiteitspolitiek.

In Trouw schrijft de zwarte auteur Babah Tarawally over de manier waarop hij door zijn vrienden misbruikt wordt om te bewijzen dat ze heus niet racistisch zijn. In de Volkskrant schrijft Asha ten Broeke dat vrouwelijke auteurs niet dezelfde tijd en rust krijgen als mannelijke, omdat de zorg voor kinderen disproportioneel op hun schouders terechtkomt. Volgens Clarice Gargard is het boerkaverbod een ouderwets gevalletje „westers cultuurimperialisme” en volgens Roxane van Iperen gewoon weer een uitwas van het patriarchaat.

Het is vreemd om te merken dat de realiteit van de opiniepagina’s en die van de echte wereld zo ver uit elkaar liggen. Mijn collegacommentatoren zitten naar een andere wedstrijd te kijken. Een wedstrijd waarin het ene team man is en het andere team vrouw. Het ene team zwart, het andere wit.

Terwijl in werkelijkheid iedereen gewoon in hetzelfde team zit en tegen dezelfde problemen oploopt. Zwart of wit, man of vrouw, ze willen allemaal graag studeren zonder al teveel schulden. Ze willen graag dat hun kind een leuke niet-overwerkte docent voor de klas heeft. Ze zouden het prettig vinden als het klimaat ietwat leefbaar blijft, ook de komende decennia. Dat de belastingdruk op hun huishouden niet groter is dan die op Shell. Weet je wat ook leuk zou zijn? Een huis. Een betaalbaar huis. Met een keukentje en een balkonnetje, en misschien wel een tweede slaapkamer voor wat nageslacht.

Ze lopen allemaal tegen dezelfde nogal kleur- en geslachtsloze problemen op. Dat is alleen niet echt hip. De huur en energierekening die stijgen terwijl je loon muurvast zit, dat zijn problemen voor de kleurloze kudde. Hoe kun jij je daar met jouw unieke identiteit in onderscheiden?

Niet. Het is onmogelijk. Je moet op de barricades met diezelfde verderfelijke mannen die jou onderdrukken, arm in arm met een heleboel witte mensen die baden in onschuld en jou alleen maar misbruiken om hun eigen racisme te vergoelijken. Bah. Het enige collectivistische dat ik kan bemerken bij de identiteitspolitici is dat bijna iedereen wel een identiteit heeft waarop je enigszins te discrimineren valt. Intersectionaliteit heet dat.

Ik las ook een column van iemand die helemaal niet kan schrijven over identiteitspolitiek, simpelweg omdat hij bij mijn weten over geen enkele identiteit beschikt die ook maar enigszins gediscrimineerd kan worden. Diederik Samsom. Van hem verwacht ik altijd veel. Een slimme intellectuele vechtersbaas. De laatste echt succesvolle leider van de arbeiderspartij. Iemand die zich een tiental keren liet arresteren als jonge activist voor Greenpeace.

Wat schrijft hij in de Volkskrant?

Dat we niet zo moeten kniezen om de volgende generatie die het zo zwaar zou hebben. Leven we dan niet in blakende gezondheid? Hoelang is het al vrede? Hoe rijk zijn we wel niet? En is het dan echt een ramp als de volgende generatie iets aan inkomen inlevert?

De Greenpeace-activist is een positivo geworden, met een standaard ‘wat hebben we het toch goed’- verhaal. Hij heeft helemaal gelijk. En toch beangstigt het me. Ik heb me altijd zorgen gemaakt over gebrek aan activisme van mijn generatie en de cohorten boven mij. Wij hebben alles van ons laten afpakken. Toen de studiefinanciering werd stopgezet, hebben we het land niet platgelegd. Toen alle huizen en studentenkamers op waren kwam het niet in ons op om te gaan kraken, maar bleven we braaf thuis wonen. Wij zijn geen groene revolutie begonnen toen het mis liep met het klimaat. We hebben verzaakt. En nu? Heel langzaam gaat de activistische vlam weer een beetje wakkeren. Ironie en humor moeten plaats maken voor nieuwe ernst. Maar het nieuwe vuur is individualistisch. Het verenigt niet, het scheurt uit elkaar, terwijl juist nu collectieve kracht vereist is. Ik vind het onheilspellend.

Rosanne Hertzberger is microbioloog.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.