Recensie

Recensie Muziek

Wildschut voert warme muzikale gesprekken met het Jeugdorkest

Klassiek Muzikale tieners Noa Wildschut en Jeugdorkest Nederland speelden op donderdagavond het Derde Vioolconcert van Saint-Saëns met innerlijk vuur. De muzikale reis stond centraal.

Violiste Noa Wildschut (18) was blij om met leeftijdsgenoten op tournee te gaan, vertrouwde ze het publiek op donderdagavond toe.
Violiste Noa Wildschut (18) was blij om met leeftijdsgenoten op tournee te gaan, vertrouwde ze het publiek op donderdagavond toe. Foto Marco Borggreve

Al vroeg verzeild raken in de wereld van de volwassenen, dat is de ‘tragiek’ van grote muzikale talenten. Ze zijn bevoorrecht, zeker, maar op hun trektocht van het ene naar het andere concert komen ze nauwelijks leeftijdsgenoten tegen: eenzaamheid ligt op de loer. De 18-jarige violiste Noa Wildschut weet wat het is. Ze was dan ook blij, vertrouwde ze haar publiek toe, dat ze de afgelopen weken op tournee kon met het Jeugdorkest Nederland, waarin haar eigen zus aanvoerder van de altviolen is. Veel orkestleden keren volgende week weer gewoon terug naar de middelbare school of universiteit. Voor hen is de muziek een mooie flirt, voor Wildschut een veeleisende echtgenoot.

Maar in hun laatste optreden in Het Concertgebouw was niets te merken van die tegenstelling. Bij het Derde Vioolconcert van Saint-Saëns steeg de diepe, warme klank van Wildschut op vanuit het hart van het orkest, alsof ze samenviel met dat grote lichaam. Ze voerde fluistergesprekken met de klarinet, deed tedere vrijages met de hobo, en liet zich voortdrijven op de verzadigde toon van de strijkers.

Brandend geheim

Wat een verschil met Brennendes Geheimnis, een nieuwe stuk van de Canadees-Nederlandse componist Trevor Grahl (35), waarmee het concert opende. Als er ergens een geheim smeulde, dan was het niet in het opzichtige orkestrale vuurwerk en de slapstick-ritmes van deze „bildungsroman in geluid”. De verinnerlijking brandde vooral in Saint-Saëns, waar solist, orkest en dirigent versmolten. Hier gunden zij de luisteraar daadwerkelijk een blik in de binnenwereld.

Na de pauze stookte dirigent Jurjen Hempel de orkestrale krachten op in de Vierde symfonie van Tsjaikovski. In de hoekdelen toonde hij zijn jonge musici de vergezichten langs rand van de afgrond. Niet de zoektocht naar volmaaktheid vormde hier het zwaartepunt, maar het ervaren van het muzikale avontuur en het spelplezier. De eigenschappen waar het altijd om zou moeten draaien op het concertpodium.