Kaarsen zijn neergezet op de plek waar wielrenner Bjorg Lambrecht omkwam.

Foto ANDRZEJ GRYGIEL/EPA

Straks wordt het koersen op een gesloten circuit

Gevaren in het wielrennen De dood van Bjorg Lambrecht leidt tot discussie over de gevaren in de wielersport. ‘Alle risico’s uitbannen gaat niet.’

Gewoon met z’n allen door het rode stoplicht, zoals dat gaat op trainingsrondjes. „Een renner die voor rood stopt deugt niet”, zegt iemand bij het EK in Alkmaar lachend tegen Thorwald Veneberg. Een ongeschreven wielerwet? „Nou, dan deug ik dus niet”, zegt de directeur van de Nederlandse wielerbond KNWU. Tijd voor een ander geluid, vindt hij. Zeker als de veiligheid in het geding is.

Hij kent de wielerwereld, ook als bondscoach en renner. „De tradities van de wielersport zijn hartstikke mooi, en we hebben het al jaren zo gedaan zoals we het nu nog doen. Maar er zijn grenzen. Er komt een moment dat je sommige vaste formats moet loslaten, zeker bij het wielrennen op de openbare weg. Omdat het niet meer houdbaar is, omdat de maatschappij nu eenmaal verandert.”

Lees ook het bijbehorende artikel over de maatregelen in andere sporten: De dood om dood te voorkomen.

Het is kort na de dood van de Belg Bjorg Lambrecht (22), die in Polen op een betonnen buis langs de weg viel. Dit soort ongelukken is helaas onlosmakelijk met de sport verbonden, zegt Veneberg. „Iedereen weet dat die risico’s aan de wielersport kleven, zoals aan meer sporten. De organisatoren van de wielersport – bonden, jury, ploegleiding – moeten er zoveel mogelijk aan doen die risico’s te beperken. Waarbij je weet dat het nooit 100 procent uitgesloten zal zijn.”

Valpartijen

Sinds 2014 stierven zeker achttien actieve renners, de meesten na een fatale valpartij. „Het lijkt de laatste jaren frequenter te gebeuren”, zegt Veneberg. „Misschien omdat er vaker op de limiet wordt gekoerst, al was dat nu in Polen niet zo.” Maar waar in sporten als Formule 1 en American football na incidenten maatregelen werden genomen om de veiligheid te vergroten, gaat het wielrennen na elke respectvolle herdenking weer over tot de orde van de dag. „Niet helemaal waar”, zegt Veneberg, verwijzend naar de dood van de Kazach Andrej Kivilev in 2003, die leidde tot de helmplicht. „Maar in onze sport gaan dit soort dingen vaak trager dan wenselijk is.”

Zelf aarzelt hij geen moment over rigoureuze maatregelen. „Alle risico’s uitbannen gaat niet. Een Amerikaanse of Zwitserse maatschappij waarin alles voor de verzekering of voor de wet is vastgelegd, benauwt mij. Dan kun je geen wedstrijd meer organiseren. Maar waarom discussiëren we niet over het gebruik van airbags door wielrenners? Het is juist goed om hier eens bij stil te staan en te kijken of we het anders, veiliger, kunnen maken. Sport is dan uiteindelijk een bijzaak.”

In het klassieke format van een wedstrijd ‘in lijn’ over de openbare weg van start naar finish staat de veiligheid steeds meer onder druk. Veneberg: „De politie geeft aan dat er minder capaciteit is om wedstrijden te begeleiden, terwijl de omgeving rond de koers juist om meer capaciteit vraagt. Want er is steeds meer automobilisme rond de karavaan, minder tolerantie en meer agressie. Er zijn meer verkeersbelemmerende maatregelen dan vroeger, drempels en rotondes. Daar wringt de schoen al.”

Alleen nog de omloop

Dus is de toekomst aan rondjes rijden op gesloten circuits? „Zeker, daar gaat het naar toe, dat is de boodschap die we als bond aan organisatoren meegeven. We garanderen alleen nog een aantal klassiekers, zeker die bij de profs. Maar alle overige categorieën moeten er rekening mee houden dat ze terug moeten naar omlopen. Gewoon omdat die makkelijker te beveiligen zijn. Je hebt dan nog één of twee agenten nodig, voor de rest verkeersregelaars langs de kant. Het kan zijn dat renners het minder leuk vinden. Maar we kunnen ons niet buiten de maatschappij plaatsen. Het is dit, of niet.”

Wielerunie UCI kondigde in 2016 maatregelen aan om de volgerskaravaan kleiner te maken, nadat de Belg Antoine Demoitié tijdens Gent-Wevelgem was omgekomen na een aanrijding met een motor. „We moeten nog meer stappen zetten om het aantal motoren terug te dringen”, stelt Veneberg. „Is het echt nodig dat elke omroep zijn eigen reporter in koers heeft, of kan iemand als Bradley Wiggins (oud-Tourwinnaar en nu Eurosportverslaggever ) dat in alle talen doen voor iedereen?” En dertig volgauto’s? „Waarom de karavaan niet inkorten tot een beperkt aantal neutrale wagens, het liefst elektrisch? Dat is veiliger en duurzamer.”

Extreem weer vormt nog een factor die tot structurele verandering dwingt. Zie de afgelopen Tour, waarin voor het eerst een rit werd gestaakt. „De enig juiste beslissing en ook een goed signaal. Het weer wordt steeds vaker extreem, daar zullen we ook in het wielrennen last van krijgen. Storm, hevige neerslag, hitte. We moeten scherp de discussie voeren waaraan we de renners willen blootstellen, we moeten de jury instrumenten geven om de koers tijdig stil te leggen.” Vaste protocollen? „In de luchtvaart zijn ze niet anders gewend. De koers is in feite ook een soort voertuig met tweehonderd man aan boord. Ook hier moet gelden: veiligheid voor alles.”

En dat NOS-commentator Maarten Ducrot ‘in the heat of the moment’ van de betreffende Tourrit stelde dat ze ‘vroeger gewoon zouden zijn doorgereden’? Het is als met het rode stoplicht in de training. „Heroïek en traditie hebben de wielersport grootgemaakt, maar sommige dingen zijn niet meer van deze tijd. Maatschappelijk zijn die dingen niet meer acceptabel. En we moeten het onze renners en rensters ook niet willen aandoen.”