Opinie

Requiem

Hugo Camps

Dinsdag wordt Bjorg Lambrecht (22) begraven. Het Belgische klimtalent verloor maandag het leven bij een val in de Ronde van Polen. Hij dook een greppel in en raakte een betonnen duiker. Reanimatie hielp niet meer. De dood van een wielrenner in de fleur van zijn leven stemt bitter. Op je 22ste mag je niet sterven als afgetrainde berggeit met dat uitgemergelde lijfje en enkeltjes als lucifers. Wattages worden dan cabaret.

Wielrennen is zowat de gevaarlijkste sport geworden. Door de hoge snelheid op te dunne bandjes, door het ruige wegdek, door bochtenwerk in een landschap van ravijnen. Fietsers zijn kwetsbaarder dan racers op zware motoren. Zij weten meestal hoe ze moeten vallen terwijl renners zich laten verblinden door wattages.

Bjorg Lambrecht was een groot talent. Een klimmertje dat zijn adelbrieven had getoond in de Ardense klassiekers en in de Amstel Gold Race, recentelijk nog drager van de witte trui in de Dauphiné. Hij had de laatste jaren vaak strijd geleverd met Tourwinnaar Egan Bernal voor een bergtrui. Bernal herdacht hem deze week tijdens zijn triomftocht door zijn vaderland. De Colombiaan was niet de enige, ook Julian Alaphilippe en Alejandro Valverde plengden tranen.

In Alkmaar lag een bergketen van verdriet op het tijdritparcours, wonderboy Remco Evenepoel reed huilend over de streep na zijn majestueuze solo. De Europees kampioen tijdrijden droeg zijn sterrentrui op aan Lambrecht. Ach, wat helpt het? De dood van een jonge renner maakt stil en verdrietig. Toch wordt er overal doorgefietst. De Ronde van Polen werd niet afgeblazen, het EK ook niet en zelfs in de avondcriteriums overweldigde masseerolie onverminderd het talrijk opgekomen publiek. De renners reden op het biljart-vlakke parcours van Alkmaar soms 65 kilometer per uur. Fietsen tegen de dood in, soms wind mee, soms wind tegen. Vorig weekend nog bezorgde Evenepoel zijn fans een delirium met een solo in de Clásica San Sebastián. Om de fiets even roerloos in het schuurtje achter te laten, ten minste tot Bjorg Lambrecht begraven is, kwam niet in hem op.

Organisatoren maken misbruik van de verslaving van wielrenners. Iedere dag willen ze dat vermaledijde vehikel onder zich voelen.

Veiligheidsvoorschriften worden in elkaar geflanst. In elke koers smakken renners tegen het asfalt, vaak door improvisatie van parcoursbouwers. Noodweer bestaat niet in wielrennen. De Ronde van Polen zag zwart van regen en storm, maar de etappes volgden elkaar zonder onderbreking op. Het is niet langer verantwoord om wielerwedstrijden te laten doorgaan op openbare wegen met tussentijds wriemelend pendelverkeer. Maak er dan maar een circuitsport van.

Er staan nog mooie najaarskoersen te wachten, te beginnen met de WK op de weg in september. Hondenweer geen bezwaar. Laat maar waaien zodat de wind het peloton op één lijn trekt tot het breekt.

Dinsdag wordt Bjorg Lambrecht begraven in Knesselare. In het Vlaamse dorp waait het altijd. Het versterkt de verlatenheid in deze moerasdelta. Niet de ijle verlatenheid die Bjorg koesterde op de flanken van de Tourmalet. Waar hij zijn frêle lichaam kon laten fladderen. Er valt niets meer te klimmen en te fladderen. De dood van een kind versteent ook de elementen.

Ik hoor nu het knarsen van de wielen van de lijkwagen. Daarin een 22-jarige renner, helemaal alleen. Elk applaus op het EK in Alkmaar sneed door de ziel van de overlevenden.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.