Recensie

Recensie

Een lp kocht je op de gok, maar je probeerde ‘m tóch goed te vinden

Langspeelplaat Van 1967 tot 1982 duurde het tijdperk van de lp oftewel ‘het album’ volgens David Hepworth. Hij schreef een ode aan de ‘kunstwerken’ van een minuut of veertig.

Platenzaak in Carnaby Street in Londen in 1967, met de opengeklapte hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band
Platenzaak in Carnaby Street in Londen in 1967, met de opengeklapte hoes van het Beatles-album Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band Foto Ted Spiegel/CORBIS/Corbis/Getty Images

De appendix van A Fabulous Creation, het nieuwe boek van de Britse popmuziekschrijver David Hepworth, is misschien wel het leukste deel, in ieder geval het meest inspirerende. Hepworth schreef daarin ruim 150 alinea’s over evenzoveel lp’s, die hij als kenmerkend beschouwt voor de gloriedagen van ‘het album’. Dat wil zeggen: van 1967 tot en met 1982, van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band tot en met Thriller. Zijn beschrijvingen zijn raak, geestig en getuigen opvallend vaak van een originele invalshoek. Bijvoorbeeld: de tragiek van Bryan Ferry’s stem komt vooral tot zijn recht wanneer hij andermans liedjes zingt; Quincy Jones heeft veel inspiratie voor zijn productie van Off The Wall ontleend aan Boz Scaggs; Talking Heads speelden Al Greens ‘Take Me To The River’ om te zorgen dat hun eigen liedjes niet ondraaglijk zouden worden.

De vondsten, even onontkoombaar als vergezocht, vormen het slot van een boek waarin de geschiedenis van ‘het album’ wordt geschreven. Dat lijkt voorbarig, want er zijn meer dan genoeg goede platen verschenen sinds 1982 (en trouwens ook vóór 1967), maar Hepworth (1950) doet weinig moeite om te argumenteren. Het is zijn stijlmiddel om met veel aplomb dingen te beweren waarover je oeverloos zou kunnen discussiëren. Zo was in zijn vorige boek, 1971. Never A Dull Moment, het belangrijkste argument om 1971 uit te roepen tot het beste jaar van de popmuziek: omdat ik het zeg.

Glorietijd

Toch werkt Hepworths geschiedschrijving vanuit die scherpe visie opnieuw. In A Fabulous Creation besteedt hij kort aandacht aan de voorgeschiedenis: hoe ‘het album’ ontstond als een letterlijk album van 78-toerenplaten en hoe de creatieve voorhoede van de popmuziek ‘kunstwerken’ van ongeveer een minuut of veertig ging maken, in plaats van enkele hits van een minuut, aangevuld met negen minder sterke liedjes, de fillers.

Het is een prettig toeval dat de glorietijd van de lp samenvalt met de jaren waarin Hepworth zelf muziek ontdekte en zelf platen ging kopen. Hij schrijft over de voorzichtigheid waarmee je in een platenzaak je keuze maakte of een lp kocht op de gok (maar die dan wel de eerste was) en hoe je vervolgens, als die gok tegenviel, je best deed om hem tóch goed te vinden, want de aanschaf van een plaat was een hele investering. Het heeft een beetje een ‘opa vertelt’-karakter, maar inderdaad: die ervaring van ‘het album’ bestaat al een jaar of vijftien niet meer. Het boek is daarom óók opgedragen aan mensen die ‘hun lp’s weggedaan hebben.’

Bovendien maken deze jeugdherinneringen invoelbaar hoe belangrijk een plaat kon zijn. Dit laat Hepworth prachtig zien, waarbij de keuze lang niet zo voorspelbaar is als het eerste en laatste album suggereren. Roxy Music staat er vooral tussen vanwege de baanbrekende platenhoezen. Dat het comedy-album van Peter Cook en Dudley Moore een grote rol speelde, heb ik nog nooit gelezen, en dat ZZ Tops commerciële wederopstanding te danken is aan Michael Jackson, is even absurd als volkomen geloofwaardig.

Seksplaat

Het boek staat ook vol prachtige anekdotes. Zo werkte Hepworth in een platenwinkel toen hem in 1975 werd gevraagd of hij ‘die seksplaat’ had. Doorvragen leerde hem dat de klant in een Nederlandse discotheek Donna Summers ‘Love to Love You’ had gehoord. Op dat moment realiseerde hij zich dat mensen ‘op een andere manier platen gingen kopen’ (zoals gezegd: Hepworth is niet vies van apodictische uitspraken). Tot die tijd bood een zorgvuldig samengesteld album afwisseling, maar bij Summer ging dat juist lekker lang door. De platenbaas van Summer had haar en haar producers gevraagd om iets wat lang genoeg was voor een orgie: een hele plaatkant dus.

Ook een andere goede observatie begint met een eigen ervaring. In 1972 kocht Hepworth onder meer Full House, een traditioneel stevig rockend live-album van The J. Geils Band, en Close to the Edge, het ambitieuze symfonische rockalbum van Yes waarvan de titelsong een hele plaatkant inneemt (en niet omdat de muziek geschikt was voor een orgie). Regressieve rock en progressieve rock dus, gewoon omdat het interessante muziek zou kunnen zijn. Zes jaar later was de markt ‘versplinterd’ geraakt, stelt hij vast als hij zich realiseert dat in 1978 waarschijnlijk nauwelijks mensen waren die toen Sanctuary van de J. Geils Band én Tormato van Yes kochten.

Aan het eind van zijn boek weet Hepworth verschillende lijnen mooi te verbinden en beschrijft hij hoe de walkman de beleving van muziek wist te verbreden, maar ook minder uniek maakte. Met als gevolg dat je op hits kon mikken door naar de grote gemene deler te zoeken. Hiervan is Thriller het beroemdste resultaat – het verhaal over de totstandkoming van dat album is heel sterk. Maar ook de synthesizer-gestuurde platen van ZZ Top en Born in the USA van Bruce Springsteen stonden in het teken van de grote gemene deler – het is een klein wonder hoe die zijn reputatie van integere artiest na dit album wist te behouden.

Nostalgie

Vervolgens reduceerde de cd muziek tot iets klinisch: iedereen die met een lp over straat heeft gelopen, weet dat je daarmee iets uitstraalde wat een cd niet heeft. Bovendien is een cd veel eenvoudiger te ‘ontmantelen’ dan een lp: met een computer is het doodsimpel om enkele favoriete tracks van een cd te kiezen, zodat albums voor de meeste luisteraars weer werden wat ze voor Sgt. Pepper waren: een verzameling opvulsels met enkele hits. Tenslotte kwam streaming, waarbij het normaal is wat in de jaren zeventig ondenkbaar was: met een half oor een of twee keer naar een album luisteren.

Hepworth komt dicht in de buurt van nostalgie met zijn conclusie dat we tegenwoordig nooit meer luisteren zoals vroeger: met volle aandacht, veertig minuten lang. Maar je moet hem gelijk geven; de kans dat er ooit een boek zal verschijnen onder de titel A Fabulous Creation. How Spotify Saved Our Lives is nihil.

Correctie (9 augustus 2019): Quincy Jones heeft zich door Boz Scaggs laten inspireren voor de productie van Off The Wall, niet voor Thriller, zoals eerder stond vermeld [red.].