Oeigoeren in Europese landen worden onder druk gezet door de Chinese overheid

Oeigoeren buiten China Oeigoeren worden niet alleen in China nauwlettend in de gaten gehouden. Degenen die naar West-Europa zijn gekomen, worden op afstand bedreigd en geïntimideerd, vaak via achtergebleven familie. „Bellen is te gevaarlijk.”

De Oeigoerse arts Sania Khasim met de vlag van Oost-Turkestan, ooit de onafhankelijke staat van de Oeigoeren.
De Oeigoerse arts Sania Khasim met de vlag van Oost-Turkestan, ooit de onafhankelijke staat van de Oeigoeren. Foto Frank Ruiter

In december vorig jaar kreeg Adil Cinar een berichtje van zijn moeder. Hij had maandenlang niets van haar gehoord, maar ze stelde voor op WeChat, het Chinese equivalent van WhatsApp, een gesprek te beginnen. Hij accepteerde, nieuwsgierig. Zijn moeder stuurde alleen de letter R en een emoji: een mes waar het bloed van afdruipt. Hij wilde reageren, maar zijn moeder had dat snel weer onmogelijk gemaakt.

„Meer durfde ze niet te zeggen, maar de boodschap was duidelijk”, zegt Cinar in een klein cultureel centrum boven een bedrijvenpand in Den Haag. R, dat was de initiaal van zijn zwager Ryfat. Het bebloede mes: een teken dat diens leven gevaar liep door wat Cinar doet. Hij vraagt al jaren om meer aandacht voor het keiharde optreden van de Chinese overheid tegen de Oeigoeren, voor wat hij noemt de „concentratiekampen” en de „genocide” op een groep moslims met een eigen taal en een eigen cultuur in het westen van China.

Tientallen Oeigoerse asielzoekers in Nederland en andere Europese landen worden onder druk gezet. Ze krijgen veelzeggende telefoontjes van familieleden die duidelijk maken dat wat ze zeggen en doen consequenties heeft voor hun achtergebleven verwanten. „Ik ben ’s nachts gebeld door mijn moeder”, vertelt een Oeigoer uit Amsterdam die al jaren in Nederland woont en anoniem wil blijven. „Ze zei dat ik overal ja op moest zeggen als ik zou worden benaderd door de Chinese politie met de vraag of ik met hen wilde samenwerken. Anders gaan we je broer verliezen”, was haar boodschap. ‘Samenwerken’, dat kon hij zo invullen, betekent verklikker spelen.

Een Oeigoerse software-ingenieur, die ook anoniem wil blijven, vertelt over een intimiderend gesprek met een klasgenoot van vroeger die bij de Chinese politie is gaan werken. „Hij belde me en zei dat hij bij mijn ouders thuis zat. ‘Je vader ziet me terwijl we praten’, zei hij. ‘Waarom kom je niet terug?’ Toen ik antwoordde dat ik dat niet wilde, zei hij dat ik dan op een andere manier met hen moest samenwerken. Ik heb natuurlijk geweigerd.”

De vijf Oeigoeren in Nederland met wie deze krant heeft gesproken, vertellen allemaal dat ze ervan overtuigd zijn door de Chinese overheid in de gaten te worden gehouden – ook degenen die niet politiek actief zijn. Ze praten over de angst voor spionnen en verklikkers onder de ongeveer 1.500 Oeigoeren in Nederland. Ze hebben twee telefoons: één proberen ze vrij te houden van spyware, op de andere staat de ‘lekke’ Chinese chat-applicatie WeChat, met één miljard gebruikers bijna onmisbaar voor contact met het thuisfront maar algemeen beschouwd als een manier voor China om mensen te bespioneren. Er bestaan nauwelijks privacy-waarborgen in China, en het Chinese moederbedrijf van WeChat is wettelijk verplicht gegevens over te dragen als de overheid daarom vraagt.

In december vorig jaar kreeg Adil Cinar een berichtje van zijn moeder. Foto Frank Ruiter

‘Ze controleren alles’

„Als we hier iets doen dat als ‘politiek’ kan worden gezien, komen meteen reacties uit China waaruit blijkt dat dat gevolgen heeft voor je familie”, vertelt Sania Khasim, een Oeigoerse arts die al tien jaar in Nederland woont.

Adil Kasim, een Oeigoerse activist in Frankrijk, vertelt aan de telefoon hoe snel dat kan gaan. Vorig jaar nam hij deel aan een demonstratie om aandacht te vragen voor het lot van de Oeigoeren. „Twee dagen later kwam de politie langs bij mijn moeder om mijn arbeidscontract te vragen, mijn exacte adres, een kopie van mijn paspoort en mijn bankrekening.” In februari van dit jaar deed hij mee aan de sociale-media-campagne #metooUyghur, waarbij mensen foto’s op Twitter en Facebook zetten van familie en vrienden die waren gearresteerd en die sindsdien onvindbaar waren, met de eis dat China zou laten zien dat ze nog in leven waren. „Drie dagen later kwam de politie weer bij mijn ouders. Ze zeiden dat ik moest stoppen, omdat er anders sancties zouden volgen. Ze controleren alles.”

Er is altijd al druk uitgeoefend op Oeigoeren in het buitenland, maar twee jaar geleden is de situatie ineens aanzienlijk verhard. Die verandering is vaak in verband gebracht met de benoeming van Chen Quanguo tot partijsecretaris van Xinjiang, in 2016. Chen was in 2011 naar Tibet gestuurd, een andere regio die meer autonomie wil van China, en stimuleerde in Xinjiang de vorming van ‘heropvoedingskampen’.

Onderdeel van Chens streven naar volledige controle is dat China nog gedetailleerder bijhoudt welke Oeigoeren via familieleden of anderszins contact hebben met het buitenland. Het past in de surveillancestaat die in Xinjiang is opgetuigd, met overal politieagenten en camera’s die bijvoorbeeld met gezichtsherkenning mensen overal kunnen volgen. Wie Xinjiang bezoekt als toerist, zo maakte een onderzoeksgroep vorige maand bekend, moet bij de grenscontrole zijn telefoon even inleveren – dan wordt een app geïnstalleerd die alle gegevens downloadt en het mogelijk maakt bij te houden wat de bezoeker doet.

De Chinese autoriteiten willen met de dreigementen tegen Oeigoeren in het buitenland voorkomen dat er aandacht is voor de keiharde repressie van deze etnische groep in Xinjiang, die qua taal en cultuur meer verwant is aan Turkije dan aan de Han-Chinezen. Zoals de ‘opvoedingskampen’, waarin volgens mensenrechtorganisatie Human Rights Watch meer dan een miljoen Oeigoeren zitten – het totale aantal Oeigoeren in Xinjiang wordt geschat op 13 miljoen, op een totale bevolking in de regio van 22 miljoen.

Correspondent Steven Derix sprak met Kazachen en Oeigoeren in de autonome regio Xinjiang. Lees-ook:‘China zegt: wij zijn met 1,5 miljard, jullie moeten ons gehoorzamen’

Tuut-tuut en dan niets

„Het komt steeds vaker voor dat mensen uit voorzorg geen contact meer hebben”, zegt Susanne Kamerling, als onderzoeker verbonden aan de Leidse universiteit en Instituut Clingendael. De Franse Oeigoer Kasim vertelt dat hij zelf niet meer durft te bellen uit angst zijn familie in de problemen te brengen.

„Bellen is te gevaarlijk”, vertelt de Oeigoer uit Amsterdam. „Mijn familie en mijn vrienden hebben me gevraagd om niet meer te bellen of te Skypen. Ik heb de stem van mijn ouders al twee jaar niet meer gehoord.”

Het lukt ook meestal niet, bellen. Arts Khasim doet nog wel eens een poging, maar dan krijgt ze een Japans antwoordapparaat. De Oeigoerse ICT-er vertelt: „Ik probeer nog wel eens te bellen, maar dan hoor je tuut-tuut, en dan niets. Ik heb al anderhalf jaar geen contact meer met mijn familie.”

Wetenschappers als Kamerling zeggen dat het elders in Europa net zo gaat. Vanessa Frangville, docent Chinese studies aan de Vrije Universiteit van Brussel, heeft veel contacten met Oeigoeren in België. „Soms hebben mensen jaren niets meer van hun familie gehoord, en krijgen ze ineens een telefoontje van hun moeder of hun zuster”, zegt Frangville. „Die zeggen dingen als: het gaat hier goed met ons, we hebben goed te eten, de Chinese regering zorgt goed voor ons, vertel geen leugens, er is hier veel veranderd.”

Vaak laten mensen ook impliciet weten dat ze worden bedreigd, zegt Frangville. „Dan zeggen de mensen die bellen zoiets als: ‘Ik ben oud, ik ben toch je vader, verspreid geen leugens, je kent de situatie hier niet.’ Of ‘Als je wilt dat ik blijf leven, houd op met illegale dingen doen.’ Het komt er altijd op neer dat ze vragen om te stoppen met activiteiten.” Het kan daarbij om van alles gaan: demonstraties, tweets, interviews.

Kamerling zegt dat er meer manieren zijn waarop China kritiek vanuit het buitenland wil voorkomen. Soms worden mensen van de inlichtingendienst naar het buitenland gestuurd. „We weten dat het gebeurt, al weten we niet precies wat ze doen”, zegt Kamerling. „Ze reizen meestal op toeristenvisa.”

Ook de Chinese ambassade is actief, zegt Kamerling. „Dan worden mensen die hier wonen en politiek actief zijn, gebeld en wordt tegen hen gezegd dat ze daar onmiddellijk mee moeten stoppen, en dat anders hun familie daar last van zal ondervinden.”

Dan zeggen mensen: ‘Als je wilt dat ik blijf leven, houd op met illegale dingen doen’

Showproces en zware straf

Veel Oeigoeren bevestigen dit. Een Oeigoerse vrouw vertelt dat ze bij een eerste telefoontje met NRC vanuit Amsterdam niet opnam omdat ze het nummer niet kende en dacht dat dit de Chinese ambassade was. Verschillende Oeigoeren hebben curieuze berichten gekregen dat op de ambassade een pakketje voor hen zou liggen dat ze konden komen ophalen. Cinar uit Den Haag zegt dat hij ook zo’n mysterieus telefoontje kreeg en terugbelde. Voor meer informatie moest hij op één drukken. „Ik heb dat niet gedaan”, zegt hij.

Uit angst dat er iets op zijn telefoon wordt geïnstalleerd? „Natuurlijk. En natuurlijk heeft de Chinese ambassade een persbericht uitgegeven waarin wordt ontkend dat deze telefoontjes daarvandaan kwamen.”

Contact met het thuisfront, spionnen, een actieve ambassade zijn niet de enige instrumenten die China inzet. Met de suggestie dat Oeigoeren in het buitenland terroristen zijn, probeert China ook mensen uitgeleverd te krijgen. „China is erg actief in het terughalen van mensen”, zegt Kamerling. Lang niet alle landen gaan daarin mee, omdat er geen uitleveringsverdrag is of omdat in China de doodstraf kan worden opgelegd. De mensen die op die manier terugkomen, worden sowieso opgepakt, zegt Kamerling. „Soms verdwijnen ze uit beeld, soms krijgen ze na een showproces van een dag een zware straf opgelegd.”

Op de Belgische ambassade nam de Chinese politie de vrouw en kinderen van vluchteling Abdulhamid Tursun mee. Lees ook: ‘Ik ben bang dat mijn gezin in Oeigoerse kampen verdwijnt’

Volgens Oeigoerse activisten zijn in ieder geval Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten, Maleisië en Thailand de afgelopen jaren vrij kritiekloos omgegaan met dergelijke Chinese uitleveringsverzoeken. Martijn van der Linden, woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland, zegt dat Oeigoeren in Nederland „vrijwel altijd” asiel krijgen. In 2018 hebben 185 mensen met een Chinees paspoort in Nederland asiel gekregen – Nederland registreert Oeigoeren niet apart.

Overigens verzamelt China sinds een paar jaar actiever via internationale organisaties als Interpol informatie over de activiteiten van Chinese burgers in het buitenland, zegt Kamerling. „Dat geldt ook voor de ‘economische vluchtelingen’ die China vervolgt in het kader van de anticorruptiecampagne ‘Fox Hunt’ onder president Xi.”

IJdele hoop

Sommige Oeigoeren vertellen dat hun eigen opstelling door de Chinese repressie is verhard. De Oeigoer uit Amsterdam: „Ik heb altijd gedacht dat je met rust gelaten zou worden als je niet politiek actief bent. Dat je een beetje mercy zou krijgen als je geen kritiek uitoefent op China, daar of hier. Dat is ijdele hoop gebleken. Mijn ouders zijn niet religieus en hebben dertig jaar voor een regeringsbedrijf gewerkt. Maar toch is hun zoon, mijn broer, opgepakt.

„Ik heb, net als de meeste Oeigoeren, het vertrouwen in China verloren. Ze willen de Oeigoeren verwijderen als bevolkingsgroep.” Verwijderen? „Ze willen dat onze identiteit verdwijnt.”

Hij vertelt over de Chinese mannen die naar Xinjiang worden gestuurd. Dat is vaak om gezinnen te controleren – er is zelfs een uitdrukking voor: ‘de tweede familie’. „Die controleur komt dan langs, soms iedere dag. Je moet voor hem koken en dan kijkt hij of je geen varkensvlees eet en geen alcohol drinkt. Als dat zo is, word je gerapporteerd en opgepakt.”

Die mannen komen niet alleen als controleurs: „In China is een groot tekort aan vrouwen, en veel minderjarige meisjes bij ons worden gedwongen om te trouwen met een Han-Chinees.” Het is volgens hem geen toeval dat veel van de mensen die worden opgepakt in de vruchtbare leeftijd zitten, mannen en vrouwen.

Hij vertelt over andere verhalen uit Xinjiang, via via, die de ronde doen onder Oeigoeren maar die niet direct te controleren zijn. Dat er in de „opvoedingskampen” vreemde medicijnen door het eten worden gedaan, dat mensen regelmatige injecties krijgen, dat vrouwen ineens niet meer menstrueren. Dat er een grote database bestaat met het DNA van alle Oeigoeren. „Ze weten hoe gezond mensen zijn, hoe hun hart is, hun nieren. Als iemand een hart nodig heeft, kunnen ze dat zo pakken van jonge gezonde Oeigoeren. Er zijn gevallen bekend van jonge Oeigoeren die zijn opgepakt en na een paar dagen in de cel zouden zijn overleden.”

De familie krijgt dan volgens hem te horen dat er een onbekende hartziekte was, maar krijgt het lichaam niet meer te zien, of alleen het hoofd, om de hechtingen van de transplantatie niet te laten zien.

Deze berichten sluiten aan bij een recent rapport van het China Tribunaal in Londen, waarin vier mensenrechtenorganisaties waarschuwen voor orgaantoerisme naar China. Volgens dit rapport zijn gevangenen, maar ook leden van minderheden als de Tibetanen of de Oeigoeren, gedood om hun organen te kunnen verkopen. Een indicatie dat het hierbij niet om incidenten gaat, is de speciale voorrangslaan op het vliegveld van Kashgar in Xinjiang voor ‘speciale passagiers en de export van menselijke organen’.

Chinese vlag

Ook arts Khasim zag haar ideeën over China langzaam veranderen. „Ik ben in 2009 naar Nederland gekomen en ik wilde gewoon doorgaan met mijn leven, zonder politieke activiteiten te ontplooien”, zegt ze. In de eerste jaren had ze nog regelmatig contact met haar familie. Maar in 2017 werden de antwoorden steeds korter, wilde niemand meer een familiegesprek voeren, en in juli van dat jaar werd de familie-app verwijderd. De laatste boodschap van haar zus: „Zorg goed voor jezelf. Misschien nemen we in de toekomst weer contact met je op.”

Ze ontdekte dat ze ook zelf in de gaten werd gehouden. „Ik speelde Clash of Clans, een onlinegame. Op een gegeven moment zag ik dat mijn troepen anders stonden dan ik ze de dag daarvoor had achtergelaten. En de volgende dag zag ik ineens een Chinese vlag. Die kwam niet van mij. Toen wist ik genoeg.”

Ze vertelt dat ze ook op Twitter en Facebook wordt gehackt. Toen ze een bepaald e-mailadres wilde verwijderen, kon dat niet, omdat er een schaduwaccount bleek te bestaan. Op WhatsApp krijgt ze bedreigende boodschappen. Ze is daarmee naar de politie gegaan. „Daar kreeg ik helemaal geen hulp. Ze zeiden dat ik het zelf maar moest uitzoeken, via mijn provider.”

Sania Khasim, een Oeigoerse arts die al tien jaar in Nederland woont. Foto Frank Ruiter

Khasim is er bijna aan onderdoor gegaan, ging een tijd naar de psycholoog. „Het is allemaal heel ingrijpend. We weten dat China mensen martelt in Oost-Turkistan [de naam van Oeigoeren in het buitenland voor de regio Xinjiang, ML], maar ze martelen ons ook, met de manier waarop ze ons controleren. Ik kan niet genieten van mijn leven hier. Ik voel me schuldig. Misschien heeft mijn familie geluk gehad en zitten ze niet in een concentratiekamp, maar ze leven wel in een politiestaat.”

Khasim laat foto’s zien. Een nichtje, verpleegster. „Ik denk dat ze in een concentratiekamp zit. Haar account bestaat niet meer.” Nog een foto, haar beste vriendin. „Haar laatste bericht dateert uit 2017. Toen zei ze: zorg goed voor jezelf. Daarna heb ik niets meer gehoord. Ik denk dat ze haar hebben vermoord.”

De tranen komen in haar ogen. „Ik geloof in het lot. Ik ben moslim, niet praktiserend, en ik denk dat God me om een reden naar Nederland heeft gestuurd. Nu heeft mijn familie me hier nodig. Ik moet hun een stem geven. Een vriendin belde me laatst en die zei: wat ben jij toch actief, is dat niet gevaarlijk. Maar we hebben anders geen kans meer.” Haar motto op WhatsApp: ‘The secret to happiness is freedom, and the secret to freedom is courage.’

Haar laatste bericht dateert uit 2017. Toen zei ze: zorg goed voor jezelf. Daarna heb ik niets meer gehoord

Schoenwinkel

Zowel Kasim in Frankrijk als Cinar uit Den Haag heeft er van begin af aan voor gekozen om openlijk actief te zijn. „Als ik hier iets doe wat als politieke actie kan worden uitgelegd, heeft dat gevolgen voor mijn vrienden, voor mijn familie”, zegt Kasim. „Maar hier kán ik in ieder geval iets doen. In China is het onmogelijk om erachter te komen of iemand in de gevangenis zit, of in een kamp. Hier kan ik toch nog proberen iets te betekenen.”

Cinar uit Den Haag studeerde in 2012 af aan Nijenrode, maar is daarna als mensenrechtenactivist naar Turkije gegaan. Hij heeft van 2014 tot 2017 gewerkt voor het Amerikaanse Uyghur Human Rights Project en het Duitse World Uyghur National Congress. Hij had voor twaalfduizend euro een Turks paspoort gekocht, ter bescherming, en reisde vanuit Turkije vaak naar Xinjiang met als dekmantel dat hij een schoenwinkel had.

„Ik verzamelde daar documenten, foto’s, interviews. Ik had een netwerk van een groepje jongeren. Die kwamen dan bij me en deden een SD-kaart in een van die schoenen van mij. Maar op 7 januari 2017 kreeg ik ineens een e-mail dat ik meteen weg moest, omdat een van mijn medewerkers was gearresteerd.”

Hij heeft zich daarna ingezet voor Oeigoeren die naar Thailand en Maleisië waren gevlucht, en voor een zwager die was gearresteerd. In Turkije werd hij vorig jaar gearresteerd na een Chinees uitleveringsverzoek. Pas na interventie van de directeur van het Uyghur Human Rights Project accepteerden de Turkse autoriteiten dat hij geen terrorist was, zoals de Chinezen beweerden, maar een mensenrechtenactivist. Toen moest hij Turkije uit, met de boodschap dat hij nooit meer terug moest komen.

In april zocht zijn vader onverwachts nog een keer contact, via WeChat. „Hij vertelde dat er een politieke functionaris naast hem stond, en de boodschap was dat als ik met de Chinese autoriteiten zou samenwerken, dat ze mij dan zouden mogen bezoeken, en dat ik ook terug zou mogen komen. Ik zei tegen mijn vader dat ik volgens de Nederlandse wet niet mag samenwerken met politie uit het buitenland. Mijn vader zei toen: ‘Dat is jouw keus.’”

„Ik heb wel eens gedacht dat ik een normale baan zou moeten zoeken, om dit alles een beetje van me af te kunnen zetten”, vertelt hij. „Ik ben zo moe.” Maar hij maakt nu plannen om in Nederland een non-gouvernementele organisatie op te zetten „om aandacht te vragen voor het lijden van de Oeigoeren. Ik heb niets te verliezen. Ik kan toch geen normale baan hebben als er een genocide aan de gang is tegen mijn volk?”