Mark van Bommel: de coach die zijn kracht moet leren beteugelen

Portret De nog prille coach-loopbaan van Mark van Bommel (42) verkeert in een lastige fase. Maar kenners voorspellen dat hij er sterker uit komt. ‘Mark is een snelle leerling.’

In zijn villa in het Limburgse Meerssen heeft PSV-coach Mark van Bommel een grote kamer ingericht voor de voetbalshirts die hij in de loop der jaren heeft verzameld. Shirts die hij droeg bij het Nederlands elftal, PSV, Bayern München, FC Barcelona en AC Milan, maar ook shirts van beroemde voetballers tegen wie hij heeft gespeeld. Hij lijstte ze in en hing ze aan de muur. „Hij heeft er honderden”, zegt Kees Jansma, sportpresentator en voormalig perschef van het Nederlands elftal. „Bij elk exemplaar kan hij een verhaal vertellen. Terwijl hij praat, en jij rondkijkt, besef je wat een imposante carrière hij heeft opgebouwd.”

Dat Mark van Bommel (42) een grote voetballer was, staat buiten kijf. Oud-spelers, trainers, vrienden, familie, scheidsrechters en journalisten: ze roemen allemaal zijn gogme en wil om te winnen. Maar hoe is Van Bommel als coach? Wat heeft hij na ruim een jaar in Eindhoven bereikt en wat staat hem mogelijk nog te wachten?

„Zijn trainersloopbaan is nu pas begonnen”, schreef voetbalanalist Sjoerd Mossou eerder deze week in het AD. Hij doelde op Van Bommels beslissing om de Mexicaanse spits Hirving Lozano aan de kant te houden bij de uitwedstrijd tegen FC Twente, vorig weekend. Van Bommel zou zich niet hebben willen „laten piepelen door een verwend Mexicaantje”. En daarmee gaf hij de aftrap voor een ingewikkeld spel „van manoeuvreren en schipperen, van bijsturen en kietelen, van aaien en uitdelen, van straffen en belonen”.

Van coachen dus. En de vraag is: heeft Van Bommel dat allemaal in huis? Heeft hij het psychologisch vernuft?

Mark van Bommel als coach van PSV tijdens de wedstrijd om de Johan Cruijff Schaal tegen Ajax, vorige maand. Foto VI IMAGES

Van Bommel de trainer heeft veel weg van Van Bommel de voetballer. Natuurlijk is hij ouder, wijzer en ervarener, maar hij heeft nog dezelfde ambitie, gedrevenheid en sluwheid. Kwaliteiten waarmee hij het ver heeft geschopt, maar waarmee hij het zichzelf (en anderen) soms ook moeilijk maakt. Zoals die keer dat hij als PSV-speler het opportunistische spel van tegenstander Anderlecht in de Champions League, in 2000, kwalificeerde als ‘boerenkoolvoetbal’. Zijn uitspraak werd breed opgepikt in België en PSV verloor in de return van een extra gemotiveerd Anderlecht. „Ik had het achteraf beter niet kunnen zeggen”, gaf Van Bommel toe.

„Mark is een vechter”, zegt scheidsrechter Björn Kuipers. „Als voetballer was hij een en al slimmigheid. Hij probeerde de scheidsrechter naar zijn hand te zetten. Ging voortdurend in discussie: ‘Heb je dat duwtje in de rug gezien? Dat is een hoekschop hè?’ Die slimmigheid zie ik terug bij Van Bommel de trainer. Hij weet wanneer hij moet ingrijpen. Voelt aan wanneer het spel tegenzit, wanneer spelers een boost nodig hebben.”

Van Bommel zoekt daarbij regelmatig contact met de vierde official. Soms gaat het bewust, soms onbewust, denkt Kuipers. „Maar hij weet bij wie hij het kan maken en bij wie niet.”

Kuipers vertelt hoe hij Van Bommel apart nam tijdens de wedstrijd Zwolle-PSV, niet lang na diens debuut als trainer. ‘Dit gedrag tolereer ik niet’, zei hij. ‘Dit hou ík niet vol, dit hou jíj niet vol en dit houdt de vierde man niet vol. Óf je houdt ermee op, óf ik haal je van de bank.’

Mark van Bommel in duel met David Villa van Spanje, tijdens de WK-finale van 2010 in Zuid-Afrika. Op de achtergrond bondscoach Bert van Marwijk, nu schoonvader van Van Bommel. Foto Koen van Weel/ANP

De boodschap kwam „uitstekend over”, zegt Kuipers. „Want dat is Mark ook hè, hij kan vanuit het heetst van de strijd, hup, back to normal.”

Van Bommels schoonvader Bert van Marwijk, die zelf als coach een grote staat van dienst heeft, helpt hem zijn temperament in goede banen te leiden. „Dat is niet makkelijk”, zegt hij, „want de verbetenheid waarmee Mark jarenlang voetbalde en wilde winnen, is tevens zijn kracht als coach. Dat moet hij overbrengen op de groep, maar langs de lijn juist beteugelen richting scheidsrechter, vierde man en grensrechter.”

Ze praten er veel over, zegt de oud-bondscoach. Hoe help je iemand zijn kracht op momenten te beteugelen om daar een betere coach van te worden? De grens tussen iemand zijn kracht afnemen en iemand leren zijn kracht te beteugelen is dun, zegt Van Marwijk, „maar ik vind dat hij er steeds beter in wordt”.

Ruwe bolster, blanke pit

Voormalig jeugdtrainer John Walstock (72) kan zich nog goed de 12-jarige voetballer herinneren die eind jaren tachtig bij Fortuna Sittard kwam spelen. Hoofd opleidingen Chris Dekker had hem bij RKVV Maasbracht weggeplukt. Hij was het type ruwe bolster, blanke pit. Leek ogen in zijn kont te hebben, kon goed anticiperen. Beide mannen liepen met hem weg.

„Mark was gedreven, terughoudend en leergierig”, zegt Walstock. „Hij zoog mijn aanwijzingen op als een spons. En naarmate hij ouder werd, kneep hij die spons steeds meer uit. Wat hij niet kon gebruiken viel in de emmer.”

Bij Fortuna kreeg Van Bommel aanvankelijk alle ruimte. Hij maakte als zestienjarige zijn debuut als prof – als een van de jongste spelers ooit in Nederland – maar kreeg het medio jaren negentig aan de stok met coach Pim Verbeek. Die vond Van Bommel niet goed genoeg, en wilde hem verhuren aan Helmond Sport, weet Walstock nog. „Mark zei: dan hang ik mijn voetbalschoenen aan de kapstok. Het was een moeilijke tijd voor hem, alsof hij op een tweesprong stond.”

Van Bommel als speler van FC Barcelona, in 2006 winnaar van de Champions League. Rechts naast Van Bommel ploeggenoot Giovanni van Bronckhorst. Foto Willem van de Polder

Gelukkig voor Van Bommel werd Verbeek ontslagen en vervangen door Bert van Marwijk, die zijn raadgever zou worden toen hij coach werd bij PSV. „Mark stond er al een tijdje naast bij Fortuna”, zegt Van Marwijk. „Ik kwam net op het juiste moment. Ik zag veel potentie in hem en heb in die periode ook veel met hem gesproken. Binnen twee jaar stapte hij over naar PSV.”

Bloed onder de nagels

Als speler kon Van Bommel zijn tegenstanders het bloed onder de nagels vandaan halen, zegt vriend en oud-voetballer Wesley Sneijder. „Hij liet me tijdens wedstrijden geen seconde met rust. In al die jaren heb ik geen zwaardere tegenstander gehad.”

Maar buiten het veld is Van Bommel een gentleman, vindt Sneijder. „We trokken naar elkaar toe omdat we allebei voorop gaan in de strijd en slechte verliezers zijn.”

Ook Kevin Hofland botste als speler geregeld op trainingen met Van Bommel. De twee speelden samen bij Fortuna Sittard, PSV en Oranje. „Als Mark iets niet zinde begon hij te schelden – en schold ik keihard terug. Soms deelde hij een tikkie uit: kom op man. Tijdens wedstrijden wist ik precies wanneer hij dat signaal ging afgeven; dan moest er een schepje bovenop.”

Het is een vaak terugkerend thema in de gesprekken over Van Bommel: zijn behoefte om te plagen, te sarren, zich tegen mensen af te zetten. „Hij wil graag winnen en zijn gelijk halen”, zegt NOS-verslaggever Joep Schreuder, die maanden plaagstootjes van Van Bommel moest incasseren omdat hij het gewaagd had te vragen waarom de coach zo laat bij een persconferentie verscheen.

Rik Elfrink van het Eindhovens Dagblad vertelt dat Van Bommel alles leest wat er over PSV geschreven wordt. Waar zijn voorganger Phillip Cocu de indruk wekte dat hij het allemaal wel best vond – zijn persconferenties waren op het saaie af – weet je bij Van Bommel nooit wat je kan verwachten. Elfrink: „Van Bommel is niet de makkelijkste. Hij is perfectionistisch. Gevat. Meet foutjes breed uit. Als hij geïnterviewd wordt kaatst hij de bal terug. Dat zie je wel vaker bij beginnende trainers, die zien achter elke boom een vijand.”

Van Bommel viert in 2010 het Duitse landskampioenschap als aanvoerder van Bayern München, met Arjen Robben en Franck Ribery. Foto Tobias Hase/EPA

Lichte jaloezie

Maar Van Bommel heeft ook een andere – zachtere – kant. Een kant waarmee hij volgens zijn schoonvader niet te koop loopt. Als je eenmaal zijn vertrouwen hebt gewonnen, is hij loyaal, invoelend en ruimhartig.

Zo vocht hij vorig jaar tegen zijn tranen toen een borstbeeld van zijn ernstig zieke vriend en oud-ploeggenoot Fernando Ricksen werd onthuld. Hofland: „Mark en ik hebben de progressie van zijn ziekte [ALS, red.] van dichtbij meegemaakt. Dat Fernando bij de onthulling was heeft ons zeer geraakt.” Hofland appt regelmatig met Ricksen en stelt Van Bommel op de hoogte van diens ziekteverloop.

Van Bommel zorgde er ook voor dat Jean-Marc Bosman, de Belgische voetballer die in 1995 via de rechter afdwong dat spelers transfervrij kunnen vertrekken, op vakantie kon toen hij in financiële problemen kwam. Als een van de weinige voetballers leek Van Bommel te beseffen dat Bosman een offer had gebracht door zijn nek uit te steken. ‘Als ik naar Bayern München ga, is dat dankzij jou’, fluisterde hij in Bosmans oor toen die een som geld kreeg van spelersvakbond FIFPro, waar Van Bommel voor had geijverd. „Een sympathieke vent”, noemt Bosman hem vanuit België.

„Waar andere topsporters behept zijn met egocentrisme, is Mark oprecht geïnteresseerd”, zegt misdaadverslaggever John van den Heuvel. De twee leerden elkaar zes jaar geleden kennen, toen Van den Heuvel Van Bommel adviseerde over een zakelijke transactie. Ze ontwikkelden „een vriendschappelijke relatie”. Op uitnodiging van Van Bommel ging Van den Heuvel vorig najaar mee met de selectie naar Minsk en zat hij in april 2018 naast Van Bommel in het PSV-stadion toen de Eindhovense club het kampioensduel tegen Ajax won. Van den Heuvel: „Met lichte jaloezie keek Mark naar de huldiging van de PSV’ers op het veld. ‘Wat had ik daar graag tussen gestaan’, verzuchtte hij.”

Van den Heuvel zag in Minsk ook hoe Van Bommel als coach opereert. „Hij heeft overwicht, laat niet met zich sollen, maar kan zich ook goed in zijn spelers verplaatsen. Soms lijkt het of hij zich meer speler voelt dan trainer.”

Kleine onhebbelijkheden

Volgens sportjournalist Elfrink is Van Bommel geliefd bij spelers en supporters. Maar hij waarschuwt ook dat diens positie onder druk zal komen te staan als de prijzen uitblijven. PSV ging vorige maand pijnlijk onderuit in de Champions League, moest de Johan Cruijff Schaal aan Ajax laten en sloot de eerste wedstrijd van het seizoen af met een gelijkspel. Na een jaar zonder prijzen gaan kleine onhebbelijkheden van een coach sneller irriteren, zegt hij. „Zelfs bij de harde kern, die hem op handen draagt.”

Van Bommel als coach van PSV tijdens de strijd om de Johan Cruijff Schaal, vorig maand. Foto Gerrit van Keulen/VI Images

Van Bommel wordt niettemin een grote carrière als coach toegedicht. Hij gaat op termijn zeker elders in Europa aan de slag, verwachten Jansma, Van Marwijk en Sneijder. Oud-jeugdtrainer Walstock, met wie Van Bommel nog steeds een goed contact heeft, gokt op Bayern München als volgende stop. En ook scheidsrechter Kuipers verwacht dat Van Bommel „een hele grote coach” kan worden. „Hij is zelfkritisch en een goede analist. Hij kan een groep voetballers tot een eenheid smeden. Ook in grote voetballanden vinden spelers het geweldig als een grote oud-voetballer voor hen staat. Maar dat temperament is wel een dingetje. Ook als het even iets minder gaat moet je naar mijn idee de rust kunnen bewaren als coach.”

Van Marwijk heeft er alle vertrouwen dat het goed komt. Van Bommel is volgens hem „een snelle leerling” en juist bij tegenwind leren mensen snel en veel, is zijn ervaring. Dingen die normaal verbloemd worden komen naar de oppervlakte. Onderlinge verhoudingen – tussen spelers, maar ook tussen spelers en staf – worden helder. „Zolang hij maar rustig blijft en niet te veel in de verdediging schiet. Dan zal hij later beseffen dat deze moeilijke periode heel goed voor hem is geweest.”